Klerezooi

De Ikon-dramaschool heeft weer toegeslagen met de serie Link. Mary Michon, Karel Eykman en Ruud Schuitemaker zijn de dragers van wat ook een Methode mag heten, onder meer behelzend dat het maximale uit amateurs wordt gehaald. Voor zover ze zich met jongeren bezig houden, lijkt een trilogie volbracht. Ooit begonnen met Tuig, over wat nu randgroepjongeren heet, gevolgd met Kanjers over de manier waarop ‘gewone’ scholieren met seks omgaan, zijn we in Link weer meer bij de rafelrand beland. Verder was er een programma met en voor volwassenen over vriendschap; en Spannend bestaan, waarin lief en leed van een nette familie aan de orde werden gesteld. En elke keer wordt bereikt dat de kijker vergeet, of zelfs niet beseft, dat hij naar drama kijkt.

Meestal droeg de vorm aan die verwarring bij. In Tuig maakte zogenaamd een televisieploeg opnamen over een wijkbende en Germaine Groenier interviewde de kids die antwoord gaven vanuit hun rol - een rol die, net als die van Groenier, dicht lag bij wie en wat ze waren. In Kanjers en Spannend bestaan werden ook spelscenes afgewisseld met improviserend gespeelde interviews. In zekere zin is Link eenvoudiger van vorm: hier geen Violet Falkenburg die aan een jongen vraagt waar toch die woede vandaan kwam die hem zijn moeder onder het roepen van ‘vuile kankerhoer’ tegen de grond deed slaan. We zien dat 'gewoon’ gebeuren, zoals we heel wat mis zien gaan met en door meiden en jongens die een verstoorde relatie met ouders, een talent voor chaos en een zeer onzekere toekomst gemeen hebben. De jongens zijn respectievelijk brommerkoerier en beheerder van de snackbar van pa die met hartproblemen uitgeschakeld is. Gek word je van die goser die er keer op keer tussenuit knijpt voor een wedstrijd, een rel, een feestje, ongeacht de drukte, het werk overlatend aan de vrouw die er ook in dienst is en die waarschijnlijk alleen geen ontslag neemt om haar baas een nu dodelijk infarct te besparen. Ik ben tegen slaan, maar dat joch moet echt een pak op z'n lazerij hebben. Trouwens, zoals het meisje Mo haar moeder het bloed onder de nagels vandaan lult, dat wekt stoten adrenaline op; plus het besef dat ik als vader ook niet had geweten hoe hier op te reageren en te voorkomen dat ze van huis wegliep. Ze heeft inmiddels een eigen bootje, het contact met de ouders is nog intact en van de vijf hoofdpersonen heeft ze de beste prognose. Aaltje, heroinehoer, is te ver heen. En Guler torst de handicap dat ze door van huis weg te lopen is losgeraakt van Turkse wortels.
Mijn houding tegenover die kinderen (als van de man die de schurk bij de theateruitgang opwacht) wijst op twee zaken: dat er weinig zoetsappigs in de benadering van deze jeugdproblematiek schuilt (ze zijn niet te benijden, maar maken er ook een klerezooi van); en dat er een ongelooflijk niveau van 'echtheid’ wordt bereikt. Bijna geen moraal, louter de suggestie van registratie. De enige aarzeling: Schuitemaker is zozeer meester in zijn techniek geworden dat hij ons haast epateert met nerveuze camera en montage - mix van MTV, grotestadsleven en woelend innerlijk van jongeren. Vooral even kijken, donderdag.