Raki Ap, geboren in Papoea-Nieuw-Guinea op Indigenous Liberation, Amsterdam, 16 oktober

Raki Ap (37) moest strijd leveren. Hij heeft staan bonken op de spreekwoordelijke deur. Maar daar zit hij dan. Behaaglijk op een sofa op het verhoogde plateau in een oude gymzaal van een tot wijkcentrum omgetoverd schoolpand in Amsterdam-West. Hij werpt een blik in het publiek en kijkt het zaaltje indringend aan. Wat terugkijkt is een grote verscheidenheid van klimaatactivisten. Hij ziet ze één voor één als potentiële bondgenoten voor zijn zaak: de vrijheidsstrijd van West-Papoea.

Tot een jaar geleden zat hij zelf vaak in het publiek. Dan moest hij geduldig wachten tot het vragenrondje voordat hij de microfoon kreeg. Vandaag is hem door de organisatie een plek gegund in het gesprekspanel.

Ap spreekt niet namens zichzelf, maar namens een heel volk. Als spil van de Free West Papua-campagne zet hij een vergeten vrijheidsstrijd in de etalage. En de klimaatbeweging is daarvoor een dankbare vitrine. ‘De verhalen van mijn volk, die hoor je nooit’, zegt hij. ‘Terwijl ons verhaal daar eigenlijk zou moeten beginnen. Een land waar mensen van kleur worden onderdrukt en uitgemoord. De klimaatcrisis is naast een kapitalistische crisis ook een koloniale crisis. Alsof slavernij en kolonialisme iets uit het verleden is. Nee, het gebeurt nú!’

Op deze strategiedag van de klimaatbeweging wordt vandaag teruggeblikt, uitdagingen worden besproken en geheimen voor een sterke campagne onthuld. Het gaat over vvd-beleid, de Shell-zaak wordt uitvoerig gevierd, het kapitalisme gretig verwenst. En kijk, ook het inheemse perspectief passeert de revue, bij monde van Ap. Want zolang dat niet wordt ingebed in de strategie van de groene beweging, ‘zijn we gedoemd te mislukken’.

Ap had zichzelf even voordien geïntroduceerd, maar eigenlijk was dat overbodig. Mensen kennen hem ondertussen. Aanwezigen spreken hem bij zijn voornaam aan. Inmiddels is Ap vergroeid geraakt met de Nederlandse klimaatbeweging. En dat terwijl hij tot een paar jaar geleden nog nooit op een klimaatprotest was geweest. Hij had andere zaken aan zijn hoofd dan de opwarming van de aarde.

Voor de aanwezigen heeft hij vandaag een simpel verzoek: een handreiking naar West-Papoea. ‘Want dát is waar de Unilevers, de Shells, bang voor zijn. Dat de Milieudefensies en de Greenpeaces van deze wereld pal achter de zelfbeschikking van de Papoea’s gaan staan, pal achter landrechten van de mensen in de Amazone. Mijn volk is immers slachtoffer van júllie stilte.’

Ap vecht voor de vrijheid van een land waar hij nog nooit is geweest. Hij is geboren in een vluchtelingenkamp in Papoea Nieuw-Guinea, het buurland waar zijn zwangere moeder samen met zijn drie broers naartoe was gevlucht na de moord op zijn vader. Die kent hij alleen van de bewonderenswaardige verhalen. Arnold Ap was antropoloog en muzikant, een beroemdheid in West-Papoea. Hij onderzocht de culturen en gebruiken van de verschillende inheemse volkeren van het eiland en met zijn groep Mambesak (‘Paradijsvogel’) zong hij politiek geëngageerde liederen. ‘Hij was ontzettend geliefd, een soort Marco Borsato van West-Papoea.’

Maar in de ogen van de Indonesische overheid was Arnold Ap een gevaarlijke oproerkraaier, vanwege zijn opruiende songteksten en banden met vrijheidsstrijders. De zanger annex wetenschapper werd vastgezet, gemarteld en in 1984 om het leven gebracht, volgens het leger omdat hij geprobeerd had te ontsnappen. Zijn dood wordt in West-Papoea nog jaarlijks herdacht.

