Joe

Klik, schraap, vlam

Joe (Nicolas Cage) leert de vijftienjarige Gary (Tye Sheridan) hoe je meisjes versiert. Onmisbaar is het geluid van een metalen aansteker. ‘Als ze dat horen, dan horen ze geld.’ Maar meer effectief is de gepijnigde glimlach: eerst de grimas van smart, en dan erdoorheen de lach. Werkt keer op keer, zegt Joe, de dames worden week.

Medium film

De grimas en de glimlach zijn evenwel slechts mogelijk als je levenservaring hebt, en dat heeft Joe in overvloed. Lang heeft hij in de gevangenis gezeten wegens mishandeling van een politieagent. Daarna probeerde hij op de juiste weg te blijven. Hij begon een zaak die in opdracht van houtbedrijven bomen in het bergachtige gebied vergiftigt, zodat ze afsterven en kunnen worden gekapt. Zo biedt Joe tevens werkgelegenheid aan mensen die aan de rand van de samenleving staan, en daar zijn er veel van in deze omstreken waar armoede en psychologisch en fysiek geweld welig tieren.

Ook Gary werkt bij Joe. De jongen heeft geen vooruitzichten, geïllustreerd door een veld vol kapotte bootjes die roerloos op het droge liggen in het bos ergens in Mississippi, waar Joe en Gary drinken en roken en die specifieke stijl van het vrouwen verleiden oefenen.

Doordat Joe een surrogaatvader voor Gary is geworden, komt hij oog in oog te staan met de echter vader, Wade (Gary Poulter), een dronkenlap die schizofreen lijkt. Lang houdt de oude man met de wilde kijk in zijn ogen het niet vol in de ploeg van Joe, maar zodra Gary, een doorzetter, wat geld verdient, pakt hij dat af om drank te kopen. Moet Joe ingrijpen om de jongen te redden die voor hem symbool is van het laatste greintje hoop op verlossing? Joe twijfelt: ‘I can’t get my hands dirty with every little thing.’

Joe van David Gordon Green, gebaseerd op Larry Browns gelijknamige roman uit 1991, schetst een wereld waarin mensen geen mensen zijn doordat iedereen voor zichzelf gaat. Wade is het ergst. Hij slaat een andere zwerver met een ijzeren pijp dood, alleen om een halve fles rosé te scoren. Dit is horror southern style, hard en rauw.

Al dit gruwelijks werkt prachtig. Cage speelt zijn beste rol in jaren, en wel naast non-acteurs als Poulter, in het echte leven een zwerver die tijdens het draaien van Joe aan longkanker overleed. Dat geeft de film nog meer nachtmerrie-achtigs. Veel kans om perspectief op al dat duister te krijgen is er niet. Het leven is besmet. Mensen vernietigen zichzelf en sterven langzaam als een van die bomen die Joe met zijn werkploeg vergiftigt.

Er is geen centrum; de patriarch is tegelijk psychopaat. Tussen Joe en Wade zit weinig licht. Joe heeft een Amerikaanse buldog. Die neemt hij mee wanneer hij naar een bordeel gaat. Terwijl hij boven bezig is in een van de vieze kamertjes verscheurt de buldog een andere hond beneden in de woonkamer. Eerder: een schaars geklede hoer verschijnt op handen en voeten in een keukendeur. Een dier.

Dat soort dingen. Ja, het is zo erg, in het echt, en hoe leef je dan?

Er is menselijkheid in Joe – dat van met een gezicht vol pijn en verdriet zoeken naar zachtheid – maar het is geforceerd. Bot op bot, metaal op metaal – daar gaat het om. Klik, schraap, vlam. Wie dat hoort, hoort geen ‘geld’, maar wanhoop en de naderende dood.


Te zien vanaf 12 juni

Beeld: Gary (Tye Sheridan) en Joe (Nicholas Cage) in Joe (Cineart)