Kleurklanken

Rob Birza’s schilderijen laten eens te meer zien dat het altijd aankomt op de magische samenklank van kleuren en op hun onuitputtelijke, wonderbaarlijke gedrag.

IN DE NIEUWE schilderijen van Rob Birza (Shifting Systems) is een ornamenteel motief over een ondergrond gelegd die zelf een geometrisch patroon is. Maar misschien moet ik het, wat dat fond betreft, liever over de achtergrond hebben. Hoewel ze liggend op de grond geschilderd zijn, om te verhinderen dat de dunne kleuren zouden gaan druipen, zijn ze daarna aan de wand gehangen. Toen werd er een symmetrisch, ritmisch ornament op het doek geprojecteerd. Daarvan had de kunstenaar er verschillende voorbereid: soms al tekenend ontworpen, maar ook in de rand van gevouwen papier geknipt en daarna opengevouwen en vervolgens met hulp van de computer precies uitgewerkt. Op dat moment werd het kleurige patroon van het fond een ruimtelijke achtergrond waarnaar je kijkt door het motief heen - zoals in Shifting System XI een scherp gesneden motief, in wit, voor een geblokt patroon schuift in tonen van blauw, groen en steenrood. Dat mat gekleurde fond (zelfs schaduwrijk) is een discrete vormgeving die zich zo te zien zonder aarzeling, tijdens het schilderen, heeft geformeerd. De diepste achtergrond in dat patroon wordt gevormd door olijfgroene rechthoekjes. Die zien we door het hele beeld heen onrustig kantelen - net als de roze-rode blokken die als bakstenen door de ruimte tuimelen, achterlangs de blauwe elementen. Die zijn in hoofdzaak zo geplaatst dat hun rechthoekige, plat ogende vorm congruent is met het vlak van het schilderij. Door hun typische dispositie, en omdat ze wat groter zijn dan de andere, werken ze in het patroon ook het stevigst.
De compositie is daarom ook ongedurig omdat de rechthoekjes elkaar overal onder een schuine hoek raken. Over dit patroon dat uit scheve verschuivingen is opgebouwd, legde Birza vervolgens het kruisvormig, symmetrisch ornament, in hoofdzaak bestaande uit grotere en kleinere ovalen. Toen de achtergrond tot stand kwam, wist hij nog niet met zekerheid dat hij, uit verschillende andere, juist dit ornament zou gaan gebruiken. Voor de slanke, dansende vorm ervan werd pas gekozen toen hij het, op die geblokte achtergrond, kon testen door het te projecteren. Eigenlijk werd op dat moment het schilderij gecompleteerd - met het op zijn plaats vallen van het ornamentele motief (dat bleek, bevend wit is) in de onnavolgbare rusteloosheid van het patroon van kleuren. Het middelpunt ervan valt samen met het midden van het schilderij. Het is daarmee het meest stabiele punt in dit schilderij. Ik merk dat ik het beeld vanuit dat midden bekijk. Zo zie ik, rondom, een ongrijpbaar, caleidoscopisch schouwspel van tuimelende vormen en kleuren opengaan. De afwisseling van de gedempte kleuren maakt de beeldruimte wat schaduwrijk, alsof we in een kijkkast kijken waarin een atmosferisch ballet wordt opgevoerd van licht, kleur en figuren.
Net zo statig beweegt zich de verkleinde versie van het ornament (maar met drie kruisarmen) van hoek naar hoek, telkens een slag draaiend. De stapvoetse beweging van die satellieten, ernstig als een mantra, vat de essentie van het schilderij nog eens samen. Ook in Shifting System VII zien we die rondgaande beweging. Het midden van de achtergrond bestaat uit een gele rechthoek met blauwe hoekpunten en daartussen segmenten rood, geel, groen en blauwzwart. Uit de hoeken van die centrale vorm lopen vier banen geel naar de randen. Ze vormen het patroon van een hakenkruis waarvan de wiekende dynamiek voor het oog doorwerkt in de vier grote kleurvelden. Het ornament in het midden is als een symmetrisch getrapt samenstel van rechthoeken met in een kring daaromheen diezelfde vormen in het klein - als hoekige bloemen om een grotere gerangschikt, sierlijk als in een tapijt. Zo zie je, eens te meer, met hoeveel precisie deze schilderijen gemaakt zijn. Intussen zijn de witte lijnen, bijvoorbeeld, van het ornament geschilderd in een licht transparante parelmoerverf die op zijn ondergrond wonderlijk glinsterend oplicht. In Shifting System VII is, mede door zulke effecten, de kleur stralender dan in dat andere schaduwrijke schilderij. Uiteindelijk komt het altijd aan op de magische samenklank van kleuren en op hun onuitputtelijke, wonderbaarlijke gedrag.

PS Rob Birza’s schilderijen (en nog keramiek) zijn tot 10 maart te zien bij Willem Baars op de Hoogte Kadijk 17 in Amsterdam