Op YouTube is een filmpje te vinden van de troonrede van koningin Juliana, uit 1960. Ze zegt: ‘Nederlands Nieuw-Guinea zal het komende jaar een belangrijke nieuwe fase in zijn ontwikkeling naar zelfbeschikking ingaan.’ Dat was de belofte: net als Indonesië zou West-Papoea een eigen, onafhankelijke staat krijgen. Er werd een volkslied gecomponeerd, een vlag ontworpen, zelfs een regering gevormd. Maar de belofte werd nooit ingelost. Nadat Nederland in 1963 het eiland had verlaten, kwam West-Papoea onder controle van Jakarta en begonnen multinationals jacht te maken op de vele bodemschatten waaraan het eiland rijk is. De volksraadpleging van 1969, waarbij ruim duizend aangewezen vertegenwoordigers unaniem tegen onafhankelijkheid zouden hebben gestemd, bekrachtigde het bewind van de ‘nieuwe kolonisator’.

Want zo ziet Ap de Indonesische bezetting van zijn vaderland: als een voortzetting van het kolonialisme. ‘Dat referendum was een grote farce’, zegt hij. ‘De kiesmannen zijn onder druk gezet en gemarteld, dat hebben internationale waarnemers en juridische experts later ook bevestigd.’

We zitten in de achtertuin van zijn moeders huis, een sociale huurwoning aan het Moerbeiplein in Den Haag. Ap woont met zijn gezin aan de andere kant van het hofje, tegenover de speeltuin. Dit is de plek waar hij opgroeide, nadat hij op éénjarige leeftijd als vluchteling in Nederland was beland. Hij was een straatschoffie, vertelt hij, elke dag voetballen, kaarten, of gewoon rondhangen met gasten die meer uithaalden dan onschuldig kattenkwaad. Een van zijn broers raakte op het verkeerde pad en zelf was Ap ook niet altijd een lieverdje. ‘De mensen uit de omringende middenklassebuurt keken op ons neer, onze straat had geen goede reputatie. Nu pas realiseer ik me hoezeer klasse en ras een rol speelden in mijn jeugd.’

Met West-Papoea hield Ap zich in die jaren niet bezig. Natuurlijk hoorde hij wel eens verhalen van familie, maar zich echt verdiepen in de cultuur of de geschiedenis van zijn volk, daar had hij geen behoefte aan. Op school werd hij regelmatig gepest met zijn afkomst. ‘Wat jij wille met je Papoea billen’, zeiden klasgenootjes dan, alsof het om een stelletje primitievelingen ging. ‘Ik schaamde me en durfde eigenlijk niet te vertellen waar mijn familie vandaan kwam’, zegt Ap. Na het behalen van zijn mavo-diploma ging hij het leger in, net als zijn twee jaar oudere broer. ‘Ik zag hoe mensen hem aankeken als hij dat uniform aan had. Hij straalde gezag uit, verdiende geld en dat maakte mijn moeder trots. Dat wilde ik ook.’

Ap meldde zich aan bij de luchtmacht, ging op trainingskamp in Alabama en beleefde daar een ‘gouden tijd’. ‘Ik zat op de Chinook-transporthelikopter, dat vond ik zo vet. Ik kon bijna niet geloven dat ik daarvoor betaald kreeg.’ Maar na zijn terugkomst in Nederland begon hij te twijfelen. Zat hij wel op zijn plek bij het leger? Was dit wat hij de rest van zijn leven wilde doen? Moest hij doorbijten of ontslag nemen? Hij vroeg zijn wijlen vader om advies en in een droom gaf die hem raad: kies je eigen pad. ‘Ik ben een spiritueel mens’, zegt Ap. ‘Ik geloof dat wij nooit alleen lopen. Onze voorouders zijn altijd nabij.’

Raki Ap, Amsterdam, 16 oktober

‘SYSTEM CHANGE, NOT CLIMATE CHANGE’. Het spandoek hangt als een trots vaandel voor het activisme van de groene beweging achter het spreekgestoelte in Amsterdam-West, waar Ap heeft plaatsgenomen. Ap tikt het aan het begin van zijn praatje aan. ‘Het staat er heel mooi. Maar system change begint met story change. Wat zijn de verhalen die we hier vandaag vertellen? Het gaat niet alleen over ecosystemen of ontbossing, over biodiversiteit of innovatie. Klimaat is een mensenrechtenzaak. Bestaat mijn cultuur morgen nog? Leeft mijn volk morgen nog? Dát is het verhaal.’

