De moderne man in Revolutionary Road en Mad Men

Kletsen als schoolmeisjes

Nog voordat vrouwen eraan begonnen, moesten mannen eerst zichzelf emanciperen. In Revolutionary Road en Mad Men komen die mannen aan bod, halverwege de twintigste eeuw, wanneer ze leren dat niet alles een fallussymbool hoeft te zijn.

METEEN IN DE EERSTE SCÈNE is duidelijk hoezeer Sam Mendes’ vorig jaar verschenen verfilming van Revolutionary Road verschilt van Richard Yates’ gelijknamige boek, de klassieker over de doodlopende ambities van een jong echtpaar in het Amerikaanse suburbia van de jaren vijftig. Na een paar vluchtige scènes, waarin we zien hoe Frank en April elkaar ontmoeten, laat Mendes het verhaal beginnen als het doek valt voor de Laurel Players-theatergroep. Mendes toont ons niets van het toneelstuk zelf; alleen het magere, ongemakkelijke applaus van het publiek, al half onderweg om de zaal te verlaten, en de paniekerige gezichten van de toneelspelers die het moeten incasseren.
Door een wolk van opbeurende opmerkingen, die door hun goedbedoeldheid alleen nog maar meer kleinerend zijn, baant Frank Wheeler (Leonardo DiCaprio) zich een weg naar de kleedkamers, waar hij zijn vrouw April (Kate Winslet) vindt. Wat er precies is misgegaan, blijft onduidelijk, maar het spreekt voor zich dat Aprils optreden een fiasco was. Haar gezicht is zelfs na afloop nog verstijfd van stress.
In zijn roman (1961) beschrijft Yates het toneelstuk wél. Vlak voor de première haakt de mannelijke hoofdrolspeler met koorts af, waardoor de regisseur, een vreemd mannetje, zelf de rol op zich moet nemen. Dit slaat de eenheid tussen de spelers weg: iemand gooit een glas water om, regels worden vermangeld en hoofdrolspeelster April wisselt valse, theatrale gebaren af met versteende immobiliteit. ‘Ze stond er alleen voor. En verzwakte zichtbaar met elke zin. Nog voor het einde van het eerste bedrijf konden zowel het publiek als de Players merken dat ze haar greep op de rol had verloren en het duurde niet lang of ze vonden het allemaal even gênant als zij.’
Mendes en Yates gebruiken de scène voor verschillende doeleinden. Voor Mendes draait de scène om April; uit de korte montage waarmee de film opent maakt de kijker op dat April ooit actrice wilde worden. Deze avond, in het auditorium van een middelbare school, betekent het definitieve faillissement van die droom. Sowieso behoort de film April toe. Mendes lijkt het meest geïnteresseerd in de dilemma’s en de geblokkeerde aspiraties van een vrouw halverwege de jaren vijftig, hier gespeeld door zijn eigen vrouw, Kate Winslet. De camera blijft het langst op haar hangen, zoekt naar haar emoties. De pastelkleuren in het decor lijken te zijn uitgezocht bij de teint van haar huid.
