Knarsende kanonswielen

Gedurende de eerste helft van Oldenbarnevelt denk je wel eens met heimwee aan de ‘soapige’ clichés van de negentiende-eeuwse opera: liefde, jaloezie en niet te ontwarren verwikkelingen. In Oldenbarnevelt is in geen velden of wegen een vrouw te bekennen. Historisch gezien vermoedelijk juist: Oldenbarnevelt gaat immers over kwesties van lands- en levensbelang. Over het vraagstuk of de mens gepredestineerd is of een vrije wil heeft, zoals Oldenbarnevelt betuigt. Een opvatting die hem de kop kost.

In een plechtstatig oud-Nederlands oreren Oldenbarnevelt, Maurits en de wetenschapper Simon Stevin erop los. Daarmee is deze Hollandiaproductie in de Nieuwe Kerk van Den Haag (ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad) taaie kost. Overigens gesitueerd op een perfecte locatie: vanwege het religieuze karakter van het conflict, het statische van het stuk en de houten koorbanken die gemaakt lijken voor het mannen- en jongenskoor. Want om de vocale bleekheid op te lossen die het ontbreken van vrouwenstemmen veroorzaakt, zijn een jongenskoor, een jongenssopraan en twee countertenors ingezet.
De sobere ruimte is aangekleed met een paar attributen. In de hoogte hangt een teer Mariabeeldje, over de preekstoel hangt een groot koeienvel, in het midden staat een grote glazen bak met water, omringd door een guillotine en een kanon. Mooi is hoe het geluid van sommige voorwerpen naadloos opgaat in de muziek, zoals de doffe klappen van de guillotine, de met ijzer beslagen wielen van het kanon die over het steen knerpen en de kanonsloop zelf die zich ontpopt tot een reusachtige rainstick.
De muziek is een gezamenlijk product van Louis Andriessen, Paul Koek en Martijn Padding. Het resultaat is door Florentijn Boddendijk elektronisch bewerkt, wat prachtige stukken meta-muziek oplevert.
Deze unieke muzikale estafette heeft zijn vruchten afgeworpen: de muziek, geschreven voor vier koperblazers, koor en slagwerk, is transparant, kleurrijk en kernachtig. Een belangrijke factor in het klankbeeld is het speciaal ontworpen percussieinstrumentarium van steen, glas en marmer. Dit klinkt helder en verfijnd als een gamelanorkest, maar met een heel eigen timbre. Op andere plekken heeft de muziek weer de plechtige en tragische schoonheid van een requiem. Maar ook speelse elementen ontbreken niet: zo begeleidt het jongenskoor zichzelf ritmisch door stevig op een stuk steen te hameren.
De teksten van de acteurs, die in hun voordracht tegen het zingen aanleunen, worden vaak ondersteund door de koperblazers die lange, tijdloze draden onder de filosofische verhandelingen trekken. De zeer verbale confrontatie tussen Maurits en Oldenbarnevelt slaat halverwege plotseling om als Maurits het slappe lichaam van Oldenbarnevelt tegen zich aandrukt en er ruw mee rondslingert. De stijve vormelijkheid van dit kostuumstuk is opeens verdwenen. In plaats daarvan komt er juist een soort kwetsbaarheid bovendrijven. Een breekbaarheid die zich uit in het subtiele spel van Peter Paul Muller (Oldenbarnevelt), het droeve lied van de jongenssopraan, de sereniteit van de elektronische muziek en het porceleinen Mariabeeldje dat aan gruzelementen valt.
Opera op z'n Hollands.

  • Zondag 28 juni houdt het Rotterdamse podium Dodorama het vijfde Ver Uit De Maat Festival: ‘Een excuus om ongeneerd alles te doen wat in strijd is met goede smaak en artistieke consistentie.’ Van drie tot elf een marathon van optredens door o.a. Pierre Bastien & Lukas Simonis, Alan Purves, Henry Alles en het Buiten Westen Project. Ook de Stinksisters ontbreken niet.
  • Eveneens uit Rotterdam: de cd B Cyclopedia van Frans Friedrich en Robert Kroos. De industriële klankcollages worden vergezeld door poëtische bespiegelingen van Cor Gout. Den Haag en Berlijn vormen het onderwerp van de soundscapes. Geheel in New Age-stijl eindigt de cd in het bos - helaas vlak bij een snelweg. Info: tel. 010-4767839.