Economisch confucianisme

Kleiner Mann, was nun?

Pieter van Os noemde Pieter Storms en de ongelukkige John R. vorige week voorbeelden van ‘een algehele overdrijving van de notie van consumentensoevereiniteit’. Storms en R. waren inderdaad schreeuwers. Maar we gaan die zelfbenoemde volkstribunen nog hard nodig hebben.

Enige tijd geleden kreeg ik ruzie met mijn telefoonprovider. De maatschappij had een serieuze fout gemaakt (mijn voicemail was zomaar buiten werking gesteld) en had die fout ondanks herhaalde telefoongesprekken en allerlei montere toezeggingen niet hersteld. Dat werd te dol. Ik leed schade, ik wilde van de hele zaak af, en ik wilde dus mijn contractpartner schriftelijk in gebreke stellen. Dat bleek onmogelijk. Nergens op zijn briefpapier, op geen enkel betalingsoverzicht en nergens op zijn website vermeldde de provider een postadres, om maar te zwijgen van een bezoekadres. Waar de provider kantoor hield was alleen via de Kamer van Koophandel uit te vinden. Mocht ik – al of niet met camera op mijn schouder – mijn gelijk en mijn geld willen gaan halen, dan had ik letterlijk geen adres. Het telefoonboek vermeldde alleen een telefoonnummer. Ik kon alleen bellen. (‘Dit gratis informatienummer kost vijftig cent per minuut.’) Het was om gek van te worden.

Zo’n toestand zal u waarschijnlijk bekend voorkomen. Het is eigenlijk een wonder dat zich niet vaker schuimbekkende burgers met een vuurwapen in de hand melden aan de balie van zulke bedrijven en instellingen. Ik deed dat niet. John R. deed dat wel. Hij had een echte grief, maar hij was ook écht gek (hij zag boodschappen in de zwarte balkjes onder en boven in zijn televisiescherm). Hij vergiste zich in het adres, nam de Rembrandttoren in plaats van het Philipsgebouw, en pleegde zelfmoord. Dat was een hele opluchting, want niet alleen was John R. gek, hij was ook nog een sukkel.

In zijn essay Het Grote Ongenoegen in De Groene Amsterdammer van 4 mei noemt Pieter van Os John R., Pieter Storms en hun gelijken schreeuwers. Ze zijn voor Van Os uiteindelijk egoïsten. Ze helpen hoogstens één gekrenkt individu, niet de gemeenschap. Ze trekken zich niets aan van de regels die er zijn om ons uiteindelijk allemaal te helpen, en ze vragen zich al helemaal niet af of de klager eigenlijk wel gelijk heeft. Van Os breekt een lans voor deemoed, berusting en geestelijke flexibiliteit. Natuurlijk is de wereld onrechtvaardig, natuurlijk worden wij bedrogen en belogen, en shit happens, maar daar moeten we tegen kunnen. De grote raderen van de economie draaien immers onophoudelijk door, en het is waanzin je daartegen te verzetten.

Nu lijkt het me duidelijk dat de ‘benadelingswaan’ die Van Os aan John R. toeschrijft, bestaat. Nederlanders kunnen nergens meer tegen en het is nooit hun schuld. Je hoeft maar een half uurtje naar het voetbalcommentaar van Evert ten Napel te luisteren en het vermoeden komt op dat een duistere macht bezig is ‘ons’ onze rechtmatige triomf te onthouden. Dat voetbal een sport is en dat een dubbeltje raar kan rollen, en dat een scheidsrechter ook maar een mens is, doet niet meer ter zake. De krenking van verlies is te groot, en daarmee evenredig het blinde verlangen naar een schuldige.

Schreeuwers, dat zijn het, hysterische botteriken, en onfatsoenlijk bovendien, maar ik denk dat ze een veel grotere betekenis hebben dan het lijkt. Pieter Storms, Maurice de Hond, Frits Bom: het zijn volkstribunen – zelfbenoemde volkstribunen, weliswaar, met alle ijdelheid en oogkleppen van dien – maar toch: ze verzetten zich, namens ons, tegen de groeiende macht van organisaties en instellingen die zich onttrekken aan de controle van de volkssoevereiniteit, de clubs, de kartels, de gesloten kringen, de internationale bedrijven, de kongsi’s in Den Haag. Storms en de zijnen zijn niet de exponenten van een doorgeschoten notie van consumentensoevereiniteit, integendeel: hun activiteiten wijzen juist op de teloorgang van die soevereiniteit, en, in breder verband, op de afkalving van fundamentele vrijheden van de burger.

