Kloonsteden

Cambridge is verkozen tot dé kloonstad van Engeland. Het centrum van de universiteitsstad staat vol met filialen van winkelketens. Van de 57 winkels langs Petty Cury is er slechts eentje echt origineel. Dat Cambridge met al haar historische gebouwen zo hoog eindigde is niet alleen tragisch maar ook logisch: juist door de rijke geschiedenis is de stad te duur voor onafhankelijke ondernemers, waarbij de universiteit zich gedraagt als huisjesmelker.

Cambridge verschilt niet veel van andere steden. Overal kun je een openluchtbingo organiseren waar de cijfers zijn vervangen door merknamen als Boots, Subway, Tesco, Ryman, Sainsbury, Primark, WH Smith, McDonald’s, de Poundshop en Next. In nieuwe winkelcomplexen staan winkels gesorteerd op categorie, waardoor je niet eerst langs tien kledingzaken en koffiemelkketens hoeft te lopen alvorens de supermarkt te vinden. Om het bezoekers gemakkelijker maken vervangen sommige gemeenten, zoals Dunster in Exmoor, kasseien door asfalt in winkelstraten.

Soms klinkt er protest. In het dorpje Lymington, Hampshire, dat vier jaar geleden een gepland filiaal van de retailketen Argos heeft tegengehouden, strijden mensen nu tegen de vestigingsvergunning voor een pub van Wetherspoon, een van de grote kroegketens. Kleine, onafhankelijke, onbedorven pubs zijn er amper meer. Sowieso gaat het slecht aan de tap. Door het rookverbod, concurrentie van goedkoop supermarktbier, Europese regelgeving en hoge accijnzen sluiten er drie pubs per werkdag.

Zeker zo moeilijk hebben antiquariaten het, met name door concurrentie van liefdadigheidswinkels van Oxfam en Cancer Research, die geen belasting hoeven te betalen. Bovendien stijgen de huurprijzen enorm, reden waarom de Londense Charing Cross Road, waar het ooit rook naar oud papier, steeds minder tweedehands boekwinkels telt. Er zijn meer plekken in de hoofdstad die hun unieke karakter dreigen te verliezen. Zowel op Portobello Market als op Borough Market krijgen antiekhandelaren respectievelijk groenteboeren het steeds moeilijker door de schaalvergroting.

Over de opmars van de commerciële smakeloosheid heeft Paul Kingsworth Real England: The Battle Against the Bland geschreven, een boek dat lof kreeg uit linkse én conservatieve hoek. Hij wijst op de bekende paradox dat de kapitalistische keuzevrijheid vanzelf leidt tot minder keuze. Maar specifiek Engels is het onvermogen om ver vooruit te kijken. Vanuit het _live-at-the-moment-_perspectief is het reuze handig dat er om de vijfhonderd meter een Tesco Metro staat om kattenvoer te halen.

Pas naderhand beseft men dat al die praktische winkelstraten toch wel eentonig zijn. Vanwege dat sentiment is het middeleeuwse slachtstraatje The Shambles in York enkele maanden geleden gekozen tot favoriete straat in Engeland, waarbij het de vraag is of dezelfde keuze zou zijn gemaakt als er, net als vroeger, nog steeds varkensnieren en koeienhersenen door het bloed in de goten hadden gedreven. Maar goed. De slagerijen echter hebben plaatsgemaakt voor souvenirswinkels, wat nog altijd beter is dan het 774ste Britse filiaal van Starbucks.