Kleinigheden

In het strikt Hollandse stukje duinlandschap van Esaias van de Velde brengen een schamele boom en een paar hobbels ons een waar spektakel.

Medium sk a 1764 00

Dit landschap in de duinen begint eigenlijk heel terloops met een anekdote. Vooraan links staat een man met een lange stok over zijn schouder. Hij is slank van gestalte, in houding en kleding vermoed ik ook iets voornaams: zoals hij daar staat lijkt hij te poseren. Een toevallige voorbijganger is hij niet – niet zoals elders verschillende figuren die we verspreid in het geplooide land hier en daar kunnen ontwaren. Anders dan op de voorgrond het heerschap dat grijs gekleed gaat, met witte kousen en een witte sjaal, zijn de andere gestalten die daar lopen bruin van kleur zodat ze verscholen blijven in de algeheel geelbruine monochromie van het landschap. Waar de man staat (met zijn slanke jachthond) is het land het laagst. Van daar loopt het geleidelijk omhoog.

Bij de boom, rechts daarvan, zien we twee gestalten (een volwassene en een kind) die daar lopen. Ze hebben het hoogste punt van het duin daar bereikt en gaan weer naar beneden. Het land is wat donkerder bruin daar – in de schaduw van de boom misschien. Hoewel: vanaf waar die twee figuren lopen, zien we naar links het afgetekende contrast van op de voorgrond een bruine en oneffen ophoping van duin (daar begroeid met zoiets als dor gras) en daarachter de dieper gelegen glooiing van helder geel zand. Een buigende lijn van geel en bruin. Verder naar rechts, tot de rand van het schilderij, zien we dat bruine duin nog hoger worden. Het gele zand buigt mee en wordt ook langzaam breder.

Het schilderij is niet groter dan een vel briefpapier. Je zou denken dat, op dat formaat, dit tafereel van landschap in de duinen als een schets was opgezet. Niets is minder waar: omdat het zo klein is, moest het om precies en compleet te kunnen zijn met geduldige zorgvuldigheid geschilderd worden. Een stukje duinen en het zanderige land dat er hobbelig bij ligt, is geen groots landschap (geen bergen en ravijnen, geen drama) maar het was wel zoals het er rond Haarlem uitzag.

De hond wil achter een paar konijnen aan die een goed heenkomen zoeken in hun hol

Om van die heroïsche landschappen te schilderen hadden ze in de loop van de zestiende eeuw, de tijd van het maniërisme, effectieve vormen van compositie uitgevonden met contrastrijke gezichtspunten. Maar hier in dit strikt Hollandse stukje duinlandschap kreeg die enkele wat schamele boom een ontroerend monumentale gestalte. Hij staat onder aan een stevig stuk duin dat ook donkerder bruin is. Op dat duin zien we een schots en scheef hekwerk van ruwe planken. Door de hoogte van die schutting (van een schaapskooi) wordt de blik tot aan de horizon onderbroken. Verder in het schilderij gaat de blik wel tot aan de einder. Dat donkere stuk duin als een soort sokkel waar de boom op staat, werkt als het draaipunt in het ruimtelijk arrangement van het schilderij. Achter dat duin komt vanachter dat donker het licht te voorschijn dat de glooiing van het zand zo helder geel kleurt.

De boom intussen is juist niet zwaar van vorm. Hij is eerder een spreiding van bebladerde takken, zoals een hand zich spreidt. Die takken reiken in de lucht en accentueren de stille helderheid van witgrijze wolken tegen het waterige blauw. In de voorgrond daarvan is er het hobbelende tafereel van de bruine duinen. Naast de boom is die passage van hobbels het tweede spektakel en een meesterstuk van beweeglijk geschilderd monochroom: wisselingen van bruin en donkerbruin, een licht weefsel van slierten en krullen die begroeiing voorstellen. Dat veelkleurige bruin lijkt vloeibaar als glijdend water.

Links vooraan staat dus de jager die zijn hond strak aan de lijn houdt. Hij lijkt een hoofdpersoon. De hond wil achter een paar konijnen aan die, verder rechts, een goed heenkomen zoeken in hun hol. Zo klein is dit wonderbaarlijk gepriegelde schilderij dat we in een plaatje zulke details nauwelijks kunnen zien. Maar dit Landschap met duinen van Esaias van de Velde is een hoogtepunt van het Hollandse realisme dat toen, in dit soort schilderijen, nieuw ontdekt werd en toen een nieuwe manier van kijken werd naar kleinigheden. In dit schilderij lijkt niet zo veel te gebeuren, maar toch is er heel wat te zien.


Beeld: Esaias van de Velde, Duinlandschap, 1629. Olieverf op paneel, 17,7 cm x 22,7 cm (Rijksmuseum Amsterdam)