Economie

Kletspraat

De Telegraaf kopte vorige week zaterdag: ‘Vergrijzing niet rampzalig’. Het Financieele Dagblad sprak zelfs over het ‘Feest van de vergrijzing’. Het ging over het laatste advies van de Raad van Economisch Adviseurs (rea), economen die de Tweede Kamer meestal ongevraagd consult aanbieden.

In het werkstuk, met de titel De zegen van de vergrijzing, zijn de verwijten aan het adres van het Centraal Planbureau (cpb) niet van de lucht. Het cpb zou een ‘partiële visie op vergrijzing’ hebben waarin belangrijke bronnen om de kosten van de vergrijzing op te vangen worden genegeerd. De rea stelt juist dat er voldoende bronnen zijn om de oplopende kosten van de vergrijzing te betalen: huizen, pensioenen, private vermogens, erfenissen, mantelzorg en langer werken omdat we gezonder en ouder worden.

Maar niemand – het cpb incluis – heeft ooit beweerd dat Nederland de oplopende kosten niet kan betalen. De vergrijzing is in essentie een verdelingskwestie en géén betaalbaarheidsprobleem. Door de omslaggefinancierde zorg en pensioenvoorzieningen wordt de solidariteit tussen de generaties ondermijnd omdat het aantal ouderen ten opzichte van werkenden toeneemt. De vraag is dus niet of we de rekening kunnen betalen maar wie die gaat betalen.

Kortom, de rea heeft de kern van het vergrijzingsvraagstuk niet begrepen. Het verwijt aan de Nederlandse beleidswereld dat ze ‘niet meer nadenkt over het werkelijke probleem’ is nogal lachwekkend.

De rea bepleit desondanks langer door te werken. De jongeren betalen de rekening. Zij hebben minder vrije tijd in plaats van geld. Langer werken levert desondanks een bijdrage aan de solidariteit omdat jongeren langer leven en dus ook een groter deel van hun pensioen zelf kunnen betalen. Maar langer doorwerken alleen is onvoldoende.

De andere door de rea genoemde bronnen (pensioenen, huizen en privé-vermogens) worden niet aangeboord om de verdeling tussen de generaties recht te trekken. De rea pleit in zijn notitie níet voor minder subsidies op het eigen huis of minder riante pensioenvoorzieningen via fiscalisering van de aow-premies. Ook pleidooien voor hogere belastingen op vermogen, vermogenswinsten en erfenissen ontbreken. De vergroting van de mantelzorg komt feitelijk neer op: zoek het zelf maar uit.

De rea stelt gratuit voor om de uitgaven aan gezondheidszorg te verhogen. Tegenover wat de rea een ‘investering in gezondheid’ noemt, staat inderdaad meer geluk en gezondheid. Maar de vraag hoe we dat gaan betalen veegt de raad onder het tapijt. Door deze ‘zorginvesteringen’ stroomt er geen extra euro in de overheidskas.

Door hogere zorguitgaven draaien de jongeren voor de lasten op vanwege de grote solidariteit tussen jong en oud in de zorgfinanciering. De rea vergroot aldus de vergrijzingsproblematiek. De oplossing om meer te investeren in onderwijs snijdt ook slechts gedeeltelijk hout. Onderwijs leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit. Door de koppeling stijgen de pensioenen, uitkeringen en ambtenarensalarissen. Ook de belastingen groeien mee, maar aangezien we in de toekomst minder heffen dan uitgeven groeit het gat in de overheidsbegroting net zo hard als de arbeidsproductiviteit. Hoger opgeleiden hebben wel een hogere arbeidsparticipatie, maken meer uren en treden later uit. Dit helpt natuurlijk, maar hier rept de rea dan weer met geen woord over.

De rea meent dat het cpb met een te lage rente van drie procent rekent. Deze drie procent is gebaseerd op de huidige lange rente in de financiële markten. Het vergrijzingsprobleem zou vrijwel zijn opgelost als de lange rente één procent hoger is. De rea-economen weten blijkbaar beter dan de financiële markten wat de lange rente is. Een nogal dubieuze aanname: als ze zo slim zijn, waarom zijn ze dan nog geen multimiljonair?

Bovendien hebben de rea-economen de sommen van het cpb niet goed bestudeerd. Als het cpb rekent met een rente van vier procent in plaats van drie, dan vermindert het bedrag om de overheidsfinanciën houdbaar te maken met circa 0,4 procent van het nationaal inkomen en niet met 1,7 procent zoals de rea nu beweert.

De vergrijzing is een zegen omdat de bevolking krimpt. En Nederland is vol. Althans, volgens de rea. In minder fortuyneske bewoordingen: ‘Het aantal mensen is het optimum voorbijgeschoten.’ Het rea-advies biedt echter geen flinter onderbouwing voor deze boude bewering. Volgens cbs-cijfers is 85 procent van het grondoppervlak onbebouwd en wordt gebruikt voor recreatie, landbouw, bos en natuur.

De rea-economen – allen van middelbare leeftijd – ondermijnen met hun kletspraat het politieke draagvlak voor oplossingen. Er resteert nog een paar jaar om met nette overgangstermijnen ook van hun generaties een bijdrage te vragen voor de vergrijzing.

De rea: ‘Het debat rond vergrijzing wordt gekenmerkt door een geïdealiseerd en versimpeld beeld van het verleden en een slecht begrepen heden.’ Inderdaad. Beter hadden ze het niet kunnen verwoorden.