Hun eerste doelwit is de multinational, de vertegenwoordiger van de globale, geliberaliseerde, geprivatiseerde, gezichtsloze economie. R.’s verzet tegen de breedbeeldtelevisie was onzinnig, zegt Van Os, omdat wat R. zag als corporate dictatuur nu eenmaal niets anders was dan verstandig economisch beleid. De ene televisie volgt op de andere. Dat gaat nu eenmaal zo. Wie zich daar kritisch over uitlaat ontmoet meewarig hoofdgeschud, ook in socialistische kringen, bij de Wouter Bossen en Tony Blairs van deze wereld. De overwinning van de vrije markt is immers compleet. De vrije markt is een natuurwet.

Wat Van Os belijdt is dus een economisch confucianisme. De gewone sterveling is een radertje in de tektoniek van de kosmische economie, waarin planeten en kometen en aardschollen zich in onbeïnvloedbare regelmaat bewegen, en waar de sterveling zich maar beter bij neer kan leggen, want verzet is even waanzinnig als nutteloos. De raderen draaien; wat de sterveling rest is flexibiliteit, deemoed en buigzaamheid, als van dat fameuze boeddhistische riet dat niet breekt. En ook: vertrouwen, in de hogepriesters van de economie, in Van Os’ essay verpersoonlijkt door die beschaafde, kalende ambtenaar van Financiën, de umpire in zijn verhitte debat met Pieter Storms. Die ambtenaar is de ingewijde, de keizerlijke eunuch die de Eeuwige Wetten kent en niet aarzelt ze aan de schreeuwlelijken op te leggen.

De woede van Pieter Storms, toen hij na zijn debat met Pieter van Os tot verliezer werd verklaard, was volstrekt terecht. Hij had de meerderheid achter zich gekregen. Hij had gewonnen, maar de rare regeltjes van het establishment, de corpsbal tegenover hem alsmede die kale ambtenaar zeiden dat het niet zo was. De meerderheid werd terzijde geschoven door een gesloten front van de elite. Het was om gek van te worden. Zoals Gordon Gekko zei, in Oliver Stone’s Wall Street: ‘We make the rules – the news, war, peace, famine, upheaval, the cost of a paper clip… you’re not naive enough to think we’re living in a democracy are you? It’s the free market.

De vrije markt wordt geprezen als die ideale vrijheid waarin het individu eigen keuzes kan maken en zo tot volle ontplooiing kan komen. Maar paradoxaal genoeg neemt de persoonlijke vrijheid af. De vrije burger is veroordeeld tot het accepteren van vrije marktwerking en dus tot het accepteren van een macht waarover hij geen beheer heeft. Wat vroeger ‘van ons allemaal’ was, is verkocht, en alleen in uitzonderlijke gevallen heeft de centrale overheid daarin nog een stem of een veto. De voorbeelden daarvan zijn legio. Vroeger postte je een brief met een postzegel erop en die werd de volgende dag bezorgd, zes dagen per week. De postmarkt is tegenwoordig vrijgegeven; vorige week kondigde tnt aan dat de zes-dagen-bezorging wordt beëindigd en de tarieven zullen stijgen. De vrije markt, met haar concurrentietucht, heeft niet geleid tot lagere prijzen, meer keuze, betere service. En breek mij de bek niet open over de taxi’s in Amsterdam. De consument is niet soeverein: de consument kan geen kant op. Hij is een moderne lijfeigene die binnen smalle marges alleen heel beperkte keuzes kan maken. Natuurlijk: je hoeft die tv niet te kopen. Je hoeft niet met de taxi. Je kunt je brief zelf gaan bezorgen. Je kunt leven zonder bankrekening – niet in Nederland, vraag dat maar aan de woonwagenbewoners, maar het kán wel: in de Oekraïne, of in de VS. Maar als u hier wilt wonen, dan heeft u zich te onderwerpen aan het economisch confucianisme, en die onderwerping moet van binnenuit komen.