‘De voorhoede’, zo klinkt het vanmiddag strijdbaar, ‘dat zijn wij.’ Het is een aanspraak die wringt, want van alle afgevaardigden is Ap de enige persoon van kleur. ‘Als ik uitsluitend zou afgaan op de mensen die ik op dit soort evenementen zag, was ik denk ik keihard weggelopen. Als iemand met mijn achtergrond denk je meteen: deze ruimtes zijn niet voor mij bestemd.’ Vanaf het podium, de microfoon losjes in de hand, confronteert hij de aanwezige groene klasse met ‘haar falen’. ‘Waar zijn de mensen uit andere inheemse diaspora, waar zijn de mensen uit de armere wijken? Waar zijn de mensen van kleur? Die perspectieven zijn zo nodig. Als we daar binnen onze beweging al zo’n moeite mee hebben, hoe doen we het dan naar buiten toe? Over welke systeemverandering heb je het?’

Hoe kan dekolonisatie een inherent onderdeel worden gemaakt van de klimaatstrijd? Dat dilemma wil Ap de groene elite, niet alleen vandaag maar voortdurend, voorhouden. Dus vertelt hij hoe bedrijven het leefgebied van zijn volk wegvagen in hun hebzucht naar goud, koper, gas en palmolie. Hoe vijfhonderdduizend mensen én vitaal natuurgebied bedreigd worden. Dat inheemse volken – hoewel slechts vijf procent van de wereldbevolking – tachtig procent van alle biodiversiteit op aarde beschermen. Dat de kolonist – voorheen de Nederlandse staat – gewoon een ander gezicht heeft gekregen. En hoe de uitputtingscultuur van multinationals verbonden is met het voortbestaan van zijn volk.

‘Het gaat over de hebzucht van grote bedrijven, over een economisch systeem dat alleen gericht is op winst, ook als dat ten koste gaat van mens en milieu’

Wat zich precies afspeelt in West-Papoea blijft voor de buitenwereld vaak ondoorzichtig, omdat er geen journalisten of onafhankelijke waarnemers welkom zijn. De berichten die wél doorkomen zijn verontrustend genoeg. Vorig jaar waarschuwde de mensenrechtencommissaris van de Verenigde Naties voor ‘escalerend geweld’. Het leger en veiligheidstroepen zouden zich stelselmatig schuldig maken aan intimidatie, arrestaties en mishandeling van mensenrechtenactivisten. In een aantal gevallen was er zelfs sprake van moord. Met harde hand onderdrukt het Indonesische regime iedereen die zich hardop uitspreekt over zelfbeschikking in West-Papoea en inheemse papoea’s die protesteren tegen discriminatie. En het duldt geen enkele bemoeienis van buitenaf, omdat het een schending van de soevereiniteit zou zijn.

‘Ons doel is bewustwording creëren over het onrecht dat ons volk wordt aangedaan’, zegt Benny Wenda, de internationale leider van de Free West Papua-campagne. Wenda vluchtte in 2003 naar het Verenigd Koninkrijk, nadat hij wist te ontsnappen uit de gevangenis. Er hing hem een celstraf van 25 jaar boven het hoofd omdat hij een demonstratie had georganiseerd die uitliep op geweld.

‘Ik heb geluk gehad dat ik weg wist te komen’, vertelt hij via een videoverbinding. ‘Er zijn genoeg voorbeelden van vrijheidsstrijders die het niet overleven, zoals Arnold Ap.’ In diens jongste zoon zag Wenda direct een ‘charismatisch leider’ van de nieuwe generatie. ‘Ik heb Raki aangewezen als internationale woordvoerder omdat hij de boodschap van onze strijd kan overbrengen. Hij is een inspirerend mens en full of spirit.’

De ontmoeting met Wenda zette zijn leven op z’n kop, vertelt Ap. ‘Hij gaf me een gevoel van een missie.’ Vol overgave stortte Ap zich op die missie, al ging dat in het begin met horten en stoten. Hij organiseerde demonstraties voor de Indonesische ambassade in Den Haag, waar met een beetje geluk zo’n dertig mensen op af kwamen. Hij vond het schokkend om te merken hoe weinig Nederlanders weten van wat zich afspeelt in een van de voormalige koloniën.

‘Als ik gastlessen geef op middelbare scholen komen na afloop vaak geschiedenisdocenten naar me toe. “Ik had hier geen idee van”, zeggen ze dan. Ik kan het de jeugd moeilijk kwalijk nemen dat ze amper van West-Papoea hebben gehoord – het begint bij de stilte in de Nederlandse instituties. Ik probeer die stilte te doorbreken.’

