Knesset-manieren

Pogroms in Nederland? De Israelische minister van Transport Shaul Yahalom, die vorige week op hoge toon waarschuwde voor opkomend antisemitisme en zelfs voor dreigende pogroms in ons land als gevolg van de Bijlmerenquête, zou het goed kunnen vinden met ex-hoofdcommissaris van politie Eric Nordholt, die destijds met hetzelfde aplomb verklaarde dat de ramp de aanwezigheid van twintigduizend illegale Ghanezen in de Bijlmer aan het licht had gebracht. Zij zijn niet de enige gezagsdragers die sinds 4 oktober 1992 hun zwarte doos kwijt zijn. De lezer zij intussen gerustgesteld: het straatbeeld voor De Groene Amsterdammer, vanouds een bolwerk van persjoden en pantoffelzionisten, is nog niet ontsierd door de aanblik van joelend rapalje met bloeddoorlopen ogen en geheven crucifixen. Zo'n vaart zal het ditmaal werkelijk niet lopen.

Ook de melding van een El Al-functionaris dat zijn kantoor wordt overstroomd met antisemitische telefoontjes (een bewering die door zijn superieuren trouwens alweer is afgezwakt) is onwaarschijnlijk. Nederland heeft geen vaste kring van antisemieten die telkens wanneer joden of joodse instellingen negatief in het nieuws komen naar de telefoon grijpen en hun hart luchten in een anonieme scheldpartij. Het ligt meer voor de hand dat El Al gewoon een hoop telefoontjes krijgt waarvan de communicatieve verfijning omgekeerd evenredig is aan de som van de opleidingsgraad en de woede van de beller. Waarbij mag worden aangetekend dat die woede al bij voorbaat authentieker is dan de pr-gestuurde verontwaardiging der Israelische luchtvaartbonzen. Die dreigen toch al jaren dat ze Schiphol willen verruilen voor een andere Europese luchthaven, de ene keer vanwege de strenge Nederlandse milieu-eisen, de andere keer vanwege het belastingregime. Het verwijt van antisemitisme past niet in de beste, maar helaas wel in de slechtste Israelische traditie. ‘Bij elke gebeurtenis werd er binnen de Mossad maar één simpele vraag gesteld: “Is dit goed voor de joden of niet?” Dat was het enige dat telde. En al naar gelang het antwoord werden mensen voor antisemieten uitgemaakt, of het nu terecht was of niet.’ Aldus een oudgediende van het Israelische veiligheidswezen, Viktor Ostrovsky, in zijn boeiende maar controversiële memoires By Way of Deception (1990). Het mechanisme dat Ostrovsky hier beknopt weergeeft, is al vaker gesignaleerd en heeft nooit enige uitwerking gehad op de Nederlandse of Israelische publieke opinie en al helemaal niet op de relatie tussen beide landen. Bovendien hoort een flinke scheldpartij zonder concrete gevolgen tot de normale omgangsvormen in Israel, die sinds jaar en dag nu eenmaal verfrissend openhartig zijn, getuige het volgende, door Efraim Kishon reeds in de jaren zestig opgetekende doorsnee-telefoongesprek te Tel Aviv. 'Ga godverdomme van die lijn af!’ 'Ga er zelf af!’ 'Ik pieker er niet over, ik wil dr. Sloetzky spreken.’ 'Ken ik niet!’ Krrt. Piep… piep… piep… In de Israelische politiek was het nooit anders. De woorden van Yahalom zijn bestemd voor binnenlands gebruik en in die zin baren ze niet het minste opzien. De leden van de Knesset versleten elkaar onderling ook dagelijks boven een bord falaffel voor leugenaar en beddenbederver. Sinds de moord op Rabin en het aantreden van de huidige coalitie vergelijkt men elkaar met Hitler en Mussolini. Dat schept tenminste duidelijke verhoudingen. Als de Israeliërs er ooit in slagen de hatelijke spraakwaterval van hun politici voor vreedzame doeleinden te gebruiken, kunnen ze er de hele Negev mee bevloeien. Niettemin zijn er door deze oprisping twee kleine, maar niet geheel te veronachtzamen risico’s ontstaan. Ten eerste kan de regering-Netanyahu de war of words opvoeren om de eventuele (mede-)verantwoordelijkheid van El Al voor kwalijke praktijken of verzuimen toe te dekken. Ten tweede kan een Nederlandse minister of topambtenaar, in verwarring gebracht door de slaapkamerogen van Rob Oudkerk, besluiten dat het onder deze omstandigheden misschien handig is om El Al, laten we zeggen, als zondebok voor zijn of haar eigen falen aan te wijzen. Zo zijn we dus toch nog gewaarschuwd.