Bloemlezing redes over Nederlanderschap

Klemmende redenen om te spreken

Amerikanen hebben hun Amerikaanse droom. Frankrijk heeft zijn republikeinse ideaal, Groot-Brittannië zijn common sense. Dat zijn universele waarden die een belofte voor de mensheid inhouden. Daarentegen wentelt Nederland zich in «waarden en normen» die ons onderscheiden van de rest van de mensheid, van onze «consensusgeest» tot het openlaten van de gordijnen in de avonduren. Dat moet anders kunnen. Talloze vaderlanders hebben onder moeilijke omstandigheden over de grenzen gekeken, universele waarden onder woorden gebracht en een traditie geschapen die de moeite van het behouden waard is. Een bloemlezing leert dat hun woorden verrassend actueel zijn omdat er ook nu, gelijk Henk van Randwijk in 1947 schreef, «klemmender redenen zijn om te spreken of te zwijgen dan het Nederlanderschap».(Aart Brouwer)

Jacques de Kadt (1938): Artikel over ‹München› (in ‹De Nieuwe Kern›)

In oktober 1938 schreef Jacques de Kadt in het maandblad De Nieuwe Kern naar aanleiding van het Verdrag van München het artikel Nederlaag of ondergang? Te laat?, waarin hij Chamberlains «peace in our time» verwierp.

«De vrede, ja dat is het toverwoord. Wie het uitspreekt krijgt ovaties, van allen die dom en laf zijn, dat wil zeggen van de stompzinnige massa der voetbalvelden, der dancings, der muffe huiskamers, van de massa die niets anders wil dan z’n sleurleventje voortzetten, de massa die bereid is het fascisme te aanvaarden, de vernedering en de slavernij te aanvaarden, als ze maar niet behoeft te vechten en als haar kostbare leventje maar gespaard blijft. Natuurlijk, die massa wil geen oorlog. Ze wil ook geen recht, ze wil geen eer, ze wil geen cultuur, ze wil alleen haar gemak. En een wereld is verloren als ze deze kleurloze massa de kans geeft een beslissende rol te spelen. Op háár beroepen zich alle demagogen; fascisten zowel als stalinisten, telkens als het een of ander voldongen feit aanvaard moet worden, want deze massa aanvaardt steeds ieder voldongen feit. Ook de ‹vrede› van Chamberlain. Ze zou ook de oorlog aanvaard hebben, als de Chamberlains inzicht en moed genoeg hadden gehad, om die noodzakelijke oorlog te voeren. Ze heeft het verraad en de capitulatie aanvaard. Ze zou ook het recht en de strijd aanvaard hebben.

Het ongeluk van West-Europa is geweest, dat de partij van het verraad en de capitulatie beter georganiseerd en actiever was dan de partij van het recht en de strijd. Met partij bedoelen we hier de kleine groepen die de regeringsmachines in handen hebben en die de publieke opinie beheersen.

De publieke opinie in West-Europa was tot voor kort overwegend anti-fascistisch. Maar het was een anti-fascisme dat op de beslissende punten vaag bleef en dat nooit duidelijk durfde te zeggen wat nodig was. Nodig is (wij hebben het jaar na jaar herhaald) de vernietiging van Duitsland door middel van de oorlog. Alleen als men de moed heeft om de massa vertrouwd te maken met deze opvatting, wordt anti-fascisme tot een politieke factor.

Bijna alle anti-fascisten (bijvoorbeeld ook Churchill) hebben steeds weer het zwaartepunt gelegd op het: ‹hoe behouden we de vrede›, nooit op het ‹hoe komen we tot een oorlog›. Deze onoprechtheid – want zij wilden wel degelijk oorlog met Duitsland – heeft zich thans gewroken. Men werd er door verhinderd de knoeiers die het woord ‹vrede› steeds maar weer uitstootten, bij de kraag te nemen en het geknoei te beletten.

Maar kan een oorlogspartij ooit voldoende aanhang vinden om de macht te veroveren en de regeringsmachine te beheersen? Misschien, indien ze oorlog weet te verbinden met sociale rechtvaardigheid, met binnenlandse orde en streven naar welvaart. Men zou het in ieder geval moeten proberen, want zo alleen kan uitgemaakt worden of er nog voldoende levenskracht in West-Europa aanwezig is, dan wel of het pacifisme, de godsdienst der uitgebluste vitaliteit, reeds zo sterk is dat alle politiek onmogelijk is geworden en dat de slavengezindheid oppermachtig is. Decadentie, pacifisme, slavenmentaliteit, dat is de onheilige drie-eenheid, die de meester met de zweep oproept: het fascisme.

Herleving van de democratische oorlogsgeest, van de geest der bevrijdingsoorlogen, der kruistochten, der strijd voor idealen – of fascisme; andere mogelijkheden zijn er niet.»