POPMUZIEK

Kleine sfeerritjes

The War on Drugs. (Deze week in de luisterpaal van 3 voor 12)

Niet alleen een echtscheiding, ook het einde van een muziekrelatie gaat vaak gepaard met ruzies en grote onmin. Voormalige bandleden vechten hun strijd uit in de rechtszaal of de media, of zwijgen elkaar jarenlang dood. Bij de groep The War on Drugs uit Philadelphia speelt dit allemaal geen rol. Adam Granduciel en gitarist Kurt Vile zijn de oorspronkelijke ruggengraat van de band, maar Vile besluit na drie jaar en de enige langspeler Wagonwheel Blues in 2008 op solotoer te gaan. Toch spelen ze nog regelmatig met elkaar en liggen ze muzikaal ook in elkaars verlengende.
Waarom dan uit elkaar? Het blijft een beetje onduidelijk, maar de eigen dadendrang zal een rol gespeeld hebben, want Vile brengt in de drie jaar erna net zo veel soloalbums uit. De laatste verscheen eerder dit jaar, heet Smoke Ring for My Halo en is zijn beste. Vile heeft zijn stijl en lo-fi-geluid van zijn eerdere platen opgepoetst en maakt op deze langspeler vaak bijna mainstreamrock, maar wel met een rafelig randje. Het geheel is erg luistervriendelijk en heeft daarnaast een duidelijk eigen stempel van de maker. Zijn naar sloom neigende, ontspannen stem en transparante gitaarspel staan altijd centraal. De plaat is ook divers. Van het poppy Jesus Fever via de stadionrock van Society is my Friend tot de sfeervolle tokkel van Peeping Tomboy en de Velvet Underground-achtige afsluiter Ghost Town. Op prijsnummer Runners Up klinkt hij even grunge-achtig down (‘When I’m walkin’, my head is practically draggin’/ All I ever see is just a whole lotta dirt’, et cetera), maar net als in zijn andere teksten blijft ironie de boventoon voeren: 'My best friend’s long gone, but I got runner ups’, gevolgd door een zwaar over de top 'yeeeaaaaahhhh’.
Granduciel is evenmin stil blijven zitten na het vertrek van zijn gitarist. Na de EP Future Weather komt hij met nieuwe muzikanten en nu met het sterke Slave Ambient. Het tripachtige en de gitaren die blijven hangen en rondzoemen vind je ook op deze plaat. Vile doet een paar nummers mee, maar Granduciel doet het hier vooral op eigen kracht. De liefde voor Bob Dylan hoor je terug in zijn nasale manier van zingen met onverwachte stemverheffingen en onregelmatige zanglijnen. De nummers zijn geen puntige popsongs, maar kleine sfeerritjes. Ontspannen met piano op I Was There, stevig voortjakkerend op Your Love is Calling My Name en mooi akoestisch op Black Water Falls. De plaat heeft een zweem van jaren-tachtig-rock. Zo raakt hij op Come to the City aan het geluid van U2’s Bad of Peter Gabriels Biko. Ook het gejaagde Baby Missiles ademt de sfeer uit die periode, met een bijpassende videoclip van aan elkaar geplakte video 8-filmpjes. Het fel gezongen 'He wants a ride on a meat machine/ He felt alive on a meat machine’ maakt de synthesizerpunk nog wat grimmiger. Waar je bij de broertjes Gallagher bijna automatisch een keuze maakt voor Noel of Liam (of allebei niet), is partij kiezen voor Granduciel of Vile helemaal niet nodig. Het zou zelfs zonde zijn.

The War on Drugs, Slave Ambient, label: Secretly Canadian/Konkurrent. Kurt Vile, Smoke Ring for My Halo, label: Matador/V2. Kurt Vile & The Violators spelen 10 september op het festival Take Roots in Groningen. The War on Drugs speelt 11 september in Paradiso, Amsterdam