Klikkunst

IN DE AFGELOPEN maanden zijn ze een kleine collectie gaan vormen: de lifesavers, korte filmpjes op de VPRO-site. Elke twee weken verschijnt er een nieuw werkje uit de handen van ‘jonge makers die zich bewegen in het schemergebied tussen media, kunst en subcultuur’. Het woord ‘kunst’ wordt angstvallig vermeden, liever spreekt men van webprogramma of webtainment. Kern van de lifesaver (www.vpro.nl/data/lifesavers) is dat hij speciaal op de karakteristieken van Internet is toegesneden.

De lifesaver van Mari Soppela is een slecht begin. Deze Finse multimediaspecialiste heeft een vierkant ontworpen, bestaande uit letters die zo razendsnel verspringen dat je slechts de suggestie van een woord kunt afleiden. Echt zenuwslopend is het elektronische deuntje dat hard en onverbiddelijk doorjengelt. In Loss of Facial Features van Han Hoogerbrugge verschijnt een strak gestileerde kattekop op stand ‘angst’: de ogen rond als dubbeltjes en de oren panisch in de lucht. Door op de ogen te klikken volg je stapsgewijs een animatiefilmpje waarin de hoofdpersoon geleidelijk zijn gelaatstrekken verliest. Een waarschuwing aan hypochonders: 'If you look in the abyss the abyss will look into you’, zo citeert Hoogerbrugge Nietzsche. Sympathiek aan de lifesavers is dat ze eenvoudig en onpretentieus zijn. Femke Wolting, die namens de VPRO de makers selecteert, vertelt dat ze een gerichte opdracht geeft. 'Het moet een afgeronde ervaring zijn die maximaal vijf tot tien minuten duurt. Wij zijn niet op zoek naar kunstenaars die websites met honderdduizenden mogelijkheden maken. Zo'n oneindigheid vind ik vaak erg onbevredigend.’ Kort en krachtig is het devies. Sluit dat niet nauw aan op de vluchtigheid van de zapcultuur? Wolting: 'Iets wat kort duurt, is niet per definitie oppervlakkig. Iets kleins kan heel betekenisvol zijn. Wel richten wij ons op jonge mensen die medialiterated zijn, die tv kijken en hun e-mail beantwoorden.’ De vraag blijft wat de specifieke Internet-kenmerken van de lifesavers zijn. Neem Sometimes van Dick Tuinder, dat hij zelf aanduidt als 'netmovie’. De kijker wordt nadrukkelijk op het hart gedrukt om 'niet’ te klikken - doorgaans de belangrijkste handeling op Internet. Wat volgt is een mooi getekend beeldverhaal dat in een eigen tempo van tekening naar tekening verspringt, ondertussen verhalend over de alledaagse beslommeringen van de hoofdpersoon: zijn verlangens, zijn teleurstellingen, zijn verveling, enzovoort. Uitgesproken Internet-achtig is de netmovie niet, maar volgens Wolting heeft zo'n filmpje op de computer een ander ritme dan op tv. DE KOUDWATERVREES van de VPRO om het woord 'kunst’ in de mond te nemen is wel begrijpelijk. Als je een tijdje op het net rondsurft, wordt duidelijk dat een definitie van kunst meer dan ooit op losse schroeven staat. Niet alleen omdat websites gemaakt worden door kunstenaars, webdesigners, grafisch ontwerpers, nerds en een ieder die de Internet-taal HTML in de vingers heeft, maar ook omdat op het net elke artistieke context verdwenen is. Geven de muren van een museum of galerie betekenis aan de eerste de beste afwasborstel, op Internet ontbreekt elk kader. Sommige kunstenaars proberen deze context zelf te scheppen door in de naam van de website duidelijk 'art’ of 'artist’ te verwerken. Andere kunstenaars zoeken die verwarring juist op. Wat te denken van de netactiviteiten van het Instituut voor Betaalbare Waanzin? Dit in Eindhoven gesitueerde collectief, dat zich beweegt op het terrein van radio, performances, video, muziek, houdt er een omvangrijke website (www.dse.nl/ibw) op na die uitblinkt in de combinatie van kleurrijke beelden, bewerkte foto’s, scherpe maatschappijkritiek, meligheid en prachtige vondsten. In artistiek opzicht even moeilijk te vatten is Kaufhaus Inferno van Paul Mennes en Eric Joris (www.kaufhausinferno.com). Wie is uitgerust met de nieuwste versie van Quick Time (die de gebruiker in staat stelt in 3D rond te bewegen) kan afdalen in hun onderwereld. De bezoeker komt terecht in een warenhuis met zeven verdiepingen, geïnspireerd op Dantes Divina commedia. Een geactualiseerde tekst vergezelt de verschillende kringen van de hel. De verdieping van de wellustelingen is een sobere schets van een supermarkt waarin je kunt rondscrollen en inzoomen. Op sommige pakjes kun je klikken. Je wordt dan doorgelinkt naar bijvoorbeeld een pornosite waar de wellusteling zijn hart kan ophalen aan masturberende cheerleaders. Een verdieping lager resideren de gulzigaards. Wie hier een voorwerp