Je leest er niets over in het dagelijks nieuws, maar deze maanden is het gevecht om de Green Deal gaande. Nadat de Europese Commissie begin juli het pakket klimaatmaatregelen presenteerde, moeten nu de lidstaten instemmen. Sommige kunnen niet wachten, andere moeten overgehaald worden.

Het is wat onduidelijk waar onze regering staat. Enerzijds drong Nederland aan op meer ambitie in de reductie van emissies, waardoor die nu op 55 procent is gesteld. Anderzijds kan vooral onze premier best een zetje gebruiken, wellicht in de vorm van een geheugensteuntje. Het is bijvoorbeeld maar goed dat we na 1995 in het kader van de Maaswerken in Limburg dijken en kades versterkt en woningen verplaatst hebben. Daardoor is het waterpeil er vorige maand tientallen centimeters minder gestegen. Cruciaal, want het verschil tussen wel of geen overstroming bedroeg op sommige plekken slechts enkele centimeters. Het bewezen nut is belangrijk, want de aanpassingen zijn nog steeds werk in uitvoering – vaak trage uitvoering; de watersnood was een aansporing tot meer voortvarendheid.

De Nederlandse watersnood van 2021 was klein bier vergeleken met de rampen in Duitsland en België, waar vele tientallen mensen het leven lieten. En die rampen zijn slechts een vingeroefening voor de klimaatcatastrofes die nog komen – als we niets doen. De Europese Commissie presenteerde de Green Deal de dag voordat het watergeweld in Nordrhein-Westfalen losbarstte. De Belgische premier Alexander De Croo en bondspresident Frank-Walter Steinmeier legden direct een verband met klimaatverandering. Van de leiders van de drie getroffen landen hield alleen premier Mark Rutte zich op de vlakte.

De Green Deal vraagt om een ander financieel beleid

Jammer, want er moet niet alleen meer ruimte voor de rivier komen, plus andere maatregelen om ons sneller aan te passen aan klimaatverandering en de opwarming sterker af te remmen. We hebben daarnaast ook meer financiële ruimte nodig om de Green Deal te kunnen omarmen. De angst dat klimaatbeleid de burger hard in de portemonnee gaat raken maakt veel Nederlanders terughoudend om zulk beleid voluit te steunen. Diezelfde angst, gekoppeld aan electorale overwegingen, maakt ook veel politici terughoudend – Rutte voorop. Dit is onzinnig. Nederland is een rijk land. We kunnen de klimaattransitie met gemak betalen zonder dat de lagere inkomensgroepen of zelfs de meerderheid van de Nederlanders er financieel veel van voelen. Die boodschap moet luid en duidelijk doorkomen, want angst voor de kosten van klimaatbeleid ligt toch op de loer. Een derde van de huishoudens heeft volgens Nibud-enquêtes moeite om rond te komen, één op de vijf heeft geen of te weinig financiële buffer.

Dat komt doordat de vermogens buitengewoon scheef zijn verdeeld, en de inkomens ook steeds meer. Van de negen miljoen werkenden zitten er tweeënhalf miljoen als flexwerker of zzp’er op financieel onveilige werkplekken. Vaak lager betaald, meestal slecht verzekerd tegen ziekte en ongevallen en met te weinig pensioen. Intussen wordt een eigen woning voor steeds meer mensen onbereikbaar en stijgen de huren. Een verontrustend grote minderheid van de Nederlanders voelt zich dus financieel onzeker. Zo bezien is huiver voor welk nieuw beleid dan ook te begrijpen.

Gelukkig kan het veel beter. Er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd. Met enkele échte hervormingen zou er al veel gewonnen zijn. Door een veiliger arbeidsmarkt en een einde aan de loonmatiging kunnen de inkomens breed stijgen. Een lagere loonbelasting, gefinancierd uit verhoging van de vermogensbelasting, draagt daaraan verder bij. Die zal bovendien speculatie op de woningmarkt ontmoedigen, waardoor huizenprijzen kunnen stabiliseren.

Burgers hebben dan een steviger inkomenspositie. Ze zullen politici sneller dwingen ernst te maken met de Green Deal, zodat er in de achterkamertjes minder lang getreuzeld wordt. In 2050 willen we immers klimaatneutraal zijn. Het is zaak de inrichting van Nederland sneller op orde te krijgen. Niet alleen de waterwegen en bergpolders, maar ook de financiële inrichting. Er is weinig tijd meer te verliezen.