Na zijn tijd bij de luchtmacht was Ap begonnen met een baan bij de staf Speciale Operaties van het ministerie van Defensie. Hij zat bij vergaderingen met topambtenaren en hoge generaals, was getuige van top secret overleg. Daar leerde hij strategisch denken. ‘Ik zag hoe besluitvorming tot stand komt en hoe geopolitiek werkt. Dat heb ik allemaal opgezogen, zodat ik die kennis kan inzetten voor onze campagne.’

Om verandering te bewerkstelligen heb je politieke invloed nodig, merkte hij, en dus las hij alle partijprogramma’s, op zoek naar aanknopingspunten. In het programma van GroenLinks kwam hij passages tegen over ons koloniale verleden in Nederlands-Indië. Dat bood perspectief. Wat ook hielp was dat de drempel om actief te worden bij GroenLinks lager lag. ‘Bij veel andere partijen kreeg ik de indruk dat ze toch vooral hoogopgeleiden zochten. En ik had slechts een mavo-diploma.’

Na een introductiegesprek kreeg Ap de uitnodiging van de Haagse afdeling van GroenLinks om letterlijk op de zeepkist te klimmen. Hij kreeg twee minuten om zijn praatje te houden. ‘Ik was onwijs zenuwachtig. Dit was een huge moment voor mij.’ Hij zette zijn tooi op – een hoofddeksel versierd met kralen, schelpen en veren – en vertelde kernachtig over de geschiedenis van West-Papoea en het onrecht waar de bevolking van zijn vaderland nog altijd onder gebukt gaat. Hij ontving een groot applaus. ‘Dat gaf me vertrouwen.’

Via GroenLinks kwam hij in contact met de klimaatbeweging. Tot dan toe was het klimaat geen onderwerp dat hem bezighield. ‘De opwarming van de aarde? Biodiversiteitsverlies? Het zei me niets. Maar iedere kans die ik kreeg om het verhaal over West-Papoea te vertellen greep ik met beide handen aan.’ Dus toen hij een uitnodiging kreeg van de Fossielvrij-beweging, een actiegroep die bedrijven en instellingen ertoe aanspoort om hun investeringen uit de fossiele industrie terug te trekken, begon hij na te denken over het verband tussen de strijd voor een vrij West-Papoea en de ecologische crisis. ‘Fossielvrij voerde ook campagne tegen BP, daar kon ik wel wat mee.’

De Britse oliemaatschappij is namelijk ook actief in West-Papoea, waar ze voor miljarden aan aardgas uit de bodem pompt en gedijt bij de repressie van het Indonesische regime. ‘BP verwoest de natuur en schendt mensenrechten’, zegt Ap en dat maakt het tot een gemeenschappelijke vijand van de Papoea’s en de klimaatactivisten. Ook bij Fossielvrij sloeg zijn praatje aan. ‘Ik merkte hoeveel potentie hier lag’, zegt Ap. ‘Ik begon de structuren te doorgronden die aan de basis liggen van zowel de klimaatcrisis als de onderdrukking van de Papoea’s. Het gaat over de hebzucht van grote bedrijven, over een economisch systeem dat alleen gericht is op winst, ook als dat ten koste gaat van mens en milieu. Langzaam vielen voor mij de puzzelstukjes op hun plaats.’

Ook voor Benny Wenda is het een logische koppeling. Hij heeft de strategie van Ap dan ook omarmd voor de internationale campagne. ‘Je kunt genocide en ecocide niet los van elkaar zien’, zegt hij. ‘Wij vechten niet alleen voor onafhankelijkheid, maar voor het voortbestaan van de mensheid. Ons eiland heeft het op één na grootste regenwoud ter wereld. Dat zijn de longen van de planeet. Inheemse volkeren willen dat natuurschoon beschermen – we leven in vrede met de bergen, rivieren en bossen. Wie ons steunt, steunt de oplossingen voor de klimaatcrisis.’

Ja, het is opportunistisch, erkent Ap. Zijn primaire doel is de onafhankelijkheid van zijn volk, en de alliantie met de klimaatbeweging is een ‘strategische keuze’. Soms vindt hij het een moeilijk te verteren gedachte dat hij een hele omweg moet afleggen om de pijn van de Papoea’s over te brengen. ‘Wat zegt het dat mijn verhaal pas gehoor krijgt als je het koppelt aan een zorg die leeft bij witte welvarende Nederlanders: klimaatverandering? Het is de omgekeerde wereld. Omdat de instituties gefaald hebben, moet ik geduld hebben met hun emoties.’