Bij Richard Yates draait de scène niet om April, maar juist om Frank. Yates’ (1926-1992) proza is gedisciplineerd, rijk van taal, maar nooit bloemrijk. Zijn verhalen zijn schoolvoorbeelden van realisme, en net als veel andere literaire zwaargewichten van de Amerikaanse midcentury – Hemingway, Mailer, Cheever – schreef hij over de psyche van de moderne man. Terwijl ze grondgebied in de maatschappij kwijtraakten aan vrouwen en minderheden zaten mannen ook nog eens met de ontmannende oorlog in hun maag; wie gevochten had, had niet hard genoeg gevochten, niet dapper genoeg, en wie hem gemist had zou dat als minderwaardigheidscomplex bij zich dragen – tenminste, dat was het complex voor Yates zelf, die er een terugkerend thema in zijn werk van maakte en de personages Frank en April baseerde op zichzelf en zijn eerste vrouw.
Met Aprils afgang op het toneel maakt Yates duidelijk dat zij geen actrice is. Een van de eerste dingen die Yates over haar schrijft, is dat iedereen altijd opmerkt hoe ‘lovely’ ze is, eerlijk, warm, uitnodigend – als een lentedag. Het is Frank die zijn naam niet waarmaakt (frank betekent eerlijk): hij is de acteur. Het eerste wat Yates over hem schrijft, is dat hij een ongewoon beweeglijk gezicht heeft, ‘het kon met elke bliksemsnel wisselende uidrukking de indruk wekken van een volledig andere persoonlijkheid’. Als Frank later ruzie met April maakt, neemt hij een houding aan van een advocaat zoals je die op tv ziet; als hij haar later van iets probeert te overtuigen, hebben zijn argumenten volgens Yates het meest weg van ‘een verkoopcampagne’.
Wat probeert Frank te verhullen? Dat hij het allemaal niet weet. En niet durft. Frank en April willen vrij zijn, zeggen ze. Ze willen de suburbs uit. April verveelt zich. Frank heeft een baan die hij haat. Wat ze echt willen, is naar Parijs, daar zal alles beter zijn. En, zegt April, de kinderen zijn iets ouder; wat houdt ons tegen?
Vrij zijn. Het is een vage term, omdat het een vage droom is. Sinds ze elkaar kennen, zegt Frank in Parijs te willen wonen; hij heeft het gevoel dat hij een roeping heeft – misschien iets kunstzinnigs, misschien iets filosofisch – maar hij moet nog ontdekken wat. In Parijs kan hij dat doen. Maar durft Frank het wel te ontdekken? Want wat als hij niets vindt? Geen roeping, geen talent. Dan kan hij zichzelf geen man noemen. Dat is zijn angst. Daarom wordt Frank boos op April als hij haar probeert te troosten na haar mislukte toneelstuk en zij hem wegwuift (mannen horen immers hun vrouwen te troosten); als April voorstelt dat zij gaat werken in Parijs, simpel secretaressewerk, zodat ze hem kan onderhouden terwijl hij zijn roeping zoekt, is het alsof hij ter plekke gecastreerd wordt.

