Diversiteit in de Amsterdamse gemeenteraad

Kleur uit een klasje

GroenLinks leidt mensen met een migratieachtergrond op om de gemeentelijke politiek in te gaan. Hoe doen andere partijen dat? En welke valkuilen dreigen voor partijen die actief op zoek gaan naar meer kleur?

Large groene gemeenteraad

Cafe de Gaeper, het informele hart van de Amsterdamse politiek waar raadsleden na lange en verhitte raadsvergaderingen afkoelen, heeft er sinds kort een nieuwe stamgast bij: Deniz Karaman. De 33-jarige Turkse Nederlander is een van de 44 deelnemers aan een trainingstraject van de diversiteitswerkgroep van GroenLinks. Het politieke klasje stond open voor iedereen met interesse, maar was vooral gericht op ‘Amsterdammers met een biculturele achtergrond’. De cursisten kregen verschillende masterclasses op het gebied van lokale politieke volksvertegenwoordiging en bezochten commissievergaderingen van de Amsterdamse gemeenteraad. Een bezoekje aan de raadsvergadering, op een woensdagavond in mei, is de finale. Na afloop gaat Karaman als een van de weinigen mee een glaasje doen.

In de kroeg komt Karaman zelfverzekerd over. Hij heeft een uitgedachte visie over diversiteit. ‘Het zou fantastisch zijn als een Deniz in de gemeenteraad even vanzelfsprekend aanvoelt voor alle Amsterdammers als een Dennis.’ Maar dat is niet de enige reden dat hij zich kandidaat wil stellen voor GroenLinks, voegt hij er direct aan toe. ‘Ik wil me als raadslid verzetten tegen de commercialisering van de stad en mij inzetten voor een socialer Amsterdam.’ Het politieke klasje vond hij nuttig omdat mensen uit de praktijk hun ervaringen met de deelnemers deelden. Lachend: ‘Wij zijn samen het nieuwe GroenLinks.’

Waar veel andere deelnemers nog twijfelen of ze zich na het trainingstraject ook daadwerkelijk verkiesbaar gaan stellen, heeft Karaman al besloten: hij wil de politiek in. En zijn wens lijkt in vervulling te gaan. Op de kandidatenlijst van GroenLinks Amsterdam staat Karaman, een kandidaat zonder enige politieke ervaring, op de zesde plek. Met Imane Nadif (31 jaar) en Simion Blom (29 jaar) behoort hij daarmee tot de drie biculturele Nederlanders in de top-tien op de kandidatenlijst van GroenLinks. Dat zijn realistisch verkiesbare plaatsen, waarmee GroenLinks Amsterdam haar persoonlijke record breekt als het gaat om etnische diversiteit.

‘We leven in een ongelooflijk diverse stad: meer dan de helft van alle Amsterdammers heeft een migratieachtergrond. Maar dat zien we nog niet voldoende terug in de politiek’, zegt Miguel Heilbron, die het politieke klasje heeft bedacht en de afgelopen jaren mede de werkgroep en het beleid voor diversiteit en inclusie heeft ontwikkeld binnen GroenLinks Amsterdam. ‘Om die perspectieven te laten doorklinken moet je ervoor zorgen dat je volksvertegenwoordigers hebt met toegang tot verschillende netwerken.’

De vijf grote politieke partijen in Amsterdam zeggen etnische diversiteit stuk voor stuk nastrevenswaardig te vinden, maar de manier waarop ze daaraan invulling geven verschilt. Waar sommige partijen bewuste keuzes maken om hun fractie diverser te maken (pvda en GroenLinks), zijn andere principieel kleurenblind (vvd en SP). d66 schippert tussen beide posities. Deze vijf partijen hebben inmiddels hun kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart vastgesteld. Niet geheel verrassend staan bij de partijen die zich actief inzetten voor diversiteit meer aspirant-raadsleden met een migratieachtergrond op de lijst. Al blijft het ook voor die partijen een worsteling, zo blijkt uit gesprekken met kandidaten en bestuursleden. Want hoe zorg je dat diversiteitsbeleid meer is dan symboolpolitiek voor de bühne? En welke valkuilen dreigen voor partijen die actief op zoek gaan naar meer kleur?