Eén emotie is er altijd: ongemak. Zo ook na Aps ‘donderspeech’ – zoals een toehoorder het zou omschrijven – op de strategiedag van de klimaatbeweging. Als de moderator panellid Hiske Arts van Fossielvrij Nederland om een reactie vraagt schuifelt ze rusteloos heen en weer op haar zitplek. Er valt een stilte. ‘Ik merk dat ik de omslag moeilijk kan maken naar mijn eigen verhaal. Omdat dit mij zo aangrijpt. Daar gaat het mis in onze beweging. Dat erken ik.’

Die reflectie is precies wat hij hoopt te bereiken, zegt Ap later. ‘Ik wil het verhaal laten leven. Hoe het voelt om Papoea te zijn en de nalatenschap mee te dragen. Want ze beleven het niet echt. Ze beleven niet dat je vader is vermoord of dat je je huis wordt uitgezet. Ze snappen het, zeggen ze. Maar ze voelen het niet. Zodra je het voelt, sta je aan mijn zijde. Dan hoef ik het je niet uit te leggen. Dat ongemak, daar zit de magie, daar begint verandering. Want beleving zorgt voor bezinning.’

Raki Ap spreekt op Indigenous Liberation, georganiseerd in het kader van 12 oktober, de dag dat Columbus in 1492 Abya Yala, het Amerikaanse continent, binnenviel. Amsterdam, 16 oktober

‘Misschien had ik een paar bars moeten droppen.’ Ap staat aan de kade van het IJ in Amsterdam. Hij heeft zojuist een podcast opgenomen in de studio van FunX, het radiostation voor urban muziek dat zich vooral richt op jongeren in de grote steden. ‘Het is een uitdaging om het onderwerp klimaatverandering over te brengen bij onze luisteraars’, zegt de presentator. ‘Die vinden het toch al snel saai.’ Daarom heeft ze Ap uitgenodigd. ‘Raki is iemand die snapt hoe ons publiek denkt, hij heeft de juiste voice.’

Hij speelt serieus wel eens met de gedachte om een rap op te nemen, maar in de studio hield hij het bij een helder vertoog, waarin hij keer op keer terugkwam tot de kern: klimaatverandering gaat over mensen, ‘zwarte en gekleurde’ mensen in het bijzonder, want, zo zei hij on air: ‘Als we meer om hun levens hadden gegeven, dan hadden we nu niet zo in de problemen gezeten.’

‘Het valt niet uit te leggen dat Greenpeace grote campagnes opzet voor de orang-oetan in Indonesië en stil blijft over de half miljoen doden in West-Papoea’

Op de dag van de opname in Pakhuis de Zwijger stroomt het water door de straten van Valkenburg en Ap aarzelt geen moment om die gebeurtenis aan te grijpen als een wake-upcall: ‘Klimaatverandering is aangekomen. We beleven nu hoe confronterend het is. Dit is pas het begin van wat er op ons af komt.’

Hij heeft een overhemd met foto’s van Bob Marley aangetrokken – ‘een cadeautje van mijn nichtje’ – en als geluidsfragment kiest hij voor de reggae-klassieker One Love, omdat liefde is wat we nodig hebben in de strijd tegen klimaatverandering. ‘Stel je voor dat jouw kind in dat huis zit ergens in Limburg. Stel je voor dat je land je in de steek liet en niet naar je omkeek. Daarom: One Love, geef om elkaar en je zult zien hoe snel we klimaatverandering kunnen stoppen.’

Wat kunnen luisteraars nu zelf doen? vraagt de presentator. ‘Stemmen’, is Aps eerste antwoord, want de grootste fout die je kunt maken is denken dat de politiek er niet toe doet. Hij vertelt over zijn dochtertje die een werkstuk maakt over palmolie en haar spreekbeurt houdt over klimaatverandering. Lees je in en laat je horen, is zijn advies, want als individu kun je wel degelijk een verschil maken, daar is hij zelf het bewijs van.

O ja, voordat de eindtune begint wil hij nog één laatste puntje inbrengen: ‘Waar zijn al die Black Lives Matter-activisten? We hebben jullie nodig.’