aanklikt, komt bijvoorbeeld op de website van Montignac. Kaufhaus Inferno is een echt multimediaal project (hoewel geluid ontbreekt) dat zich probeert te verhouden tot de enorme diversiteit van Internet. Maar zijn een origineel idee, een knipoog naar Dante en een paar graphics voldoende om het predikaat 'kunst’ te verdienen? Dat moeten mensen zelf maar bepalen, vindt Femke Wolting. Zij krijgt bijval van Internet-kunstcritica Josephine Bosma die in een artikel (in Mute) schrijft dat 'het steeds belangrijker wordt om een persoonlijke keuze te maken hoe kunst te ervaren. Kunst ontleent niet langer haar waarde aan de exclusiviteit van een upperclass, maar aan de exclusiviteit van een culturele sensiviteit.’ 'KOOL OF PENSEEL, inkt, olieverf, papier, linnen, schaar en lijm, foto of video - de computer is alles in een’, jubelt Gundolf Freyermuth in het artikel 'Cyberart im Internet’. 'Het is universeel gereedschap voor universeel digitaal materiaal. Fictief of documentair, stilstaand of lopend beeld, geschreven, gesproken of gezongen tekst, alles komt in dezelfde bitssalade terecht.’ Freyermuth vertolkt de euforie die vaak rond computerkunst hangt. De kracht van computerkunst is inderdaad het multimediale karakter. Internet gaat nog een stapje verder: de computer is nu aangesloten op een groot netwerk en heeft interactieve mogelijkheden. Kaufhaus Inferno is een sterk staaltje netwerkkunst. De klassieker op dit gebied is evenwel Refresh van de Russische kunstenaar Alexei Shulgin. Bij Refresh (www.kud-fp.si/luka/fresh.html) zijn tientallen zo niet honderden websites van over de hele wereld achter elkaar geschakeld. Een klein programma maakt dat de browser na tien seconden automatisch naar de volgende site doorspringt. Refresh appelleert daarmee sterk aan de gedachte dat Internet een globale gemeenschap is. Helaas werkt het project niet goed meer doordat sommige websites niet langer actief zijn en de ketting blokkeren. Interactiviteit is wellicht het meest omstreden aspect van netkunst. De klassieker op dit gebied is Truisms van Jenny Holzer (adaweb.walkerart.org/project/holzer/cgi/pcb.cgi). Truisms zijn levenswijsheden zoals 'Boredom makes you do crazy things’ of 'Dreaming while awake is a frightening contradiction’. De website van Holzer toont enkele tientallen van dit soort one-liners, en de bezoeker wordt uitgenodigd de uitspraken naar believen te veranderen of te verbeteren. Opnieuw kun je je afvragen wat dat met kunst te maken heeft? Wat betekent een dergelijke inspraak van de kijker? Femke Wolting ziet het als een truc waar het nieuwtje snel van af is geraakt. 'Traditioneel is kunst iets waar je van af moet blijven. Dus het feit dat je iets kon veranderen was vijf jaar geleden een shock. Nu zegt dat niets meer.’ Beeldend kunstenaar Dick Tuinder signaleert ook een generatieconflict: 'Holzer is een oude hippie. De generatie van Power to the People. In plaats van een autonoom kunstwerk krijg je dan een sociale sculptuur. Ik vind dat je ervan uit mag gaan dat een kunstenaar goed heeft nagedacht over een kunstwerk. Naast een Rembrandt leg je toch ook niet een doos viltstiften met “Als je een beter idee hebt, ga je je gang maar?”(’ DE VARIETEIT aan netkunst is groot. Toch valt er wel degelijk een rode draad te ontdekken. Veel kunstenaars en critici zijn namelijk van mening dat Internet-kunst het beste tot haar recht komt als zij gebruik maakt van de middelen van en reflecteert op de Internet-cultuur. In die categorie vallen overigens ook twee van de VPRO-lifesavers. Edo Schoonbeek laat de gebruiker tevergeefs met de cursor over het scherm bewegen. Volkomen in het duister tastend begint de gebruiker te klikken. 'Zoek je iets?’ zegt een treiterig tekstje. 'Zoeken, niet klikken’, staat er behulpzaam. 'Warm, warm’, 'Blijf zoeken, je kunt nooit weten.’ Uiteindelijk raakt de cursor kwijt en blijft de gebruiker met lege handen achter. Ook het Amsterdamse ontwerpcollectief Dept speelt met conventies van het net en de computer. Alledaagse woorden als 'save’ veranderen in 'safe’. Al rondklikkend komt de bezoeker in een getekende wachtkamer met een apparaat met volgnummertjes die allemaal een grap in zich bergen: 'order now one k’, staat naast de afbeelding van een klein doosje. Een balkje dat steeds vol en dan weer leeg loopt, prijst zichzelf aan: 'Incredible low loading times.’ Het is een spel met beelden, begrippen en woorden die herkenbaar zijn voor iedereen die regelmatig achter de computer zit. Buitengewoon komisch is Remedy for Information Disease van Alexei Shulgin (www.desk.nl/you/remedy) die hulp biedt aan al wie overspannen is geraakt van het geflikker op Internet (de advertenties bijvoorbeeld). Shulgin biedt de patiënt eerst een tekst op een rustige grijze achtergrond. Dan begint de behandeling. Je mag een beeld kiezen (een astronaut, een kat, enzovoort) en een beweegrichting. Vervolgens begint het bewuste plaatje als een razende rond te tollen of te schudden. Kortom, een shocktherapie. De absolute hit in reflecterende kunst op Internet is het duo Dirk Paesmans en Joan Heemskerk, dat opereert onder de naam Jodi. Het onderwerp van hun oeuvre is veelal de onbeheersbaarheid van de computer. Wie nu naar hun website gaat (www.jodi.org) krijgt een groot aantal netscape-venstertjes op het beeldscherm die als kakkerlakken rondscheuren. Alleen door de computer opnieuw op te starten kun je aan deze nachtmerrie ontsnappen. Voor het tijdschrift Mediamatic maakte het duo onlangs een cd-rom met werk dat geheel gebaseerd is op storing, in zowel beeld als geluid. De poëzie ervan is ongeëvenaard. De vraag of het werk van Jodi kunst is, wordt dan ook door niemand gesteld. EEN BELANGRIJK MOMENT was de afgelopen Documenta in Kassel, waar Internet-kunst in de off-line wereld gepresenteerd werd. Volgens critica Josephine Bosma zijn musea en kunstinstellingen met een tweeslachtige inhaalmanoeuvre bezig. Aan de ene kant zijn ze bang de boot te missen, aan de andere kant hebben ze er nauwelijks iets voor over. Bosma: 'De vraag naar de waarde van kunst is weer actueler dan ooit. Voor Internet-kunst wordt nauwelijks geld uitgetrokken. Omdat het toch op het net staat worden kunstenaars niet eens betaald of overgevlogen voor een opening. Er ontstaan nu ook galeries on-line. Het eerste werk dat werd aangekocht is My Boyfriend Came Back from the War van Olia Lialina. Dat was een dappere daad, want een Internet-project kun je niet bezitten.’ Hoewel musea ertoe overgaan mirrors (kopieën) van Internet-sites te maken, is tijdelijkheid inherent aan netkunst. De leiding van de Documenta besloot tot het andere uiterste: het volledig deleten van de Internet-collectie na de tentoonstelling. Dit schoot de kunstenaars in het verkeerde keelgat. Bosma vertelt dat er door een Sloveense kunstenaar onmiddellijk een kopie werd gemaakt die in Polen weer tot een illegale cd-rom is verwerkt. Ook de opstelling van het werk op de Documenta kreeg veel kritiek: er was een kantoor ingericht waar het publiek achter de computer kon gaan zitten. Jodi zegt daarover in een interview: 'Die metafoor is ontzettend clichématig. Het is bedoeld als een grap, maar het is niet komisch. Met video deed men indertijd hetzelfde. Voor een van de eerste exposities van het werk van Nam June Paik werd in een museum een huiskamer met tv-toestel ingericht.’ INTERNET-KUNST lijkt in toenemende mate een plek in de gewone wereld te veroveren. Paul Groot, redacteur van Mediamatic, selecteerde makers voor een Internet-zuilenproject van de PTT tussen het Centraal Station en NewMetropolis in Amsterdam. Toch distantieert hij zich met verve van de netkunst. 'Wie zich netkunstenaar noemt is in mijn ogen “fout”. Internet is zó modieus! Het gaat om de drive van een kunstenaar om zijn gedachten of gevoelens te formuleren, of hij dat nu achter de computer of met de kwast doet.’ The medium is not the message. 'Het computerscherm wordt vaak als een heilig tabernakel behandeld. Natuurlijk is het een fenomeen dat je serieus moet nemen, maar je moet ook afstand nemen en het onderuit halen. Daarom is Jodi zo goed.’ Voor de Internet-zuilen nodigde Paul Groot een aantal jonge makers uit, variërend van een beeldend kunstenaar tot een systeembeheerder. Het resultaat is een reeks kleurrijke en direct aansprekende beelden die functioneren als screensaver. 'Een anti-netstatement’, zo betitelt Paul Groot het project. 'Je kunt een lijn trekken van de stippen van impressionisten als Seurat naar de pixels van het beeldscherm. In feite formuleren wij een heel ouderwetse esthetica: een mooi beeld. Iets om trots op te zijn. De jongeren delen met mij een scepsis ten aanzien van de abstractie van veel netkunst.’ Over één ding zijn alle partijen het eens. De snelle ontwikkelingen maken Internet tot een uiterst spannend medium. Paul Groot: 'e weet dat er prachtige dingen mogelijk zijn die je nog niet gezien hebt.’ Femke Wolting heeft niet eerder zo'n 'excitement’ mee gemaakt: 'Iets wat een half jaar geleden nieuw was, is nu alweer van drie kanten ingehaald. Fascinerend.’