HET KAN NIET ANDERS of de makers van Mad Men, de Amerikaanse tv-serie die vanaf deze week wordt uitgezonden door de Vara, hebben Richard Yates gelezen. De spil van de serie (bedacht door Matthew Weiner, die eerder scriptschrijver was bij The Sopranos) is Don Draper, een reclameman aan Madison Avenue, New York, in 1960. Mad Men is een lust voor oog en oor: snelle dialogen, een slimme ingehouden vertelstijl, geweldige decors en kostuums, een geweldig tijdsbeeld. Nixon is de gedoodverfde volgende president. Hoewel er net voorzichtig bekend is gemaakt dat roken wel eens gevaarlijk kan zijn, rookt iedereen overal. Alle mannen hebben een eigen drankvoorraadje in hun kantoor, en qua carrière weten de vrouwen dat ze zich niet te veel in hun hoofd moeten halen. Zoals de Marilyn Monroe-achtige hoofdsecretaresse in de eerste aflevering tegen de muizige Peggy Olsen (Elizabeth Moss), de nieuwe secretaresse van Draper, zegt: ‘Meestal zoeken ze iets dat tussen een moeder en een serveerster in zit.’
Draper (gespeeld door Jon Hamm) is in één oogopslag geweldig; bij Sterling Cooper, een van de belangrijkste reclamebureaus, is hij de go-to-guy voor opdrachten die creatieve oplossingen vereisen; alle andere medewerkers willen zijn zoals hij, alle vrouwelijke collega’s hunkeren op afstand. Maar net als Frank Wheeler is Don Draper een acteur. Aan het begin van het eerste seizoen (in de VS komt in augustus het derde seizoen op tv) is te zien hoe Draper in de trein – net als Wheeler forenst hij – door een voorbijganger wordt aangezien voor ene Dick Whitman. Don zegt dat de beste man zich vergist, maar de kijker weet beter. Draper is alles behalve gelukkig. Het succes knaagt aan Draper, omdat het niet zijn succes is; hij heeft zich een levensstijl aangemeten – een mooie vrouw, twee kinderen, huis in de buitenwijken, snelle auto, strakke pakken, et cetera – zoals hij dat uit reclamefoldertjes geleerd heeft te doen. Hij heeft de keuzes gemaakt die men van een succesverhaal als Don Draper zou verwachten en van binnen maakt het hem hol – hij heeft geen flauw idee wie hij is, of wat hij wil.
De eenzaamheid van Draper straalt af op zijn vrouw, die verder van niets weet. Ergens voelt ze zijn sporadische buitenechtelijke avontuurtjes aan, weet ze dat zijn mannelijke overwicht niet klopt, maar Betty Draper (gespeeld door January Jones) kan zich niet verzetten. Om zich af te reageren opent ze op een dag het vuur op de irritante postduiven van haar buurman.
Net als in Revolutionary Road komt de aanval op de mannelijke psyche uit het vrouwelijk kamp. Niet zozeer Don Draper moet het ontgelden, die als enige zijn secretaresse Peggy – de tweede verhaallijn van de serie –helpt op te klimmen in de rangen van de firma, als wel het groepje jongere reclamemedewerkers – de jongens die zich nog moeten bewijzen. Elke stap die Peggy zet, zien zij als een persoonlijke tekortkoming van henzelf. Ze staan weliswaar hoger in de hiërarchie, maar hun macht over vrouwen is enkel formeel. Als een van de mannen trouwt, komt hij de volgende werkdag met tranen in zijn ogen op het kantoor. Wat ik nu heb meegemaakt, jongens, vertelt hij: ik kwam thuis… en er stond eten op me te wachten. Warm eten!
Toch is het slimme van de serie dat die niet alleen een feministisch standpunt inneemt; Peggy wordt nog wel het meest tegengewerkt door haar eigen seksegenoten. Zoals de mannen verwachtingen van zichzelf hebben, zo hebben de vrouwen dat ook – en wee degene die dat verstoort. Jaloezie is net zo hard als het glazen plafond. Wat dat betreft heeft Mad Man opvallend veel weg van Sex and the City. Net als de kakelende dames aan het einde van de vorige eeuw stellen de reclamejongens zich halverwege die eeuw dezelfde vaag existentiële vragen: wat zegt het over mij als die me leuk vindt? Wat betekent het dat ik jaloers ben op die? Waarom reageer ik zoals ik reageer? En net zoals Frank Wheeler vaak vrouwelijker overkomt dan April – hij is hysterisch, jaloers, zeurt eindeloos – zo kletsen de reclamejongens als schoolmeisjes. Hun twijfels doen denken aan wat Betty Friedan ‘the problem that has no name’ noemde in haar feministische standaardwerk The Feminine Mystique (1963). ‘Terwijl ze de bedden opmaakte, boodschappen deed… was ze bang om zichzelf die stille vraag te stellen – “Is dit alles?”’
Mad Men toont de man op een moment toen er voor het eerst out of the box werd gedacht om die vraag te beantwoorden. Een mooi voorbeeld is wanneer de jongens de reclame van Volkswagen Keever zien: een witte pagina met een fotootje van de auto. ‘Think small’, staat eronder. Ze vinden het belachelijk dat de autofabrikant benadrukt hoe klein iets is. Als vanzelfsprekend denken de jongens dat groot altijd beter is – de auto als fallussymbool, zou Freud zeggen.
Ja, zegt Draper, misschien is het belachelijk, maar we praten er nu wel al vijf minuten over. Tijd om zelf eens zoiets te bedenken.

Mad Men is woensdags te zien bij de Vara op Nederland 2, om 23:25 uur. Revolutionary Road, vertaald door Marijke Emeis, De Arbeiderspers. De film is net verschenen op dvd