TONEEL Zomergasten

Kleurrijk toneellandschap

Ergens op de helft van de avond gebeurt het. Ward, een jonge assistent-advocaat, biecht aan huisarts Marja op dat hij de clown van het gezelschap uithangt omdat hij onder die nep-intellectuelen nooit eens iemand ziet lachen. Ward: ‘Mijn hersens zitten helemaal verstopt met allerlei vuiligheid. Ik zou ze de meest gruwelijke en kwaadaardige beledigingen in het gezicht willen slingeren! Ik ben bang dat ik er verdomme van aan de drank raak, net als zij, ze drinken om hun leegheid te vullen en hun vuile streken te vergeten. Tussen dit soort mensen ga ik misschien net zo leven als zij. Hun banaliteit vergiftigt me.’
Het is een uitval, maar een stille. De toneelspeler die Ward vormgeeft, Sanne den Hartogh, leidt zijn monoloog in met een zelden vertoonde vulkanische uitbarsting van clownerie, zo heftig en zo boordevol excessieve lelijkheid dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg. Zijn filippica tegen de hersenloze en gevoelsarme datsjniki komt daarna des te harder aan en doet de sluimerende controverses in Maxim Gorki’s Zomergasten (1904) volledig recht. Want dat is het stuk dat het ensemble van Toneelgroep Oostpool deze weken speelt, in de energieke regie van Erik Whien en in een slimme bewerking van Tom Blokdijk. Die twee personages samenvoegde waardoor het stuk niet meer eindigt met een zelfmoordpoging maar met een moordaanslag onder de datsjniki, een bijna grappige apotheose (de moordaanslag mislukt, net als de zelfmoordpoging bij Gorki trouwens) – het zinloze schampschot leidt niet af van het werkelijke einde: een aantal van de zomergasten besluit dit bestaan definitief de rug toe te keren. Een daad met een gorkiaans uitroepteken en niet met een tsjechoviaans puntje-puntje-puntje, waardoor Bittere Gorki het bij de critici altijd schijnt te moeten afleggen tegen Held Tsjechov.
Ik kwam erg opgetogen en vrolijk uit deze toneelavond en dat moet iets te maken hebben met de opgetogen en vrolijk makende toneelspelersenergie die me in het gezicht woei. Gemiddeld begin dertig zijn de acteurs. De vier vrouwen van ruim ín de dertig nemen lekker pittig het voortouw met vier krachtige, helder neergezette vrouwenportretten. Maria Kraakman als de advocatenvrouw Barbara, vrijwel altijd melancholiek, hier gespeeld met een jaloersmakende schwung. Tamar van den Dop in de rol van huisarts Marja, een emotionele duikelaar die van minnares naar de moederrol tuimelt, en vice versa. Kirsten Mulder als de wufte zwiermadam met een pragmatische kijk op huwelijkse trouw. En Bianca van der Schoot als een in geweldige oneliners grossierende klaagmuur die ook ná zonsondergang ruimschoots geopend blijft. De twintigers en begin-dertigers in deze troep laten zich gewillig door dit kittig dameskwartet zum Tanz aufforderen in een wervelende mise-en-scène waarvoor Marc Warning een mooie omgeving ontwierp, Arien de Vries niet opdringerige kostuums en Casper Leemhuis helder licht. Zelfs de grollen tussen het toneelspelersensemble en de toneelmeesters (‘dames en heren, toneel is een afspraak!’) hebben iets ontwapenends.
Om de zoveel tijd mag het Nederlands toneelhuis even doortochten, dacht ik. Dit jaar is het veertig jaar geleden dat de Russische toneelmaestro Pjotr Sjarov stierf en Ton Lutz (vijftig toen) Sjarovs wens in vervulling liet gaan door Tsjechov licht en luchtig te brengen. Ruim twintig jaar geleden kwamen de jonge toneelspelers van De Trust met een verontrustende en brutale Möwe, vrij naar Tsjechov, regie: Theu Boermans. Een kleine tien jaar terug speelden de toneelspelers van ’t Barre Land zonder regisseur hún Tsjechov, Platonov. En nu blazen veertien jonge toneelspelers, inclusief de regisseur die blaakt van energie en ideeën, verse lucht in een tekst die van hetzelfde bouwjaar is als De kersentuin, waar volgend seizoen de oude maestro Erik Vos zijn tanden in zet. Kleurrijk toneellandschap hebben we. Laat het aan de hand van onze omgang met ‘de Russen’ nog maar weer eens gezegd zijn!

Nog t/m half april te zien. Inlichtingen: 026-4437655, www.toneelgroepoostpool.nl