‘In een stad waar de helft van de inwoners een migratieachtergrond heeft, worden bijna alle grote partijen geleid door een blanke man. Dat is natuurlijk vreemd’, zegt Floris Vermeulen, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en groepsleider van Challenges to Democratic Representation. En hoewel de Amsterdamse demografie elk jaar diverser wordt, vertaalt zich dat niet direct naar samenstelling van de gemeenteraad. ‘De afgelopen jaren zijn er drie zichtbare patronen als het gaat om de positie van biculturele Nederlanders op de kandidatenlijsten van gevestigde politieke partijen. Het worden er minder, ze staan lager op de lijst en ze worden steeds jonger.’

In een rapport dat hij samen met collega’s schreef naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014, bracht Vermeulen deze trend voor de Amsterdamse politiek in kaart. Behalve de pvdaslaagde geen enkele partij erin om een kandidatenlijst samen te stellen die een etnische afspiegeling van de stad is. Dat verklaart ook waarom vijf van de elf biculturele raadsleden die in 2014 gekozen werden pvda’ers zijn.

Eerst werd diversiteit gezien als een must en een verrijking, maar toen kwam 9/11 en de moord op Fortuyn en Van Gogh

Ook Anja van Heelsum, migratiedeskundige aan de UvA, vindt het gebrek aan etnische diversiteit in de Amsterdamse politiek opmerkelijk. ‘Vanaf de jaren negentig steeg het aantal Amsterdamse raadsleden met een migratieachtergrond gestaag. Maar na de eeuwwisseling begonnen politieke partijen te twijfelen of dit streven naar diversiteit wel zo’n goed idee was.’ Hadden in 1998 elf van de 45 raadsleden een biculturele achtergrond, in 2010 waren dat er nog maar zes. Op dit moment telt de Amsterdamse gemeenteraad evenveel biculturele Nederlanders als twintig jaar geleden (elf).

De reden van de stagnatie, denkt Van Heelsum, is een ‘verrechtsing’ van het maatschappelijk klimaat. ‘Tot ongeveer 2002 werd diversiteit gezien als een must en een verrijking. Bij grote partijen heerste er een idee van: we moeten minstens vier migranten op de lijst hebben – het was hip om divers te zijn. Maar toen kwam nine eleven, daarna de moord op Fortuyn in 2002 en twee jaar later de moord op Theo van Gogh.’ Van links tot rechts kwamen politici tot de conclusie dat de multiculturele samenleving was mislukt en dat de problemen met ‘allochtonen’ en ‘de’ islam ‘benoemd moesten worden’. Of, zoals oud-pvda-raadslid en bestuurder Fatima Elatik het zegt: ‘Tot 9/11 was ik het Amsterdamse raadslid en na 9/11 was ik ineens het Marokkaanse raadslid.’

In een politiek klimaat waarin niet alleen rechts-populisten opkomen voor ‘de Nederlandse identiteit’, zijn zelfs veel progressieve partijen huiverig om actief op zoek te gaan naar kandidaten met een migratieachtergrond, merkt ook Floris Vermeulen: ‘De afgelopen vijftien jaar hebben de gevestigde politieke partijen minder prioriteit gegeven aan diversiteit. Daardoor hebben ze een vacuüm gecreëerd dat nu wordt opgevuld door one-issuepartijen als Bij1 van Sylvana Simons en Denk.’

Als het aantal biculturele Nederlanders in de Amsterdamse gemeenteraad bij de komende verkiezen toeneemt – wat, afgaande op de peilingen, lang niet zeker is – zou dat grotendeels te danken zijn aan de komst van deze nieuwe partijen. Het is een trend die ook te zien was na de Tweede-Kamerverkiezingen van vorig jaar, waarbij Denk drie van de zestien biculturele Nederlanders in de Tweede Kamer leverde.

Vier jaar geleden presenteerde GroenLinks in Amsterdam nog een concept-kandidatenlijst zonder biculturele Nederlanders op een verkiesbare plek. Alleen door tussenkomst van de leden tijdens de algemene ledenvergadering kwam de Surinaamse Nederlander Simion Blom alsnog op plek zes terecht. De afgelopen jaren was hij de enige biculturele GroenLinkser in de raad. Maar onder het voorzitterschap van Tania Barkhuis lijkt de partij een radicaal andere koers te varen. Het politieke klasje is slechts een onderdeel van een veel groter plan, legt ze uit: ‘Ik noem het een interculturalisatieproces – een transitie in het denken en handelen die ervoor moet zorgen dat diversiteit binnen GroenLinks geen loos streven blijft. Er moeten concrete stappen worden gezet.’ Zo zijn er twee bestuursfuncties met de portefeuille diversiteit in het leven geroepen.

