Podcast: De Deventer mediazaak

Klusjesman

In zes afleveringen ontleedt Annegriet Wietsma genadeloos de grootste journalistieke dwaling ooit in Nederland. Ze laat zien hoe Maurice de Hond in de pers jarenlang twijfel mocht zaaien over de veroordeling van Ernest Louwes in de Deventer moordzaak. De opiniepeiler was op een kruistocht om Louwes vrij te pleiten en schoof daarbij de schuld ten onrechte in de schoenen van een ander. Het leven van de zogenaamde ‘klusjesman’ kwam op zijn kop te staan en is er tot op de dag van vandaag door getekend.

De Hond is voor veel luisteraars – begrijpelijk – de schurk van het verhaal, maar daardoor dreigt een belangrijkere kant van Wietsma’s podcast onder te sneeuwen. De Deventer mediazaak legt namelijk een structureel probleem van de journalistiek bloot: een journalist krijgt nooit lof voor de beslissing om een verhaal niet te vertellen. Bijvoorbeeld omdat het niet belangrijk genoeg is, of domweg uitermate onwaarschijnlijk. ‘Een goed verhaal moet je niet dood-checken.’

Het geldt in eerste instantie zelfs voor gelauwerd onderzoeksjournalist Bas Haan. Uiteindelijk is hij degene die de leugens van De Hond ontmaskert, maar met zijn reportages voor Netwerk was hij aanvankelijk een belangrijke vroege verspreider van de twijfel rond de veroordeling van Louwes. Haan schreef er later een succesvol boek over, waarmee hij de ballon doorprikte die hijzelf had helpen opblazen. Dat valt natuurlijk te prijzen, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, maar de echte helden van De Deventer mediazaak zijn naamloze journalisten die veel minder lof krijgen dan Haan. Het zijn de mensen die ingebracht bewijs van de twijfellobby bekeken en in 2002 al concludeerden dat het uiterst mager was: te mager om er überhaupt iets mee te doen.

De gevaarlijke neiging om sensationalisme boven waarheid te stellen heeft altijd op de loer gelegen in de journalistiek, maar is door de online tucht van de clicks verergerd. Bovendien is de tendens nergens zo schadelijk als in het genre van de ‘vrijpleitjournalistiek’. Een gerechtelijke dwaling onthullen betekent namelijk per definitie met de beschuldigende vinger een andere kant op wijzen. In dat opzicht was het mediacircus rond de Deventer moordzaak zijn tijd vooruit.

De afgelopen jaren werden onder meer podcast Serial en documentaireserie Making a Murderer wereldwijd razend populair met een soortgelijk narratief. Beide producties zaaien twijfel over een veroordeling voor moord en maken daarbij iemand anders verdacht. Wietsma laat in De Deventer mediazaak uitstekend zien hoeveel schade een journalist daarmee kan aanrichten. Dankzij haar terughoudende interviewstijl wordt de podcast nooit uitleggerig. De woorden van de hoofdrolspelers spreken voor zichzelf en laten de conclusies over aan de luisteraar.

De Hond speelde onmiskenbaar een grote rol in het mediafiasco. Hij was de lucifer die in een droge hooiberg van gemakzuchtige journalisten viel en hield het vuurtje telkens gaande als het dreigde uit te doven. Toch is de grootste verdienste van Wietsma het blootleggen van een structurelere en daarmee ongemakkelijkere waarheid: hoe slecht onze mediadynamiek opgewassen is tegen stokebranden.


De Deventer mediazaak is te beluisteren via de podcastkanalen