Het zomerreces is ten einde, komende dinsdag begint de Tweede Kamer weer haar wekelijkse routine, met om twee uur het gebruikelijke vragenuurtje. Eén ding zal echter anders zijn: de plek. Vanwege de renovatie van het Binnenhof huist het parlement de komende jaren in het voormalige pand van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Bezuidenhoutseweg nummer 67 in Den Haag. Vandaar de naam: B67.

Afgelopen week liep ik voor het eerst in m’n eentje rond in de vier torens waar de fracties hun burelen hebben. Het leek wel of ik ronddwaalde in de kabinetsformatie. Alle gangen lijken op elkaar, zoals ook de agenda van kabinetsinformateur Mariëtte Hamer nu al wekenlang hetzelfde is. Soms dacht ik rondjes te lopen, maar bleek het uiteindelijk toch dood te lopen en moest ik terug. Waar is de uitgang? Ik denk dat informateur Hamer zich dat ook zal afvragen.

In de tijdelijke plenaire vergaderzaal van B67 staan de bekende blauwe stoelen en tafels van het Binnenhof. Dat het toch niet dezelfde zaal is, komt vooral door het kunstwerk aan de achterwand. Klonten aarde op vijf panelen. Het heeft nu al een bijnaam: de Klimmuur. Het is te hopen dat de maker, Jos de Putter, het als een geuzennaam ziet. Wat in Den Haag geen bijnaam krijgt, doet er niet toe. En deze is nog symbolisch ook. Hoe klimt de politiek, en de kabinetsformatie, uit het moeras waarin ze is vastgelopen? Een moeras van versnippering, wantrouwen, profileringsdrang, gebrek aan lef en angst voor doorpakken.

Het parlement begint pas komende week in B67, maar deze week stond de Klimmuur al klaar. Als eerste voor de vvd en haar partijleider Mark Rutte. Mochten de liberalen hun herhaaldelijke nee tegen coalitie-onderhandelingen met het linkse blok van pvda en GroenLinks gebaseerd hebben op angst voor gedoe bij de achterbannen van deze twee partijen, dan heeft de vvd dat excuus niet meer. Op de partijbijeenkomsten van zowel pvda als GroenLinks afgelopen zaterdag bleek dat er brede steun, sterker nog veel enthousiasme is voor het, zoals dat in de klimwereld heet, ‘aan elkaar gezekerd zijn’ van de twee fracties.

Dat het enthousiasme bij beide partijen over gaan regeren met de persoon Mark Rutte niet groot is, zal de vvd-leider niet verbazen. De fracties van beide partijen stemden kort na de verkiezingen voor een motie van wantrouwen tegen hem na het debat over de uitgelekte zinsnede: ‘Positie Omtzigt, functie elders’. In dat debat liet Rutte’s geheugen hem wederom op een cruciaal moment in de steek.

Gaat de Omtzigt-achterban eisen dat het CDA niet gaat regeren met Rutte als premier?

Dat de pvda en GroenLinks toch inzetten op samen onderhandelen met Rutte en dus eventueel ook regeren met hem, getuigt van pragmatisme gecombineerd met respect voor de kiezer. Die heeft de vvd immers tot grootste partij gemaakt. Die houding zou de pragmaticus Rutte moeten aanspreken. Ook al wordt hij inmiddels door zowel pvda-leider Lilianne Ploumen als haar GroenLinks-collega Jesse Klaver een weigerpoliticus genoemd. Dat gemeenschappelijke woordgebruik alleen al wijst op een innige samenwerking. Ook kan Rutte na zijn lange jaren in de politiek en zijn eigen opstelling en harde woorden niet opkijken van de pittige toon die beide partijleiders daarbij aanslaan, en dan vooral Ploumen.

Maar misschien willen de liberalen voordat ze echt stappen zetten in de formatie wel wachten totdat ook uit de partijbijeenkomst van het cda, op 11 september, blijkt dat de gemoederen daar wat tot rust zijn gekomen. De vvd zegt immers tot nu toe dat ze tijdens coalitiebesprekingen gezekerd wil blijven aan de christen-democraten, al is die zekering wat Rutte en zijn cda-collega Wopke Hoekstra betreft dan een stuk losser dan bij het linkse blok. Wat blijft is dat niet alleen de achterbannen van pvda en GroenLinks moeite hebben met het eventueel gaan regeren in een kabinet onder leiding van de persoon Mark Rutte, bij het cda leeft dat gevoel ook.

En dan vooral bij de achterban van Pieter Omtzigt, het Kamerlid dat inmiddels zijn lidmaatschap van het cda heeft opgezegd, maar een grote schare fans heeft door zijn vasthoudendheid in het dossier van de toeslagenaffaire. En Omtzigt ziet voor de ellende die deze affaire bij veel gezinnen heeft veroorzaakt vooral Rutte als de kwade genius. De voormalige cda’er zal dat blijven uitdragen als hij zijn Kamerzetel na terugkomst van zijn ziekteverlof weer inneemt, al is dat dan als eenmansfractie. Hoe gaat die Omtzigt-achterban zich op de cda-bijeenkomst opstellen? Eisen dat de christen-democraten niet gaan regeren met Rutte als minister-president? Dat zou pas echt een ironische uitkomst zijn, als links het wel aandurft en de rechtse partner niet.

Ondertussen werkte informateur Mariëtte Hamer begin deze week nog gestaag door. Al wekenlang laat ze zo goed als niet van zich horen. Stilte, zo weet ze als ser-voorzitter en polderaar, is beter dan rumoer en gedoe in de media. Formeren gedijt niet bij openheid. En aan de felle statements van de partijen aan haar tafel over de ander is ze wel gewend: allemaal bedoeld om de achterban te apaiseren.

Gaat het Hamer lukken om een aantal partijen daadwerkelijk met elkaar te laten onderhandelen over de inhoud? Ik durf het niet te zeggen. Maar als ze naar de Klimmuur van Jos de Putter kijkt, die de komende jaren de achtergrond zal zijn van de Kamerdebatten, dan zal ze zien dat je soms omlaag moet, wat naar links of een gevaarlijke klont moet overslaan om boven te komen.