Toneel: ‘Antigone in Molenbeek’

Kleine wonderen

Medium toneel
Antigone in Molenbeek © Ben van Duin

In de performance Primordial (‘oer’) vormen twee bewegers, Luuk Weers & Hali Nato, een met elkaar vergroeide wit-zwarte sculptuur. Hun vraag: hoe zouden mensen bewegen als ze zichzelf niet zoveel codes en fysieke regels hadden aangeleerd? Hun lijven splijten en in het ruime half uur daarna zien we twee, nog niet door een ingesleten ritme, aanrakingsangsten of een opgedrongen naaktfobie geconditioneerde lichamen. We krijgen de complete grammatica te zien van hoe je leert te bewegen ‘op de tast’, met de brokkelige gratie zoals alleen mimespelers dat kunnen. Afgelopen week was dit werk te zien tijdens het festival Playtime waar een nieuwe lichting bewegers aan de Amsterdamse mime-opleiding werd gepresenteerd. ’t Is al weer voorbij, maar ik sluit niet uit dat onderdelen van deze ‘vlootschouw’ binnenkort nog eens te zien zullen zijn.

Hopelijk hoort daar dan Antigone in Molenbeek bij, een bewerking van de prozatekst die de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans in het najaar van 2017 publiceerde. Volgens het grondpatroon van de Griekse tragedie Antigone van Sofokles staan we hier oog in oog met Nouria. Haar extremistische broer is bij een terroristische daad om het leven gekomen. De autoriteiten weigeren om zijn lichaam, of wat daarvan over is, vrij te geven voor een begrafenis. En zonder dat ritueel zal de doem van deze dode jongen over álle achterblijvers neerdalen. Dat is een oude wet van natuurvolkeren. Die niet straffeloos kan worden geschonden. Nouria studeert rechten in Brussel. Ze kent dus de rationaliteit van het seculiere recht. Maar dat doet niets af aan haar razernij over die body bag in de kelder van het forensisch instituut, waar ze inbreekt en waar ze wordt gearresteerd. Over haar dode broer kan Nouria alleen maar in hoofdletters ‘helder raaskallen’: ‘Ik Wil Mijn Broer Begraven. Dat Is Beschaving. Punt!’

Wat zien we? Zes mannelijke mimers in zwarte broeken en witte hemden. Jasper Koopman, Len Pillen, Ivar Schutte, Santino Slootweg, Jurriaan de Vos en Vincent van Woerkom heten ze. Ze spreken de gefileerde tekst met een gedecideerde kalmte uit. Overtuigd van de noodzaak van hun relaas. Ze bewegen op het hectische ritme van de woorden en de zinnen, die ze als vertellers als het ware aan elkaar doorgeven. Alsof ze een complexe puzzel van pijn en verdriet, van wanhoop en troost op de duistere vloer in elkaar schuiven. Echo’s van het stille schreeuwen in het hoofd van Nouria. ‘Dodelijke witte uren. Geen besef van tijd en wereld. Wit licht. Waanzin.’

Wat je hier ziet en hoort is wat ademende, pulserende, in het fysieke spelen geoefende lichamen aan kleine wonderen kunnen verrichten met een zorgvuldig en met liefde opgeschreven verteltekst als materiaal. De mimespelers hebben als vorm aan hun eigen lijven, aan zes witte stoelen en een veelvoud van kleine zandzakken genoeg. Marlies Heuer, de actrice die theater maakt en die terug is van lang weg geweest, heeft ervoor gezeten en is erbij gebleven. Zelf is zij een grote geworden in de kunstvorm waarin het woord het gebaar volgt, en het gebaar het woord. Die hoge kunst heeft zij hier doorgegeven. Groots!