Economie

Klunzige commissie

Zij was bij voorbaat gedoemd tot klunzigheid, die commissie-De Wit. Acht koddebeiers uit de Lage Landen die wel even de schurken van Wall Street bij de lurven zouden vatten. Een missie die getuigt van weinig gevoel voor verhoudingen. Het was de gemeenteraad van Zaandam die de Zuid-Afrikaanse overheid voor de laatste maal waarschuwt all over again. Maar goed, dat is de commissie niet aan te rekenen.
Wat de commissie wel kan worden aangerekend zijn de klunzige verhoren. Ondanks de krulletjes van Dion Graus, de vlinderdasjes van Jan Schinkelshoek en de kittige mantelpakjes van Jolande Sap blonken de vragen niet uit in brille, financiële expertise of morele verontwaardiging. Over de oorzaken van de crisis zijn we daardoor geen spat meer te weten gekomen dan we al wisten.
Ook aan drama waren de gesprekken arm. Niet gezegend met veel journalistiek instinct liepen de meeste commissieleden braaf hun vragen af, waardoor het nimmer spannend werd. Dat begon met het verhoor van ‘topeconoom’ (sinds de crisis kan ik de contaminatie van 'top’ en 'econoom’ niet anders dan tussen ironiserende aanhalingstekens schrijven) Sweder van Wijnbergen. Die bestond het om de schuld te leggen bij De Nederlandsche Bank omdat die… en nu komt het: te weinig economen in dienst had. Dat is een gotspe. Economen hebben zich gedragen als verkeersvliegers die te lang in de simulator hebben gezeten en als het fout gaat doodleuk naar de reset-knop tasten. Voor dat onverantwoordelijke gedrag moeten ze met pek en veren uit de Academie worden geschopt. Bovendien heeft het misplaatste witte jassen-aura van de econoom gezorgd voor de sacralisering van economische tegeltjeswijsheden waardoor bankiers ongehinderd door pottenkijkers hun vieze dingetjes konden doen. En hoe reageerde de commissie? Die betoonde zich als vanouds geïntimideerd door het aplomb van Van Wijnbergen en slikte zijn non sequiturs voor zoete koek.
Het verhoor van Nout Wellink was nauwelijks beter. Wellink memoreerde dat hij de Britse kapitaalsteun aan RBS die de zakenbank van ABN Amro had overgenomen, uit de krant moest vernemen. Daarmee illustreerde hij dat er te weinig internationale coördinatie was. Hoe ontluisterend ook, de commissie kwam niet op de gedachte dat Wellink wegpoetste dat het de berg giftige producten van ABN Amro was die RBS in de problemen had gebracht. Zoveel troep op de balans van de grootste bank waar Wellink op moest letten suggereert dat De Nederlandsche Bank of achterlijk of achteloos is geweest. Beide zijn niet fraai. Dankzij de commissie is de burger hierover niets wijzer geworden.
Het beetje drama zat in de anderhalf uur met Rijkman Groenink. Voor het eerst sinds 'zijn’ bank aan stukken werd gereten, verscheen hij in het openbaar. Een gelegenheid bij uitstek dus voor wroeging, spijtbetuigingen, geweeklaag en tandengeknars. Laat ik er niet omheen draaien: de commissie bakte er niets van, en dat lag niet aan Groenink. Ten eerste onderbrak Schinkelshoek Groenink op spannende momenten hinderlijk met irrelevante vragen die kennelijk moesten worden afgevinkt. Als kijker vervloekte je Schinkelshoek om zijn onvermogen om te bevatten dat de ijdele Groenink op het punt stond zijn mond voorbij te praten.
Ten tweede kwam Groenink te makkelijk weg met zijn claim dat ABN Amro een goed bestuurde bank was, die alleen maar teloor is gegaan doordat de overheid de boze buitenwereld niet op afstand heeft gehouden. Schinkelshoek probeerde hem met slordige verwijzingen naar Jeroen Smits De prooi van weerwerk te voorzien, maar slaagde daar door gebrek aan details niet in. Nu kon Groeninks spijtbetuiging zich beperken tot een te hoog ambitieniveau en te veel zitvlees zijnerzijds. En dat het bedrijf niet meer bestond, speet hem zeer, maar was de schuld van de politiek die zich ongevoelig had getoond voor zijn smeekbedes.
Hier wreekte zich een gebrek aan gogme bij de commissie. Was het nou echt zo moeilijk om een analist te vinden die kon uitleggen dat Groenink cum suis de bank toch echt zelf om zeep hebben geholpen? Had desnoods het lef gehad om Chris Hohn van TCI te vragen wat er nou zo mis was aan de bank. Of als dat te eng was, had dan niemand op het idee kunnen komen om even drie of vier jaarverslagen van ABN Amro met elkaar te vergelijken? Wat je daar aantreft spreekt boekdelen. Een concern dat het ieder jaar over een andere boeg gooit, is als een toneelstuk van Pirandello: een bank op zoek naar een missie.
Het is nog niet te laat. Maar meer lef en vindingrijkheid zijn nodig om dit onderzoek niet de verspilling van belastinggeld te laten worden die het tot nu toe is geweest.