Verkiezingen 2012: De media en de verkiezingen

Kletsen uit de nek

Politici noch journalisten zijn er gelukkig mee dat de verkiezingsdebatten zich geheel volgens de regels van de televisie afspelen. Toch durven zij zich er niet aan te onttrekken. Hoe doorbreken we deze negatieve spiraal?

Het was minder dan een voetnoot in de media coverage van de Tweede-Kamerverkiezingen van 2012, het reclamespotje voor de politieke programma’s van de commerciële zender rtl. Geen kiezer zal er zijn keuze in het stemhokje door hebben laten beïnvloeden. En toch zei het iets essentieels over de houding van de media tegenover de politiek. Juist door zijn vluchtigheid illustreerde het hoe diep het cynisme over de politiek geworteld is geraakt.

Drie pundits zitten te praten op een Haags terras. Een van hen is Bart Chabot, de dichter die een nieuwe line of business heeft gevonden als lichtgewicht tegenwicht voor politieke zwaargewichten in de talkshows. Een ander is Frits Wester, doyen van de journalisten voor wie de ‘Haagse kaasstolp’ een tweede thuis is. ‘Weet je wat de grootste leugen is?’ vraagt Wester op zeker moment aan zijn gesprekspartners in het spotje. Hij geeft zelf het antwoord. ‘Dat de politici de problemen kunnen oplossen.’

Als politici de problemen niet kunnen oplossen, wie dan wel? Moeten we de euro maar overlaten aan dezelfde speculanten die de kredietcrisis hebben veroorzaakt? De gezondheidszorg aan de zorgverzekeraars, de pensioenen aan de vakbonden en werkgevers die jaren vruchteloos over dit dossier hebben zitten bakkeleien? De huizenmarkt aan de derivatenknoeiers van de woningcorporaties? Nee natuurlijk; zo zal Wester het niet hebben bedoeld. Maar voor de al of niet zwevende kiezer wordt het wel heel moeilijk de politiek serieus te blijven nemen als een van de meest gezaghebbende politieke commentatoren van Nederland dat ook niet meer lijkt te doen.

Chabot personifieert zijns ondanks een ander deel van het probleem dat de politieke verslaggeving in toenemende mate is geworden, zeker in verkiezingstijd. Vanwaar die dwangmatige neiging om iedere politicus van een verstrooiend contrapunt te voorzien? Soms lijkt het alsof de media er zelf niet meer in geloven dat zij toegevoegde waarde kunnen leveren tijdens een verkiezingsstrijd. Dat is niet zo; her en der zijn goede en grondige gesprekken te lezen, te zien en te beluisteren, waarin politici de tijd krijgen om hun verhaal te doen en hun ondervragers om hen grondig de maat te nemen. Links en rechts duikt een journalistiek onderzoek op, waarin een leugen of een halve waarheid wordt ontmaskerd, of iets wordt onthuld dat we nog niet wisten. Het tragische is alleen dat deze parels meer dan ooit wegspoelen in een tsunami aan peilingen en spektakeldebatten, en de eindeloze ontleding en herhaling daarvan.

‘Wat mij dit jaar opviel’, zegt Rens Vliegenthart, ‘was de nadruk op de horse race en de peilingen. Dat is al jaren een probleem dat iedereen ziet, en toch is het wéér erger geworden. Het ging nu echt ten koste van de politieke inhoud.’ De mediawetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam publiceerde onlangs een boek over media en politiek. De titel, U kletst uit uw nek, refereert aan een boze uitval van toenmalig minister Donner naar een verslaggever die suggereerde dat Donners benoeming in de Raad van State al in kannen en kruiken was. Het incident staat model voor de ontaarding van de omgangsvormen tussen politici en journalisten, het product, zo lijkt het, van frustratie bij beide partijen over hun onmacht om het discours op een hoger niveau te brengen.