Marjolein Moorman, lijsttrekker van de Amsterdamse pvda, heeft zo haar bedenkingen bij de strategie van GroenLinks. ‘Waarom zou je mensen in een apart klasje zetten op basis van achtergrond? Juist door de combinatie van verschillende achtergronden kun je veel van elkaar leren. Dat is de kracht van diversiteit.’ Haar collega-raadslid Sofyan Mbarki is het daarmee eens. ‘Het heeft iets van positieve discriminatie. Ik zou een breder trainingstraject opzetten, voor alle Amsterdammers.’

Toch vindt zowel Moorman als Mbarki het lovenswaardig dat GroenLinks zich inspant voor een diversere kandidatenlijst. Moorman: ‘Het werven en begeleiden van biculturele talenten is een goede zaak. Dat doen wij ook. Onze kandidaatstellingscommissie houdt rekening met verschillende aspecten – diversiteit is daar een van. Vaak hoor je dat kwaliteit voorrang moet krijgen op diversiteit. Dat vind ik echt onzin, een slap excuus. Diversiteit en kwaliteit sluiten elkaar niet uit. Je moet er altijd naar streven om een afspiegeling van de samenleving te zijn, maar dat is niet hetzelfde als positieve discriminatie.’

‘Het is bijna sneu dat ik nog moet uitleggen dat ik in de eerste plaats een Amsterdammer ben’

Anders dan GroenLinks en de pvda, hebben de vvd en de SP nooit bewust voor diversiteit gekozen. Beide partijen geloven best dat etnische diversiteit een toegevoegde waarde heeft, maar niet als doel op zich. Zo’n klasje als bij GroenLinks is bij de Amsterdamse SP dan ook ondenkbaar, zegt voorzitter Chris Schaeffer: ‘Dat gaat tegen onze principes in.’ Als aspirant SP-politicus moet je voldoen aan een aantal criteria, legt hij uit. ‘Naast het feit dat we jou moeten kennen en je iets voor de partij gedaan moet hebben, moet je natuurlijk vooral geschikt zijn. Je moet gevoel voor politiek hebben. Soms spoor ik actieve leden aan om een politieke cursus te doen. Onze kandidatenlijst hoeft ook geen afspiegeling van de stad te zijn, zolang het maar een goede afspiegeling van het actieve ledenbestand is. Daarin is wit inderdaad oververtegenwoordigd.’

Afgezien van Sadet Karabulut, die in 2006 naar de Tweede Kamer verhuisde, heeft er namens de SP nog nooit een Amsterdammer met een migratieachtergond in de gemeenteraad gezeten. Ook dit jaar staan er alleen witte Nederlanders op verkiesbare plekken bij de partij die sinds 2014 in het stadsbestuur zit. ‘We willen wel graag minder wit worden, maar kwaliteit gaat boven diversiteit’, zegt Schaeffer.

Dat principe is ook leidend bij de vvd, waar er ditmaal, net als vier jaar geleden, één biculturele Nederlander op een verkiesbare plek staat. vvd-voorzitter Marijn Ornstein legt uit dat diversiteit bij haar partij ‘een van de vele wensen is in de samenstelling van een kandidatenlijst’. Zo kijkt de vvd-selectiecommissie ook naar ‘een gezonde balans tussen generalisten en deskundigen. Dat iemand een bepaalde etnische achtergrond heeft, maakt hem of haar niet direct beter geschikt.’

Bij d66, de grootste coalitiepartij, moest de algemene ledenvergadering eraan te pas komen om ervoor te zorgen dat niet twee maar vier biculturele Nederlanders op een verkiesbare plek staan. De selectiecommissie had de ervaren raadsleden Meltem Kaya en Dehlia Timman in eerste instantie op een onverkiesbare plek geplaatst, maar dankzij de leden maken ze alsnog kans om herkozen te worden. Het tekent de worsteling van een partij die vanuit haar liberale overtuiging volhoudt dat kwaliteit leidend is, maar tegelijkertijd waarde zegt te hechten aan diversiteit. Al heeft d66daar, anders dan GroenLinks, nog geen concrete plannen aan verbonden.

