Kneuzinkjes en pleistertjes

Gisteravond stond ik op het punt twee jongeren omver te rijden. Mijn auto gleed gedurende enkele seconden langs hun scooter en een kleine slag naar rechts met het stuur had genoeg kunnen zijn. Toen ik gereed was om ze om zeep te brengen en ik lang genoeg naar hun van haat verwrongen gezichten had gekeken, besloot ik rustig door te rijden, om, zoals gepland, de avondkrant te gaan kopen.

Dit zijn, moet ik bekennen, altijd heerlijke momenten. Ogenblikken waarop je beseft dat je je waardig en met superieur gemak van een dier kunt onderscheiden. Dat je in een schemergebied, hoe obscuur ook, toch de keus tussen zinvol en zinloos kunt maken. Komend van links hadden de razende scooteristen met gevaar voor eigen leven me geen voorrang verleend. Hoewel ze volstrekt fout hadden gehandeld, begonnen ze in het voorbijgaan naar me te tieren en te vloeken, hun middelvingers zichtbaar en energiek in de lucht gestoken. Koeltjes liet ik de golven van woede die ik in mijn binnenste voelde in rap tempo bovenkomen en mijn bloed het kookpunt bereiken. Ik ben ervan overtuigd dat je vanuit negatieve emoties heel wat positieve energie kunt produceren. Daar heb je geen New Age-goeroe voor nodig. Het is een kwestie van sturen, wikken en wegen. Gevoelens van woede, haat, rancune, jaloezie, wraakzucht zijn menselijk en dus welkom. Je moet ze nooit onderdrukken, anders imploderen ze na verloop van tijd in je maagstreek of darmen en word je voor het leven een misselijkmakende zuurstok. Je moet ze aaien en temmen. In gedachten heb ik heel wat mensen in elkaar geslagen, tot moes gestampt of onder een laag fluimen bedekt. Daar is niets verkeerds aan. Maar in werkelijkheid ben ik sinds de kleuterschool nooit meer in een vechtpartij verzeild geraakt. Dosering van je innerlijke gewelddadigheid is niet ingewikkeld. Toch kunnen problemen zich voordoen wanneer je te krachtige middelen krijgt aangereikt. Met alleen blote vuisten zijn je fantasieën nog te pruimen. Maar wat als je een uzi voor je verjaardag krijgt? Een column is zo'n wapen. Leg het in handen van opgewonden heethoofden die niet met hun negatieve gevoelens weten om te gaan en je kunt de schade al beginnen op te nemen. Een column is een klein theater. Een openbare plek waar de beheerder zijn ideeën, opinies en anekdoten moet zien te regisseren. Sommigen onder ons begrijpen nog steeds niet dat de ruimte die ze van een blad in bruikleen krijgen geen griezelkabinet mag worden waarin eigen klein leed koste wat het kost met grof geschut moet worden gewroken. Ik denk bijvoorbeeld aan een kersverse Volkskrant-columnist. Een beroepsschrijver die van de hoofdredacteur een prachtige plek in het mediakatern van het dagblad heeft gekregen. Maar in plaats van mooie zinnen en leuke metaforen te maken is hij alleen maar bezig in het wilde weg af te rekenen. Once upon a Time in the Volkskrant. Eén slechte recensie over zijn laatste boek, één verkeerd woord over zijn kapsel, één schuine blik naar zijn schoenen en hij schiet je onmiddellijk aan flarden. In plaats van opinies te ensceneren, stelt hij alleen maar zijn ego ten toon. Vooral als dat bewuste ikkie een klein deukje heeft opgelopen. Dan worden kneuzinkje en pleistertje met veel verontwaardigd tromgeroffel geëxposeerd totdat het publiek het vanuit alle hoeken heeft kunnen zien. Dan volgt een hysterische opeenstapeling van hyperventilerende bijvoeglijkheden en superlatieven. Soms zijn die uitvallen zo kinderachtig slecht dat ze door de hoofdredacteur niet worden geplaatst. Maar de amateur-columnist houdt nooit de eer aan zichzelf en komt altijd terug met een nieuwe lading schuimend speeksel. Ik zou hem willen helpen zijn koelbloedigheid te hervinden. Ik zou hem willen vertellen dat de lezers zijn deukjes, kneuzingen en pleistertjes evenals de toestand waarin zijn ego zich bevindt, volstrekt oninteressant vinden. Dat zijn wanhopige hoofdredacteur en collega’s nu al bezig zijn hem naar het kerkhof der mislukte columnisten te dirigeren. Ik zou hem tegen zichzelf willen beschermen. Maar zou het echt helpen? Joost mag het weten.