In zijn boek citeert Vliegenthart talloze onderzoeken in binnen- en buitenland, die soms decennia teruggaan. Harde data ontbreken; die zijn ook moeilijk te geven, omdat de Verelendung van de verkiezingsjournalistiek zich nauwelijks laat kwantificeren. De onderzoekers enquêteren steeds opnieuw de kiezers en turven onderwerpen, invalshoeken en kernwoorden in berichten en uitzendingen. Daaruit rijst vooral een sfeerbeeld op, een subjectieve indruk van de aard en omvang van de berichtgeving die eenieder weer anders zal ondergaan.

Toch zijn de conclusies in Vliegentharts boek onontkoombaar. De verslaggeving tendeert steeds meer naar de campagnes, naar de spin, de framing en de strategieën waarmee politici zichzelf proberen op te hemelen en hun tegenstanders pootje lichten. Wat zij zeggen is het heetste hangijzer geworden, niet wat zij voorstaan. Eerst worden die woorden gebracht als groot nieuws. Vervolgens worden ze urenlang stukgeanalyseerd. Zo krijgt een zeepbel vanzelf gewicht: blijkens de vrijwel dagelijkse peilingen beginnen de kiezers te reageren op de score van de één en de misstap van de ander. Dat is dan weer nieuw nieuws, waardoor de cyclus zich kan herhalen. De beweging van Roemer naar Samsom was er het voornaamste gevolg van.

Meer dan ooit was de campagne van 2012 de gevangene van ‘medialogica’, een begrip sinds het gelijknamige rapport van een aantal mediaonderzoekers uit 2003 in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Medialogica wil zeggen dat alle deelnemers aan een maatschappelijk debat – tijdens een verkiezing, over tbs of immigratie – zich geheel richten naar de wetten die de media stellen in hun berichtgeving erover. Niemand is er gelukkig mee – de politici niet, en de journalisten evenmin. Maar niemand durft zich eraan te onttrekken; het is een prisoner’s dilemma geworden. Medialogica maakt journalisten tot actoren die een beslissende invloed hebben op de uitkomst van het debat, een rol die zij ongaarne erkennen. Maar zolang zij dat niet doen, zal er ook nooit iets veranderen.

De toenemende concurrentie tussen mediaorganisaties en mediasoorten versterkt de logica nog. Die leidt niet tot meer onderscheid, maar juist tot meer imitatie – daarover zijn de mediaonderzoekers het al jaren eens. Televisie is het dominante medium, zeker tijdens een politieke campagne. Dagbladen zijn beter in staat om de complexe issues te schetsen waarvoor de politici zich gesteld zien, en hun uiteenlopende standpunten daarover. Dat doen zij maar mondjesmaat, en dan nog vooral binnenin. Op de voorpagina’s brengen zij liever de laatste peiling en de laatste verbale uitglijder. In plaats van hun eigen kracht te benutten, volgen de kranten de regels van de televisie, bang om anders de boot te missen.

Rens Vliegenthart zat op 4 september aan bij een programma van opiniezender Radio 5. Op tafel lagen alle kranten van die dag. ‘De politieke koppen waren vrijwel identiek’, herinnert hij zich. ‘Het was te gênant voor woorden.’ De bulk van de berichtgeving draait om de twee hoofdbronnen van het moderne politieke discours: de peilingen en de lijsttrekkersdebatten. Vooral op tv compenseren de ondervragers de armoede van hun materiaal, en het schuldbesef over hun prisoner-status, vaak met een confronterende interviewtechniek. Tijdens het rtl-lijsttrekkersdebat in Carré op 4 september onderwierpen de lijsttrekkers zich één voor één braaf aan een kruisverhoor door Petra Grijzen, voor de gelegenheid gekleed in een opvallende rode jurk waarover de twitteraars niet uit­gepraat raakten. Vliegenthart stoorde zich mateloos aan de Grijzen-sessies. ‘Verschrikkelijk’, vond hij ze. ‘Dat politici zich zó laten toespreken – ik begrijp het gewoon niet.’

