Klimaat

Anders dan de PVV praat het gros van de partijen over meer dan dichte grenzen. Niet immigratie, maar koopkrachtwolken en schone lucht verdelen Den Haag.

Ook als het bij deze verkiezingen vooral gaat om immigratie en integratie zal de keuze van de kiezers gevolgen hebben voor de koopkracht, de werkgelegenheid, de automobiliteit, de luchtverontreiniging, de energievoorziening of de veestapel. Een volgend kabinet gaat echt niet vier jaar op zijn handen zitten als het om deze onderwerpen gaat. Een kiezer die daar geen rekening mee houdt, kan zich dan achteraf bedrogen voelen. Die is even vergeten dat het eigen welzijn ook wordt bepaald door de mate van inkomensongelijkheid in de samenleving, de automobiliteit of schone lucht.

De pvv van Geert Wilders schreeuwt om dichte grenzen en vecht tegen windmolens. Dat laatste in dit geval letterlijk. Geen geld naar windmolens is het enige op het pvv-verkiezings-A4’tje dat hint naar het onderwerp klimaat, energievoorziening en minder uitstoot van broeikasgassen. De windmolens worden door de pvv in één adem genoemd met kunst, ontwikkelingssamenwerking, innovatie of omroepen. Ook naar die ‘linkse hobby’s’ moet geen geld.

De pvv wil dichte grenzen, maar luchtverontreiniging en klimaatverandering houden zich niet aan grenzen. Wilders zal er zijn schouders over ophalen: nepwetenschap. Met dat argument heeft hij niet meegedaan aan het doorrekenen van zijn verkiezings-A4’tje door het Centraal Planbureau (cpb) en het Planbureau voor de Leefomgeving (pbl) op de effecten ervan. Het is een excuus om te maskeren dat zijn plannen niet zijn uitgewerkt en de pvv ook niet de kennis en kunde in huis heeft om dat te doen.

Voor wie wél geïnteresseerd is in koopkrachtwolken en schone lucht zijn er dus twee rapporten. In dat van het cpb zijn politieke partijen beoordeeld op het eerste, het pbl oordeelde over het laatste. Op de persconferentie van vorige week zei directeur Hans Mommaas van het pbl te hopen dat de media de uitkomsten van beide rapporten voor de kiezer aan elkaar zouden kunnen verbinden. Geloof in de functie van de media is geen overbodige luxe in deze tijd, daarom heb ik de handschoen voorzichtig opgepakt. Voorzichtig, omdat de hoeveelheid informatie die is uitgestort niet in oneliners is te vangen.

Als het gaat om ‘groen’, dan doen GroenLinks, d66 en de ChristenUnie het goed. Ze scoren hoog bij het pbl op de combinatie verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, inzetten op hernieuwbare energie, terugdringen van autokilometers en bevorderen van openbaar vervoer.

Kiezers die hiervan zijn gecharmeerd, moeten weten dat het autorijden duurder wordt. Zo zijn GroenLinks en d66 voorstander van zowel een kilometerheffing als een congestieheffing voor personenauto’s, waardoor rijden in de spits de automobilist geld gaat kosten. De ChristenUnie kiest niet voor de kilometerheffing, wel voor de congestieheffing, met daarnaast nog een cordonheffing rondom de vier grote steden in de spits voor personenauto’s.

Geloof in de functie van de media is geen overbodige luxe in deze tijd

Het is de vvd alle drie een gruwel. Maar die staat hierin inmiddels alleen, althans van de partijen die hun programma door de pbl-scan lieten gaan. Het cda deed dat net als de pvv niet.

De ‘groene’ drie verwijzen graag naar de stijging van de uitlaatgassen en de geringe mate waarin het aantal files wordt teruggedrongen door de vvd-plannen. Omgekeerd wijzen de liberalen naar de mindere bereikbaarheid van banen in de programma’s van de ‘groene’ drie: de tijdswinst bij het reizen naar het werk weegt niet op tegen de extra kosten van het woonwerkverkeer. Tegenargument van d66 is dat flexibele werktijden en van huis uit werken de toekomst heeft.

pvda-leider Lodewijk Asscher, die in de peilingen tegen de rug van zijn GroenLinks-collega Jesse Klaver aankijkt, vindt het autorijden in de spits duurder maken geen goed idee. Klaver pakt volgens hem daarmee de gewone man. Dat is een mooi bruggetje om over te stappen op de effecten van de verkiezingsprogramma’s zoals die zijn berekend door het cpb. In de koopkrachteffecten zijn alle maatregelen van de partijen meegeteld, dus niet alleen het duurder maken van het autorijden in de spits. Als Asscher eerlijk zou zijn moet hij toegeven dat GroenLinks de gewone man dan helemaal niet pakt. De koopkrachtverschillen tussen GroenLinks en pvda zijn minimaal voor mensen met inkomens tot ongeveer 3,5 keer het minimumloon.

Voor de eerlijkheid moet daar wel bij worden gezegd dat de gewone man in die koopkrachtberekeningen voor GroenLinks zijn auto dan al heeft laten staan in de spits. Dus in die zin kan hij zich wel gepakt voelen en heeft Asscher een punt; want als de gewone man toch de auto neemt in de spits, gaat hij er inderdaad minder in koopkracht op vooruit. Dat hij en ook zij die meer verdienen de auto niet pakken is overigens precies de bedoeling van GroenLinks.

Koopkracht en de kosten van autorijden zijn maar een onderdeel waarop politieke partijen met behulp van de twee rapporten vergeleken kunnen worden. In het algemeen kan de volgende conclusie worden getrokken uit beide rapporten. Wie voor de auto is, klimaat minder belangrijk vindt, belang hecht aan een hoge banengroei, een toename van inkomensongelijkheid voor lief neemt en niet op de pvv wil stemmen, komt uit bij de vvd.

De kiezer die het klimaat een warm hart toedraagt, banengroei belangrijk vindt, maar de inkomensongelijkheid graag ziet slinken, heeft meer keuze. Dat vergt enige verdieping in de partijprogramma’s van GroenLinks, d66, cu, pvda en sp. In het achterhoofd kan die kiezer er rekening mee houden dat deze partijen er na de verkiezingen samen uit kunnen komen. Daar is het onderlinge klimaat wel naar.