H.J.A. Hofland

Klussen in Afghanistan

De televisiejournaals hadden vorige week door het militair gezag goedgekeurde reportages uit Uruzgan. Onder meer was te zien hoe een Nederlandse F16 een vijandelijke eenheid in het vizier kreeg, hoe het doel precies in de kruising van het +-teken van de richtapparatuur kwam en hoe het daar feilloos tot ontploffing kwam. Zoals we dat sinds de Eerste Golfoorlog gewend zijn. «Denkt u dan aan wat er op dat ogenblik beneden u gebeurt?» vroeg de verslaggever aan de piloot, een man van een jaar of dertig met een aardig, open gezicht. Hij glimlachte. Nee, eigenlijk stond hij daar niet zo bij stil.

Moet je hem dat kwalijk nemen? Oud vraagstuk, in beginsel al geformuleerd door Jaroslav Hasek. «Niet schieten! Je zou wel eens iemand kunnen raken!» roept zijn brave soldaat Swejk tegen de onzichtbare vijand als hij de vuurdoop ondergaat. De Amerikaanse essayist Dwight MacDonald heeft een paar scherpe opstellen geschreven over massamoord uit de lucht, in 1944 toen de Geallieerden bezig waren de Duitse steden te verwoesten. Moest Dresden met de grond gelijk worden gemaakt om Hitler klein te krijgen? De historici zijn er nog niet uit. In de Vietnamese oorlog werd Hanoi door B52’s gebombardeerd. Het heeft niet geholpen.

In de Eerste Golfoorlog tegen Saddam Hoessein werden de smart bombs geïntroduceerd. Met chirurgische precisie troffen ze hun doel en bijna niets ernaast. Voor dit «bijna» kwam een nieuwe vakterm in omloop: collateral damage. Sinds vier jaar wordt de volgende oorlog in Irak gevochten, ook weer met precisiewapens. Een groot deel van het land en half Bagdad zijn in collateral damage veranderd (zie ook het nummer van Time van 28 augustus). In de zojuist afgelopen oorlog tegen Hezbollah heeft de Israëlische luchtmacht het met de precisie niet al te nauw genomen. Dat hebben we uitvoerig op de televisie gezien. Hezbollah is niet verslagen. Israël wordt in de Arabische wereld meer dan ooit gehaat.

Natuurlijk, tegen een vijand moet je je verdedigen, en als je hem uit de lucht chirurgisch kunt raken, des te beter. Maar toch: pakken we het met al die bommen misschien niet helemaal goed aan? Het is al bijna vijf jaar geleden dat de Taliban werden verslagen. Nog zie ik de explosies in de grotten van Tora Bora waar Osama bin Laden zich zou schuilhouden. Maar Bin Laden verschijnt met enige regelmaat op de televisie en onze meiden, jongens en F16’s zijn nu in Uruzgan om te helpen de Taliban opnieuw te verslaan.

Dit weekeinde kregen ze een bliksembezoek van minister-president J.P. Balkenende. Hij hield een toespraakje waarin hij zei dat wij in Nederland achter onze moedige soldaten staan. Ik ook. Ik hoop van ganser harte dat ze allemaal weer heelhuids thuiskomen. Maar achter de strijdkrachten staan betekent nog niet dat je hetzelfde doet met degenen door wie ze zijn gestuurd. Na zijn bezoek aan Kamp Holland ging de premier naar Kaboel om met collega Karzai te praten. Over wat ze hebben gezegd, heb ik niets gehoord of gelezen. Toch is dat het belangrijkste.

Het gaat niet goed met de democratisch gekozen Karzai. Niet alleen beleven de Taliban hun wederopstanding. Ook de zelfstandige krijgsheren laten zich weer gelden, de corruptie is endemisch, de hoofdcommissaris van de politie in Kaboel is behalve dat een opperhoofd van de georganiseerde misdaad, en met de papaverteelt gaat het op het ogenblik beter dan vóór de Taliban werden verslagen. Dat zijn feiten die de meeste Nederlandse media niet bereiken, maar je kunt via internet dit beeld gemakkelijk bij elkaar sprokkelen.

Na de nederlaag van de Taliban zou Afghanistan nu langzamerhand een land in staat van duidelijk zichtbare wederopbouw moeten zijn. Maar de eerste grondslagen daarvoor moeten nog worden gelegd. De diepste oorzaak is natuurlijk dat de Amerikaanse regering beheerst werd en nog altijd wordt door de obsessie van Irak. Toen leek het betrekkelijk eenvoudig Saddam door een volgzame democraat te vervangen. Maar de klus, zoals we het tegenwoordig noemen, viel tegen. Er zijn zelfs een paar klussen bij gekomen: Iran dat hardnekkig niet doet wat president Bush wil en nu Hezbollah dat door Israël tot een nieuwe macht in de regio is gebombardeerd.

In de loop van dit jaar is in Washington het Afghaanse vraagstuk opnieuw ontdekt. De Navo zou een grotere rol worden toebedeeld. Als een van de gevolgen daarvan besloot Nederland ook met een contingent bij te dragen aan de missie, die toen nog hoofdzakelijk uit wederopbouw zou bestaan. Maar de enige partij die merkbaar in de wederopbouw slaagde, waren de Taliban. Van wederopbouwmissie werd het een vechtmissie. Dagelijks wordt nu vooral in de zuidelijke provincies gevochten. Hoe je het ook wendt of keert, dat was ons een halfjaar geleden niet beloofd.

«Losing Afghanistan» is de kop boven het hoofdartikel in de International Herald Tribune van 25 augustus. Na een overzicht van de toestand besluit de krant dat Amerika het zich niet kan veroorloven deze oorlog te verliezen. Dit impliceert dat de Navo daar uiteindelijk de Amerikaanse strategie volgt, en Nederland volgt weer die van de Navo. Zoals al vier jaar proefondervindelijk wordt bewezen, is dit de verkeerde strategie en daarover hebben we niets te vertellen. Zou onze minister-president dat beseffen?