Klompjes

Is, zo aan de dagelijkse dis gezeten, daar nog iets van de evolutie merkbaar? Ja, in die zin dat ook aan tafel de zoutwaterdieren nog steeds aan de zoete landdieren voorafgaan.

Begin daarom het sappigste diner van deze week met een paar plakjes oesterworst. Oppert iemand dat oesters geen pootjes hebben en daarom automatisch uit ons programma vallen, dan geef ik diegene ongelijk. Oesters hebben wel degelijk twee gekke, brokkige pootjes. Soort klompjes eigenlijk. Kunnen ze zelfs dichtdoen en erin wonen. Doe ze dat maar eens na.
Overgang van zee naar land verloopt het makkelijkst via Lotharinger eendepootje. Ooit een eend aan land zien stappen? Stel je rondom die eerste schamele voetstap een recept voor en het halve werk is al gedaan. Is er bovendien, in de omgeving van iets consumabels, eenmaal een geografische benaming gevallen dan kun je er verder zoveel onzin aan vastknopen als je zelf wilt.
Verder à la Suisse. Een paar rauwe varkenspoten in water koken tot ze zacht zijn. Braden in boter tot ze een enigszins bruine staat hebben bereikt. Half dozijn geplette jeneverbessen, eetlepel fijngehakte salie, zelfde hoeveelheid geknipte munt, wat geraspte nootmuskaat en kaneel toevoegen. Al roerend drie minuten laten bakken en twee glazen witte wijn erbij. Kwartier de tijd geven om verder gaar te worden. De braadjus zeven en daar een glas rum en een flinke pot crème fraîche bij doen. Inkoken tot de saus dik(ker) is geworden en over de poten gieten. Peper en zout stonden niet op de lijst. Niet Zwitsers genoeg. Voor de rest doen wat de omgeving voorschrijft. Plus extra sterappeltje. Daar tussendoor uitslapen in andermans logeerbedje van knolselderij met geborduurde sprei van katjesdrop. Tussen de lakens niet morsen met Château Yquem ‘70.
Wel veel bloemkool eten. Tien procent van alle in dit land gegeten gewassen valt onder bloemkool. Volgens de statistieken. Wie daar niet in gelooft had eerder moeten beginnen.