Ger Groot

Kleur

De zestiende druk van Kafka’s Verzameld werk (Athenaeum-Polak & Van Gennep) verscheen een paar weken geleden in vijf verschillende kleuren. De lezer mag kiezen: paars, geel, rood, blauw of groen. Wat doet zo’n lezer dan? Let hij op het behang in de kamer waar de boeken staan, op de kleuren van de rij waarin de K terecht is gekomen? Of weegt hij het boek eens op zijn hand, knijpt de ogen toe en besluit dan: toch maar groen?

Volgens de boekhandel is die laatste kans niet zo groot. Maar veertien procent van de ingekochte Kafka-exemplaren was groen, zo meldt het persbericht van de uitgever. Die afkeer is alleen nog groter voor de gele kaft, die maar tien procent haalde. Gele boeken verkopen niet, is een oude boekhandelarenwijsheid en boekverkopers zijn ervaren genoeg om daar een goede kijk op te hebben. Je vraagt je af waarom er nog gele boeken worden gemaakt. Paars is bij Kafka verreweg het populairst, met maar liefst een derde van de ingekochte boeken. Rood moest het met net iets minder dan een kwart doen, blauw met net geen vijfde. Dan volgen de muurbloempjes groen en geel.

Het lijstje van de uitgever biedt intrigerende perspectieven voor boekwetenschappers op zoek naar een promotieonderwerp. Zou de populariteit van feministische boeken in de jaren zeventig mede veroorzaakt zijn door het overheersende paars op hun omslagen? Loopt het verzameld werd van Bomans maar zo-zo omdat het in blauw is uitgevoerd? En is de monumentale roman De esthetica van het verzet van Peter Weiss geen kaskraker geworden omdat de uitgever de rug hardgeel heeft gemaakt?

Er zijn solidere speculaties denkbaar, al was het maar omdat er nogal wat nationale verschillen bestaan. In de Angelsaksische landen ziet een boekenkast al snel kakelbont. In Frankrijk zijn de betere romans steevast uitgevoerd in gedistingeerd wit, crèmekleur of geel, alle titels met een identieke belettering: een residu uit de tijd waarin de koper zijn boeken zelf liet inbinden, conform zijn eigen smaak en interieur.

Het mooiste kleurenspel boden vroeger de pockets van Suhrkamp, monochroom uitgevoerd in een kleur die van deeltje tot deeltje heel licht verschoof. In de boekhandel bood de hele collectie een betoverend regenboogschouwspel dat de aandacht direct naar zich toe trok. Thuis was dat effect alleen voor monomane Suhrkamp-lezers weggelegd en dat bleek iets te hoog gegrepen. In de jaren zeventig is de uitgeverij van het principe afgestapt. Nu biedt de collectie een anarchistisch mengsel van harde kleuren en zijn de deeltjes Wissenschaft uitgevoerd in een somber blauw-paars dat heel serieus maar nauwelijks aantrekkelijk oogt.

Er zijn dus grenzen aan de kleurentheorie in de boekwetenschap. Penguinpockets waren decennialang te herkennen aan hun weinig flatteuze oranje ruggen, maar ze verkochten bij de vleet. Maarten Muntinga heeft voor zijn Rainbowpockets niet de voor de hand liggende Suhrkamp-formule gekozen, maar uitgerekend voor het vermaledijde geel. Toch trekken ze meer de aandacht dan het Penguin-oranje van de concurrerende Pandorareeks of het warme paars van Flamingo.

De echte lezer zal er geërgerd zijn schouders over ophalen. Het gaat tenslotte om het boek, gromt hij, en daarmee bedoelt hij de tekst tussen de kaften, geen uitwendigheden als omslag, papiersoort en lettertype. Hij heeft gelijk, maar draait zichzelf wel een rad voor ogen. De werkelijkheid plooit zich nu eenmaal niet altijd naar het gelijk. En zelfs hij grijpt kennelijk liever naar een paarse Kafka dan naar een gele.

Hoeveel literaire smaak komt er werkelijk bij kijken wanneer we in de boekhandel onze keuze maken? Een boek moet lekker in de hand liggen, aardig ogen en bij voorkeur een prikkelende titel hebben: dan is de helft al gewonnen. Was Oek de Jongs bestseller Opwaaiende zomerjurken echt zoveel beter dan de geflopte roman die hij daarna schreef, of had de tintelende, beloftevolle titel daar ook iets mee van doen? De cirkel in het gras: daar gaat geen kopershart sneller van kloppen. Het omslag was nog grasgroen ook.

Voor me ligt nog altijd het persexemplaar van Kafka’s Verzameld werk. Uitnodigend om te lezen? Ik moet bekennen dat ik aarzel. Het heeft een gele kaft.