vvd-veteraan Hans Wiegel figureerde onlangs met een andere oude wijze, voormalig SP-leider Jan Marijnissen, in ‘DWDDinges’, zoals Wiegel de talkshow van Matthijs van Nieuwkerk noemt. Gelardeerd met oude zwart-witfragmenten van politieke televisie uit de jaren zestig en zeventig werd het een onderhoudend optreden. Als Waldorf en Statler, de twee oude mannetjes uit de Muppet Show, lieten de twee politieke pensionado’s zien waar het in het huidige, sufgeregisseerde discours aan ontbreekt: aan politici en journalisten die risico’s durven nemen. Wiegel is evenmin te spreken over de rol van Petra Grijzen tijdens het Carré-debat, waar zij ‘scoorde’ door Emile Roemer door te zagen over zijn belofte de aow-leeftijd op 65 jaar te houden. ‘Roemer had gewoon moeten zeggen: die vraag heb ik al beantwoord, volgende vraag graag’, vertelt hij aan de telefoon.

In zijn tijd bleef het aantal debatten beperkt. ‘Ik deed er één met Dries van Agt en één met Joop den Uyl.’ Nu is er een wildgroei aan debatten ontstaan, vindt hij. ‘Er zijn tig omroepen die allemaal wat willen organiseren. En de politici blijven maar braaf opdraven. Ik begrijp dat niet. Niemand kan in 45 seconden vertellen hoe de gezondheidszorg moet worden ­gereorganiseerd.’ De belangrijkste politieke partijen zouden vóór de campagne met elkaar moeten afspreken wanneer zij met elkaar in debat gaan, bij wie en hoe vaak, stelt Wiegel voor. ‘Laat de partijvoorzitters dat maar regelen.’ Zo ontstaat er ook weer ruimte voor formats waarin de inhoud beter aan bod kan komen. ‘Ik herinner mij een één-op-één-sessie in Brandpunt, waar ik een uur lang werd doorgezaagd door Ad Langebent. Een uur lang! Dat gíng ergens over.’

Sven Kockelmann is een van de weinige huidige tv-journalisten die met zo’n format de verkiezingen in ging. Zijn Oog In Oog is ook één op één, een half uur lang. Kockelmann, keurig in het pak, is een vasthoudende maar correcte ondervrager, die zich altijd grondig voorbereidt. ‘Graag had ik tijdens de verkiezingscampagne één of twee weken lang iedere dag een Oog In Oog gemaakt’, vertelt hij. ‘Het programmaschema van de publieke omroep liet dat niet toe. Jammer, maar die afweging was niet aan mij.’ Niettemin nodigde Kockelmann ‘verschillende politici’ uit om aan Oog In Oog mee te doen. Bijna allen weigerden. ‘De redenen die ik het meest hoorde waren: “Het past niet in mijn campagneschema” en: “Ik heb onvoldoende tijd om me voor te bereiden”.’ Slechts twee lijsttrekkers zeiden ja. Emile Roemer kwam in juni, lang voordat de campagne begon. Alleen Jolande Sap draafde op in het heetst van de strijd, op woensdag 5 september.

Een half uur lang akkerde Kockelmann samen met haar het complete GroenLinks-programma door. ‘Jolande vond het een verademing eindelijk eens alleen over de inhoud te kunnen praten’, zegt haar woordvoerder Anita de Horde. ‘Tijdens het Carré-debat de avond daarvoor probeerde ze dat ook wel, vooral door Mark Rutte aan te spreken op zijn douceurtje van duizend euro voor iedereen. Maar de presentatoren kapten haar af.’ Eén ding stoorde Sap mateloos aan Oog In Oog, vertelt De Horde: ‘Dat geen enkele andere lijsttrekker daar tijdens de campagne durfde te verschijnen.’ Kockelmann blijft daar diplomatiek over: ‘Ik weet dat de meeste politici mijn programma zien als zwaar en risicovol.’

Het liefst zou hij minder lijsttrekkers­debatten zien, en meer één-op-één-gesprekken. ‘Mijn collega’s zijn te bang dat die saai worden. Ik geloof daar niks van. Kijk maar naar EenVandaag, daar doen ze het ook. En Nieuwsuur brengt gesprekken met twee politici.’ Ook ­Kockelmann bepleit een zekere regulering van de lijsttrekkersdebatten: ‘Ze zijn wel belangrijk, maar het zijn er te veel. En ze blijven zo aan de oppervlakte.’ Hij begrijpt wel waarom: ‘Probeer maar eens een inhoudelijk gesprek te organiseren met acht lijsttrekkers.’ Het zou al helpen, suggereert hij, om de debatten te thematiseren: ‘Bijvoorbeeld één debat over de euro, één over de zorg, één over pensioenen en één over het onderwijs.’

