Klimaat en vrouwen

We moeten ons eetpatroon veranderen, ons reispatroon, ons hele gedragspatroon, eigenlijk. En de topman moet wijken voor de topvrouw. De mens doet het niet uit zichzelf. De politiek moet ingrijpen.

WAT IS DE OVEREENKOMST tussen de dreigende klimaatverandering en het aantal vrouwen in topfuncties? Dat wanneer we alles op z’n beloop laten er bij beide te weinig ten goede verandert.
Zonder extra maatregelen bezetten vrouwen pas aan het eind van deze eeuw in Nederland zo’n dertig procent van de topfuncties in het bedrijfsleven. Spannen we ons niet extra in, dan hebben we tegen die tijd het klimaat en onze leefomgeving naar de filistijnen geholpen. Met enige ironie kun je in dat geval wel zeggen dat het aantal vrouwen in topfuncties dan ook niks meer uitmaakt.
Begin deze week kwamen beide onderwerpen door toeval op dezelfde dag ter sprake. In de Tweede Kamer was er eindelijk een meerderheid voor een wettelijk streefcijfer voor het aantal vrouwen in de raad van commissarissen van bedrijven met meer dan 250 werknemers. ‘Eindelijk’ slaat hier niet op mijn persoonlijke voorkeur, maar op de geruime tijd waarin al over de voor- en nadelen van een quotum wordt gediscussieerd. Alle argumenten zijn al uitentreuren de revue gepasseerd. De tegenstanders vinden dat een vrouw op haar kwaliteit gekozen moet worden en niet om haar vrouw zijn. Dan zou ze er slechts als excuustruus bij zitten. Onder die tegenstanders zijn er overigens ook die dit argument gebruiken omdat het zo fijn bijdraagt aan het handhaven van de status-quo, het intact blijven van het old boys network.
Trek van een paar grote bedrijven de raden van commissarissen na en het patroon van dat netwerk ontvouwt zich. De vorige week failliet verklaarde DSB-bank met zijn vele liberale, mannelijke oud-politici is er een mooi voorbeeld van, maar echt niet het enige. De DSM-commissaris is ook actief bij Grolsch en Transavia, Philips of Ahold en de Philips-commissaris op zijn beurt weer bij Heineken of Unilever, en meestal is er één of geen vrouw in hun midden.
De voorstanders van een quotum wijzen er altijd op dat het oprukken van vrouwen zonder wettelijke streefcijfers veel te langzaam gaat. Niks is immers zo moeilijk te veranderen als ingesleten gewoontes en gedrag. Een deel van de tegenstanders van quota heeft zich daar inmiddels door laten overtuigen, onder meer omdat uit onderzoek van de Erasmus Universiteit is gebleken dat zonder ingrijpen pas in 2090 dertig procent van de topfuncties wordt ingenomen door vrouwen. De vraag of de ommezwaai ook een handje is geholpen door de vele kritiek op de old boys, die in ieder geval niet hebben kunnen voorkomen dat de wereld nu wordt geteisterd door een financiële en economische crisis, is een onderzoek waard.
Op dezelfde dag dat het quotum voor vrouwen aan de orde was in de Tweede Kamer vierde de Club van Rome haar veertigjarig bestaan en presenteerde het Planbureau voor de Leefomgeving bij die gelegenheid zijn rapport Growing within Limits. Toen de Club van Rome begin jaren zeventig met haar rapport Limits to Growth kwam, spitste de discussie daarover zich vooral toe op de vraag of het wel klopte dat de natuurlijke hulpbronnen opraken, zoals de club waarschuwde. Het opwerpen van die vraag werd niet alleen ingegeven door wetenschappelijke scepsis, maar gebeurde ook uit tactische overwegingen. Er werd handig gebruik van gemaakt door degenen die niks liever wilden dan gewoon kunnen doorgroeien, zeg maar de voorstanders van het handhaven van de status-quo.
Daarna deed zich hetzelfde voor in de discussie over de klimaatverandering en eventueel te nemen maatregelen om deze te beperken. Er is scepsis over de vraag of het wel de mens is die het klimaat doet veranderen. Daarnaast zijn er tegenstanders van overheidsingrijpen, die ervan overtuigd zijn dat het probleem zich als het ware vanzelf oplost, omdat de mens altijd inventief is geweest en in staat met nieuwe technieken het onheil af te wenden. Voorstanders van maatregelen delen niet alleen de scepsis niet, zij denken ook dat innovatie alleen onvoldoende is. Zij pleiten daarom voor gedragsverandering.
Maar dat laatste gaat niet vanzelf, dat bewijst het achterblijven van vrouwen in topfuncties maar weer eens.
Hoe moeilijk zou het bijvoorbeeld zijn om op korte termijn ons dagelijks eetpatroon te wijzigen? Dat is niet alleen goed in het kader van de klimaatcrisis, maar ook onontbeerlijk om de voedselcrisis te bestrijden, waar de wereld eveneens mee kampt en die eveneens geen uitstel van maatregelen duldt.
Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat er een aanzienlijke bijdrage aan de broeikasreductie – twintig tot dertig procent – wordt geleverd en er de helft minder landbouwgrond nodig is als we ons dieet veranderen naar per week maximaal zeventig gram rundvlees, zeventig gram varkensvlees, 330 gram kippenvlees en eieren (één ei weegt ongeveer vijftig gram) en 160 gram vis.
Het is slechts één scenario van het Planbureau, maar de op de gram uitgerekende hoeveelheden zullen wel weer discussie uitlokken die de aandacht afleidt van de werkelijke boodschap: dat we de wereld naar de knoppen eten. Want juist dat maken deze cijfers duidelijk: je kunt ermee uitrekenen hoe ver je over die hoeveelheden heen zit en je realiseren welke aanslag je daarmee dagelijks op het milieu pleegt.
Het Planbureau bepleit met dit dieet overigens geen voedselquota. De kritiek daarop zou eveneens voor de hand liggen: dat beknot mensen in hun vrijheid, het is onuitvoerbaar, daardoor ontstaat handel in voedselrechten hetgeen de rijken bevoordeelt, enzovoort.
Maar hoe krijgen we ons eetpatroon dan wel toekomstbestendig? Of ons reispatroon, ons surfpatroon, kortom ons hele gedragspatroon? De tijd dringt. De politiek zal niet aan ingrijpende maatregelen kunnen ontkomen, want uit zichzelf verandert de mens zijn gedrag niet, zeker niet als het allemaal een beetje minder moet. Daar weten mannen die plaats moeten maken voor vrouwen alles van.