Intersectionaliteit is makkelijker gezegd dan gedaan. Zoals de witte milieubeweging zich meer bekommert om oerbossen dan om mensen van kleur, zo is het voor antiracisme-activisten kennelijk niet vanzelfsprekend om mee te lopen met klimaatmarsen en dat is jammer, vindt Ap. Iedereen heeft zijn eigen strijd en wanneer je het verhaal te groot maakt, verlies je je focus en slagkracht, is een veelgehoorde vrees.

‘Dat is het probleem van de hele milieubeweging’, zegt Egbert van der Hoek (75). Als lid van Grootouders voor het Klimaat is Van der Hoek naar Amsterdam-West afgereisd voor de strategiedag. ‘Aps strijd is voor velen hier lastig te rijmen met ons gemeenschappelijke doel. Het maakt die eenduidige boodschap die we willen uitdragen moeilijker. Al die verschillende thema’s verbinden, en ook nog eens West-Papoea erbij halen? Dat is een geestelijke opgave. Ik begrijp de bezwaren, want zo’n boodschap vertroebelt. Wat heeft racisme nou te maken met het klimaat? denken velen. Het is al lastig genoeg om het klimaatprobleem zelf uit te leggen. Het heeft iets ontregelends.’

Binnen de groene beweging proefde Ap vaker scepsis over het nut van zijn verhaal. ‘Gevestigde groene instituties’ als Milieudefensie, wwf en Greenpeace werden ‘overdonderd’ door zijn boodschap. Hij miste moed en zelfreflectie. ‘Het valt niet uit te leggen dat Greenpeace Nederland grote campagnes opzet voor de orang-oetan in Indonesië en stil blijft over de half miljoen doden in West-Papoea. In dat gebied wonen mensen. Dat lees je niet in hun analyses. Dat hoor je niet in hun strategieën.’ En dat neemt Ap ze kwalijk. Met hun stilte zouden milieuorganisaties de pijn van de inheemse bevolking wegstoppen.

Zulke aantijgingen vallen lang niet bij iedereen goed. Van een senior medewerker van Milieudefensie kreeg hij na een scherp opiniestuk op het journalistieke platform OneWorld op sociale media de volle laag. Die defensieve kramp is volgens Ap tekenend voor de fragiliteit binnen de beweging. Het zijn vooral activisten van de oude school die de handreiking naar inheemse volkeren overbodig vinden, vermoedt hij. ‘Het zit in het signatuur van zo’n beweging.’

‘Milieudefensie zit nog best wel in een witte bubbel’, erkent Noor Blokhuis. Als diversiteitsorganizer, een functie die nu twee jaar bestaat, probeert zij daar verandering in te brengen. Vorig jaar nodigde ze Ap uit om zijn verhaal te doen in een webinar. ‘Ik leerde hoe weinig ik weet over de geschiedenis van mijn eigen land. En voor mij was het ook wel een ontbrekend puzzelstukje. Ik wist wel dat de klimaatcrisis samenhangt met onze koloniale geschiedenis en mensenrechtenschendingen. Maar in Raki’s verhaal wordt dat enorm duidelijk.’

Bij Milieudefensie zijn er steeds meer mensen die dit zijn gaan inzien. ‘Klimaatrechtvaardigheid is nu het vertrekpunt bij alles wat we doen’, zegt Blokhuis, al kan ze zich voorstellen dat Ap tegen weerstand is opgelopen. ‘Sommigen hebben zoiets van “klimaatverandering wacht niet, we hebben geen tijd om ook nog eens dit probleem op te lossen”.’

Ook vanuit Greenpeace kwamen er negatieve reacties op zijn openbare kritiek. Maar in Amsterdam-West had Greenpeace-directeur Andy Palmen vol ontzag naar Ap geluisterd. Na afloop liet hij verstaan met hem te willen ‘reflecteren’ over zijn ‘indrukwekkende’ verhaal en over de activiteiten van zijn organisatie in Brazilië. Laten we in gesprek gaan, was de slotsom. Het is een gecreëerde opening, bij een organisatie waar Ap al twee jaar probeert binnen te komen.