Dat is problematisch, vindt migratiedeskundige Anja van Heelsum, want ‘raadsleden met een migratieachtergrond kunnen sommige onderwerpen nu eenmaal beter adresseren omdat ze grip hebben op wat zich afspeelt binnen bepaalde gemeenschappen.’ Maar dat werkt alleen als kandidaten ook daadwerkelijk een inhoudelijke rol hebben. In het verleden heerste er te veel een afvinkmentaliteit waarmee politieke partijen naar buiten toe mooie sier maakten met diversiteit, zonder dat er inhoudelijk iets veranderde, zegt Van Heelsum. ‘Door een Nederlandse vrouw met een migratieachtergrond hoog op de kandidatenlijst te plaatsen, sloegen politieke partijen twee vliegen in een klap: etnische diversiteit en genderbalans.’

Het is een verwijt dat vooral de pvda regelmatig te horen krijgt. ‘De Partij van de Allochtonen’ zou diversiteit als windowdressing gebruiken. Biculturele politici werden geacht de fractiediscipline te volgen, in plaats van zelf initiatief te tonen. Ze werden niet gezien als individuen, maar als leden van een groep, die vooral interessant zijn vanwege de stemmen van hun achterban. Het was ook de reden waarom Kuzu en Özturk, naar eigen zeggen, in 2015 de pvda verlieten om Denk op te richten.

Sofyan Mbarki, nummer twee op de lijst van de sociaal-democraten, herkent zich niet in de kritiek. ‘Er is binnen de pvda een nieuwe generatie die niet buigzaam is. De tijd van “lokaas” zijn, zoals Denk het noemt, is allang voorbij. Groepen zijn divers, de diaspora is gefragmenteerd. Eerst had je gastarbeiders met een duidelijk belang: werk. Nu kun je de zogenaamde Nederlanders met een migratieachtergrond niet in een hokje plaatsen.’

Mbarki ziet zich primair als een Amsterdammer. Dat is ook de reden dat hij aanvankelijk huiverig is wanneer ik hem benader voor dit artikel. ‘Als je diversiteit wil onderzoeken moet je ook stilstaan bij het feit dat ik als geboren Amsterdammer nog steeds onder de categorie “migratieachtergrond” wordt geplaatst, terwijl mijn autochtone Nederlandse collega’s, import-Amsterdammers, niet onder die categorie vallen. Ik zit in de raad voor Amsterdammers.’ Zo ziet ook GroenLinks-collega Deniz Karaman dat: ‘Het is bijna sneu dat ik nog moet uitleggen dat ik in de eerste plaats een Amsterdammer ben.’

‘De fout die politieke partijen vaak maken’, vult oud-pvda-bestuurder Fatima Elatik aan, ‘is dat ze denken dat allochtone politici alleen allochtone stemmers aantrekken. Dat is allang niet meer zo. Ik kreeg veel stemmen van brede doelgroepen. Ik laat me niet in een hokje plaatsen. Ik conformeer niet.’

Lijsttrekker Marjolein Moorman erkent dat haar partij in het verleden met dit vraagstuk heeft geworsteld. ‘Vaak hebben we vanuit goede intenties – “iedereen hoort erbij, iedereen mag meedoen” – individuen niet echt serieus genomen. We zijn daarin misschien te lang paternalistisch geweest.’ Maar de bewuste keuze voor diversiteit komt ook voort uit de overtuiging dat een diverse fractie voor rijkere inzichten zorgt. Dat weet Moorman ook uit eigen ervaringen. ‘Ik kan me herinneren dat mijn collega Peggy Burke al in 2010 in de fractie over Zwarte Piet begon, hoe zij uitlegde dat een groot deel van de Amsterdammers daar echt last van had. In eerste instantie had ik zoiets van: wat ongezellig! Ik had vrijwel alleen maar vrolijke associaties met Zwarte Piet, ik realiseerde me te weinig hoe het voelde voor anderen. Op de fiets naar huis realiseerde ik me hoe gek het eigenlijk was dat ik hier niet eerder bij had stilgestaan.’