Of het ooit zo ver komt is zeer de vraag. Nederland heeft een van de langste tradities op aarde wat betreft tv-debatten met meerdere lijsttrekkers. Die begon al in 1963, drie jaar na de moeder aller debatten, de confrontatie tussen John Kennedy en Richard Nixon. Op 16 april van dat verkiezingsjaar kruisten twee pvda-leiders, Anne Vondeling en Ko Suurhoff, de degens met twee kvp-kopstukken, Jan de Quay en Wim de Kort. De socialisten sloegen hun opponenten om de oren met feiten en argumenten, driftig bladerend in de stapels paperassen die ze hadden meegenomen. Maar de kijkers ergerden zich aan hun gedram, en wezen de kvp’ers als de winnaars aan. Het was een les die politici én journalisten zich tot op de dag van vandaag ter harte blijven nemen, ten koste van de inhoud.

Die blijft onderbelicht, zelfs als hij voor het oprapen ligt. Het ergste voorbeeld van 2012 is wellicht de doorrekening door het Centraal Planbureau van de partijprogramma’s. Alle media berichtten erover toen het rapport werd gepresenteerd. Daarbij volgden zij hoofdzakelijk de ‘kampioenenclaims’ die de partijen voor zichzelf opeisten. De vvd zou kampioen werkgelegenheid zijn, GroenLinks kampioen schone leefomgeving, de pvv kampioen economische groei – de consequenties van de uittreding uit de euro die deze partij voorstaat, had het cpb niet doorgerekend.

En daar bleef het bij. RTL Nieuws nam de moeite het complete cpb-rapport van 456 pagina’s nog eens door te vlooien op de houdbaarheid van die claims. ‘Ergens achterin zet het cpb op een rij wat de minder prettige gevolgen zijn van de keuzes die de partijen maken’, vertelt Kees Berghuis, chef van de politieke redactie.

Die bleken aanzienlijk. Zo zal het cda de wegenbelasting verhogen met een half miljard euro, en kunnen we onder de vvd in 2027 pas op ons 69ste met pensioen. ‘Die gegevens vind je niet terug in de verkiezingsprogramma’s’, zegt Berghuis. ‘Als ze er wel in stonden, mag je aannemen dat de kiezers heel andere keuzes zouden maken.’ Pas op vrijdag 7 september kon RTL Nieuws openen met Berghuis’ bevindingen. ‘Het kost nu eenmaal tijd om zoiets goed uit te zoeken.’ rtl had pech. Door een technische storing viel het item voor de helft in het water. Geen enkel ander medium nam het over. ‘Waarom zouden ze ook?’ zegt Berghuis sarcastisch. ‘Het is natuurlijk pijnlijk dat ze het zelf niet hebben uitgezocht.’

Liever berichtten de media over ‘de strijd om het Torentje’, waarin de onervaren pvda-leider Diederik Samsom premier Rutte had weten in te halen omdat alle media hem bombardeerden tot ‘winnaar’ van een paar strak geregisseerde lijsttrekkersdebatten. Waarop die kampioensclaim was gebaseerd, bleef onduidelijk. Volkskrant-_columnist Johan Fretz suggereerde hardop dat de pvda domweg de beste manipulator was geweest van ‘het tweede scherm’, de laptop waarmee de kijkers konden stemmen op de deelnemers aan de lijsttrekkersdebatten. Er gingen geruchten over een _war room, waar zo’n 150 jonge pvda-activisten continu leden en sympathisanten van de partij bewerkten om via alle beschikbare digitale kanalen Samsom aan de overwinning te helpen. De ontkenning door de pvda kwam te snel en was iets te categorisch.

Misschien helpt de medialogica Nederland straks aan zijn eerste premier die in feite is verkozen via Twitter.