Het voorbeeld van de te dikke patiënt die de toegang tot de operatiekamer werd geweigerd en daarover boos werd, is tekenend. Opmerkelijk genoeg zegt Van Os dat die patiënt gelijk had. Hij is een burger als u en ik; hij betaalt evenveel voor zijn verzekering als ieder ander, en ook evenveel als zij die graag parachutespringen en diepzeeduiken. Toch verwijt Van Os de patiënt dat hij klaagde. In het economisch confucianisme zit begrepen dat in onze maatschappij iedereen alleen dan gelijk is als hij zich schikt in de kosmische orde. Dik zijn is dan geen vrije keuze meer. Onze ziektekostenverzekering zou veel goedkoper zijn als er niet zoveel hufters waren die sigaren roken, jenever drinken, worst en patat eten en uit wandelen gaan zonder jas. Herejee, als iedereen zich verstandig gedroeg, dan zou het leven zelfs bijna gratis kunnen worden.

Die dikzak had de flexibiliteit moeten hebben om af te vallen. Dan had hij op die operatietafel gepast, zoals wij allemaal. Wie te dik
is én een keel opzet, is onredelijk en verspeelt het recht op gelijke behandeling. In die gedachte zit een onmiskenbare drang tot harmonisering van menselijk gedrag die een moreel aspect heeft, maar vooral uit economisch oogpunt verklaard moet worden. Een diep conformisme, gehuld in de kleren van ‘deemoed’.

Dat is veel meer dan een kwestie van fatsoenlijke omgangsvormen. Het economisch confucianisme grijpt diep in in de persoonlijke levenssfeer en de keuzevrijheid – en het einde is nog niet in zicht. De medische wetenschap, bijvoorbeeld, is zo’n beetje aanbeland bij het beïnvloeden en corrigeren van afwijkingen op genetisch niveau. Dat geldt voor ziektes, en dat is natuurlijk fijn, maar ook voor gedrag, dat een genetische basis heeft. Het is nog niet helemaal zo ver, maar over niet al te lange tijd zal van een foetus kunnen worden aangetoond of het kind later sterk tot criminaliteit of verslaving geneigd zal zijn, en die nadelige elementen zullen kunnen worden aangepast. Dat heeft, duidelijk, een economisch belang. Een onaangepast kind zal drukken op de gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de dikke patiënt drukte op de operatietafel. In de confuciaanse moraal zal de burger moeten toestaan dat een foetus in het allerprilste stadium wordt gekeurd, niet alleen op gezondheidsrisico’s maar ook op een aanwijsbare aanleg voor gewelddadig gedrag of voor verslaving. Wie zal zeggen dat-ie zijn kind liever de vrijheid wil geven om asociaal te zijn, of dik? Zal niet iedereen economisch geprest worden om zijn steentje bij te dragen aan een maatschappij zonder vechtersbazen en balletje-balletje-spelers? Wie zal zich daartegen verzetten?

Die vrijheden zullen de burger niet per decreet ontnomen worden: hij zal ze zelf geleidelijk opgeven. De meerderheid van de Nederlanders heeft er al geen bezwaar meer tegen dat e-mail- en telefoonverkeer worden geïnspecteerd. Ze accepteren de onaantastbare ordening van de kosmische wereldeconomie en ze ruilen het idee van de soevereiniteit van de vrije burger in voor het valse idee van een vrije markt, die hen voorhoudt dat ‘koopkracht’ eigenlijk precies hetzelfde is als ‘stemrecht’. Ze geven zich over aan een anonieme provider die bepaalt hoe breed hun bundel is en in ruil daarvoor mogen zij – moeten zij – volop consumeren. De consumentenbond is hun enige parlement.

De schreeuwers, de zelfbenoemde volkstribunen – John R., Oliver Stone, Lenny Bruce, Pieter Storms, Fox Mulder, Maurice de Hond, Ralph Nader – worden uitgerangeerd, belachelijk gemaakt, waanzinnig verklaard of, erger nog, door het systeem ingekapseld. In de confucianistische orde heeft de kankeraar voortaan altijd ongelijk, ook al heeft-ie gelijk.

Niemand is voor het neerschieten van eerzaam kantoorpersoneel. Díe flexibiliteit had John R. zeker moeten opbrengen. Maar het is tijd voor het bevestigen van een Nederlands Tweede Amendement, een recht to bear arms. Geen vuurwapens. Wel: het zand in de machine, de ongehoorzaamheid, de koopstaking, het sms-bombardement, de muis van de hacker. A little rebellion is not a bad thing.