En laat het precies de situatie zijn waarin Ap gedijt, weet Anne-Linn Machielsen (25). ‘Of het nu een stel landbouwers is op een boerendemonstratie op het Malieveld, een jonge klimaatactiviste of een hoge pief uit de groene elite, Raki kan goed inhaken op iemands verhaal en achtergrond. Wat hij zijn publiek vertelt: jíj bent belangrijk. Hij begrijpt dat de ander uit een heel andere context komt. Eigenlijk neemt hij anderen hun onwetendheid niet kwalijk. Maar zodra je het wél weet, mag en kun je er niet meer omheen. Dan is hij hard, en laat hij het ook merken.’

Nadat ze hem trof in een café werd Machielsen – voorheen sporadisch wel eens te vinden op klimaatmarsen en demonstraties van Extinction Rebellion – een trouwe bondgenoot van Ap. Ze raakte nauw betrokken bij de Free West Papua-campagne. Aps aanstekelijke optimisme is volgens Machielsen zijn grootste kracht: ‘Terwijl hij toch een heel nare geschiedenis met zich meedraagt. Een vermoorde vader, vluchten, een genocide in zijn thuisland. Dat zijn heftige verhalen. Maar ondanks die beproeving straalt hij altijd een positieve energie uit. Bij Raki verzand je nooit in een eindeloze, deprimerende discussie.’

In de voormalige Opstandingskerk in de Groningse woonwijk De Wijert staat een ‘derde-generatie Molukker’ op het podium. Kleurrijke discolichten glijden over zijn PowerPoint-slides met daarop informatie over de geschiedenis van de Molukse strijd. Hij vertelt over de rms, de Republiek der Zuid-Molukken, en vraagt zich hardop af hoe hij de nieuwe generatie bij deze strijd kan betrekken. ‘Jongeren zijn meer geïnteresseerd in wat er op hun smartphone gebeurt’, verzucht hij.

De circa dertig toehoorders die op deze zaterdagavond bijeen zijn gekomen voor het Samen voor Maluku-benefiet knikken medelevend maar hebben niet direct een antwoord paraat. Achter in de zaal schiet een arm omhoog. ‘Wat kunnen wij voor jullie doen?’ De man op het podium glimlacht en antwoordt: ‘Dat is sympathiek, Raki, maar jullie hebben je eigen strijd te voeren.’

Over die strijd mag Ap even later vertellen, en hij laat er geen twijfel over bestaan dat het een succesverhaal is. Hij wil de mensen hier inspireren, want ook al hebben de Molukkers en Papoea’s hun eigen grieven, ze vechten beide voor onafhankelijkheid en tegen een gemeenschappelijke vijand, het onderdrukkende regime vanuit Jakarta. ‘We voelen dezelfde pijn en hetzelfde verdriet.’

Ap heeft wel een manier gevonden om de nieuwe generatie te mobiliseren en jongeren te bereiken die tot voor kort misschien nog nooit van West-Papoea hadden gehoord. ‘Storytelling is mijn weapon of choice’, zegt hij. ‘We moeten mensen onderwijzen, zaal voor zaal en school voor school.’ Terwijl Ap praat, filmt zijn broer hem met een smartphone. Af en toe steekt hij een gebalde vuist in de lucht, als teken van instemming.

De klimaatbeweging is een ‘vehikel’, legt Ap uit. ‘In één keer wisten we een heel nieuwe doelgroep te bereiken. Het maakt ons niet uit wie ons een platform biedt, wij hebben een verhaal te vertellen. Ik wil het graag hebben over klimaatverandering en het uitsterven van diersoorten, zolang het woord “Papoea” maar valt.’ Een dag geleden nog sprak hij duizenden jongeren toe op de protestdag van Fridays for Future. Bij Extinction Rebellion lopen er inmiddels activisten rond met een ‘Free West Papua’-T-shirt.

Hij komt in de media, wordt uitgenodigd voor gesprekken met de top van Milieudefensie en Greenpeace. In haar manifest belooft Extinction Rebellion het inheemse perspectief centraal te stellen. Op de klimaattop in Glasgow presenteerde hij samen met milieuorganisaties en de interim-regering van West-Papoea de Green State Vision, een blauwdruk voor een nieuwe grondwet, gebaseerd op inheemse waarden en de zorg voor het milieu. Er is nog een lange weg te gaan en de bewustwording gaat tergend traag, maar Ap ziet wel verandering. ‘Ik heb zaadjes geplant en die komen nu langzaam tot bloei.’

‘Wow’, zegt de moderator als het applaus is uitgedoofd. ‘Als hij je niet raakt met zijn verhaal, weet ik het ook niet meer.’