‘Oppervlakkig beschouwd, lijkt het ironisch’, zei de Amerikaanse president Biden vorige week. Hij gaf daarmee commentaar op zijn eigen uitspraken. Op de klimaattop in Glasgow had hij uitstoot van fossiele brandstoffen ‘een existentiële bedreiging voor de mensheid’ genoemd, terwijl hij een paar dagen eerder olieproducenten had opgeroepen om meer olie op te pompen en te verkopen. ‘Ironisch’ leek best een toepasselijk woord. ‘Maar de waarheid is, en iedereen weet dat’, legde Biden uit, ‘dat het idee dat we van het ene op het andere moment overgaan op hernieuwbare energie niet rationeel is.’

‘Rationeel’ – een woord om in de gaten te houden bij Amerikaanse presidenten. Ronald Reagan gebruikte het graag, onder meer om uit te leggen waarom zijn regering het apartheidsregime steunde en waarom hij er heel veel kernwapens bij bouwde. Daar was ‘geen rationeel alternatief’ voor. Wel schrapte hij later nog veel meer kernwapens dan hij had gebouwd en besprak tot schrik van zijn generaals zelfs afschaffing van het hele arsenaal met Gorbatsjov, dus misschien is dat woord ‘rationeel’ wel een goed teken.

Vooralsnog lijkt het daar op de klimaattop niet op. Veel afgevaardigden doen mee met het toneelstukje dat ‘Keep 1.5 alive’ heet: de ambitie om de maximale opwarming van de aarde tot anderhalve graad te beperken. Om dat te halen is jaren achter elkaar dezelfde vermindering van koolstofuitstoot nodig als werd behaald in het coronajaar 2020, toen de helft van de wereldeconomie voor langere of kortere tijd op slot ging. Dat zouden landen dan moeten bereiken door middel van een verdrag en eigen inspanning – ik hoop dat de voorspelling niet cynisch klinkt dat dat nooit gaat gebeuren.

De VS willen simpelweg geen enkel akkoord dat bindend is

Wél haalbaar zijn nog steeds afspraken die verdere uitstoot begrenzen en op termijn verminderen. Het is illustratief dat sommige leiders van landen waarvoor dat het belangrijkst is niet in Glasgow zijn: ze kunnen niet reizen omdat arme landen te weinig covid-vaccins hebben. De wereld in een notendop. Maar voor het slagen van de top zijn zij ook minder belangrijk; dat wordt in de praktijk bepaald door grote, met name rijke, landen, en waar zij mee denken thuis te kunnen komen.

De vorm van de huidige klimaatafspraken is bijvoorbeeld een rechtstreeks gevolg van de eigenaardigheden van de Amerikaanse politiek. De Verenigde Staten willen simpelweg geen enkel akkoord dat bindend is. Dat geeft alleen maar heibel in Washington en het loopt daar waarschijnlijk stuk. De VS deden in de afgelopen eeuw aan een slordige vijftig internationale verdragen niet mee, die varieerden van de maan tot discriminatie en biodiversiteit. Dertig daarvan werden ondertekend door een Amerikaanse president of een andere afgevaardigde, maar niet geratificeerd door het Congres. Daaronder was het Kyoto-protocol, het verdrag uit 1997 dat landen verplichtte hun CO2-uitstoot te verminderen. Daarom mislukte ook de klimaattop van Kopenhagen in 2009: president Obama wilde geen bindend verdrag. Daarom ook kozen onderhandelaars in Parijs in 2015 voor een wereldwijde doelstelling, waar landen vrijwillig aan zouden bijdragen. Vervolgens deden al die landen bij elkaar minder dan ze samen hadden beloofd, maar dat lag natuurlijk aan de rest.

De Europese Unie is ook zo’n geval apart. Met enig recht presenteert de EU zich als klimaatleider van de wereld. Maar de keerzijde is dat de EU de rest van de wereld de oplossingen wil opleggen die de Unie na eindeloze interne onderhandelingen heeft bereikt (een koolstofbelasting), en dat de EU vanwege haar interne politiek met geen mogelijkheid meer een andere kant op kan. Adam Tooze schetste onlangs in een essay in Foreign Policy waar dat op uit kan lopen: een ‘koolstof-handelsoorlog’ tussen de EU en de VS, met China dat zal staan te springen om de kant van Europa te kiezen.

Als dat klinkt als de aangekondigde ‘multipolaire wereld’, dan klopt dat helemaal. ‘Biden wilde een klimaatalliantie met Europa. Hij krijgt een gevecht’, concludeerde Politico al. Als dat helpt om de wereld aan een koolstofbelasting te helpen, dan is dat goed nieuws. Maar veel beter zou het zijn als de VS en Europa wél een akkoord sluiten over uitstootvermindering, ook al zou dat over de hoofden van andere landen zijn. Want zou dat echt beter via een geopolitieke confrontatie moeten? Dat is nou werkelijk, om met Ronald Reagan te spreken, geen rationeel alternatief. Maar voorlopig ligt het nog wel open.