‘Het vertrek van de mier’, Toon Tellegen

Klinische depressie

Hoe weet je of je van iemand houdt? De mier uit Toon Tellegens dierenuniversum weet bijna alles dus ook dit. Je weet of je van iemand houdt als je diegene mist. Het zijn niet de momenten die je samen doorbrengt die de liefde bewijzen, het is het gevoel dat je hebt als iemand er niet is. Al die keren dat de mier en de eekhoorn gearmd langs de rivier zaten, dat ze samen beukenhoning aten en praatten ‘over de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens’, doen er volgens de mier dan ook niet toe. Hij wil weten of de eekhoorn hem niet zal vergeten. Hij is bang dat ze op een dag afgelopen zijn, zoals een feest afgelopen kan zijn, of dat ze gewoon voorbijgaan.

Daarom gaat de mier ook zo vaak op reis. En daarom rent hij meestal nog diezelfde dag terug.

‘Het klopt’, zei de mier. ‘Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.’

En dat zal ook nooit gebeuren. Zelfs niet als de mier bevangen wordt door een duisternis die hij ‘de verte’ noemt en op een dag voorgoed vertrekt. Een psychiater zou zeggen dat de mier een klinische depressie heeft. Het vuurvliegje concludeert dat de mier uit is: ‘Iets binnen in hem is uitgegaan.’

‘Ik ben een afgrond, ik loop langs de rand van mijzelf’, denkt de mier dolend door de woestijn. Hij wil niet naar de verte, maar hij moet. Hij weet wat de eekhoorn zou zeggen: ‘Als je pijn hebt, waarom laat je je dan niet troosten?’ en toch loopt hij door, steeds verder bij zichzelf vandaan. Want als de mier al lang vergeten is wie hij zelf is, herinnert hij zich de eekhoorn nog. Ziet hij de eekhoorn voor zich, roept naar hem: ‘Mis je me altijd?’ hoort terug: ‘Altijd’, en weet een ding zeker: ‘De eekhoorn wacht op mij.’

Het enige wat de mier eigenlijk altijd al wilde was ‘als ik alleen ben naast de eekhoorn zitten en achteroverleunen’. Starend naar de rivier en pratend ‘over gewone dingen en ingewikkelde dingen en niets in het bijzonder’.