Kleywegt versus blokker

Hilversum is verschrikkelijk, zeggen zij die het weten kunnen.
Zoals Arie Kleywegt, ex- directeur van de VPRO. Hij beschouwt het bestel als ‘een ramp’ (in een HP-interview, 1982).
‘Types’ als Andre van der Louw, Marcel van Dam en Joop van den Ende, zegt zijn toenmalige collega Jan Blokker op zijn beurt in een recent commentaar in de VPRO-gids, hadden in ‘s lands belang in de wieg moeten worden gesmoord.

In dat HP-gesprek probeerde Kleywegt te verklaren waarom Blokker zo'n excessieve hekel heeft aan Hilversum. Is hier sprake van een obsessie? ‘Jan’, vroeg Kleywegt, 'waarom doe je dat toch? Het lijkt wel of ze je persoonlijk beledigd hebben.’ Waarop Blokker zei: 'Er is iets met mij, dat ik om me heen moet slaan. Van me af moet trappen. Dat is iets psychisch.’
Voor de authenticiteit van het citaat sta ik niet in, want de heren - zegt Kleywegt - waren toen, meer dan tien jaar geleden, gebrouilleerd. Nog steeds, zoals blijkt uit Kleywegts recente reactie op Blokkers boutade over de verwoestingen die 'types’ als Van der Louw c.s. in omroepland hebben aangericht. Blokker pleegt door schrijvend Nederland over het algemeen niet te worden bekritiseerd, voornamelijk uit angst dat hij wat terug zal zeggen. Kleywegt lijkt van dit soort koudwatervrees geen last te hebben. Hij spreekt in zijn ingezonden stuk in de VPRO-gids over Blokkers 'arrogante, dogmatische moralisme waarmee hij zo trefzeker in die Gooise gemeente de schapen van de bokken weet te scheiden: alleen in villa 73 aan de ’s Gravelandseweg (bolwerk van de VPRO-televisie) huizen blanke zielen en verlichte geesten’.
Kleywegt als verdediger van Het Gooi. Maar waarom noemt hij 'Hilversum’ dan in zijn pasverschenen boek De dansorkesten van de BBC, in de beste blokkeriaanse traditie, 'het meest verrotte organisatorische fenomeen van dit land’? De een is 'een instabiele man’ (Blokker over Kleywegt). De ander wordt schamper 'de grote columnist’ genoemd (Kleywegt over Blokker). Hun visie op 'Hilversum’ verschilt niettemin niet zo veel - en als Kleywegt geneigd is Het Gooi enigszins te verdedigen komt dat voornamelijk omdat zijn privebonje met Blokker nog steeds niet is bijgelegd.
In Kleywegts boek komt Blokker maar een keer voor: in de beschrijving van een gezamenljke poging om de VPRO aan een satirisch programma te helpen, waarin H. M. de Koningin in theorie 'een levensgrote trut’ mocht worden genoemd. Het geschiedde in de jaren zestig. Toen streden Kleywegt en Blokker nog zij aan zij tegen de halfgare dominees die de vrijzinnig-protestantse omroep in handen hadden. De satire werd voortijdig afgeblazen dank zij een actie van De Telegraaf ('VPRO komt met radicaal links programma. Ook koningshuis onder schot’).
Toen Kleywegt een paar jaar later zelf in de VPRO- directie zat trof hij in zijn personeelsdossier een notitie aan waaruit bleek dat zijn godvrezende voorgangers nog dezelfde dag hadden overwogen hem 'wegens majesteitsschennis’ te laten ontslaan. Niemand heeft het aangedurfd. Even later was de heerschappij van 'de kwastebiebels uit Nunspeet’ definitief voltooid verleden tijd.