Ramadan # 5

Knielen tussen een zee van mannen

Deze maand zal Mounir Samuel, voor de eerste keer, de volledige vastenmaand aangaan. Dat betekent niet eten, niet drinken, de testosteron-pieken trotseren, vijf keer per dag bidden, als jongeman naar het vrijdagmiddaggebed en met gelovigen iftars delen.

Onhandig schuifel ik op het kleed, angstvallig kijkend naar de lijn vlak voor mijn tenen. Links en rechts duwen mannen licht tegen me aan. ‘Sta in een rechte lijn, want alleen de beden van rechte rijen worden aanvaard door Allah, Hij is groot en verheven’, maant de imam de gelovigen nog eens extra door de luidspreker. De ruimte is overvol. Om mij heen staan honderden mannen. Ik voel me lichtelijk nerveus, bang iets verkeerd te doen, de bewegingen te traag te herhalen of de goede ontvangst van de gebeden van de gelovigen in mijn rij in de weg te zitten. Er klinkt een korte herhaling van de gebedsoproep en het gebed begint.

Small 2017 06 02 photo 00009877

Allahu akbar. Armen omhoog, naar het hoofd en terug naar de buik. Ene arm over de andere. En opnieuw. We staan een tijd stil. Dan een halve buiging, armen langs de knieën. De eerste raqaa. Ik kniel en druk mijn hoofd tegen de grond. En weer omhoog.

Ik merk dat mijn lichaam de bewegingen steeds soepeler herhaalt. Mijn lichaam het gebed begint te memoriseren. Maar mijn tas op de grond ligt in de weg. En omdat het wordt aangemoedigd schouder aan schouder te staan, is er geen ruimte hem ergens anders neer te leggen. Een gelovige achter mij duwt mijn voeten uit elkaar om zijn hoofd beter tegen de grond aan te kunnen drukken. Ik probeer iets naar voren te schuiven maar daar is geen plaats. Zo goed mogelijk trek ik mijn benen in.

Het gebed is een moment van diepe bezinning en contemplatie, tot de laatste woorden hebben geklonken. Binnen enkele tellen stuiven de gelovigen de moskee uit.

Vrijdagmiddaggebed in de Blauwe Moskee in Slotervaart. Het door Koeweit gefinancierde gebedshuis ruikt nog naar de verf. Het is een mooie grote moskee, met een overwegend Marokkaans-Nederlandse achterban. Ik ben te gast op uitnodiging van een van de trouwe bezoekers, die tevens de muezzin of gebedoproeper is. In sierlijk Arabisch roept hij de gelovige op zich tot Allah te richten. ‘Ik heb een seconde nagedacht, maar vond je initiatief om te vasten zo mooi’, vertelt hij terwijl hij mij voorgaat naar de pas gerenoveerde ontvangstruimte boven in de moskee. ‘Ik dacht: daar moet een antwoord op komen. Dus marhaba beek, hartelijk welkom.’
Ik schud zijn hand en die van de huisimam, de conciërge of wat in de kerk de koster zou heten, de afgevaardigde imam vanuit Marokko die in de Ramadan tijdens de avondgebeden de aanvullende koranrecitaties leidt, en van meer betrokken spilfiguren van de moskee. Het is een hele delegatie die mij begroet.

Small 2017 06 02 photo 00009878

Ik heb aanvankelijk geen idee tot welke specifieke stroming deze moskee behoort en in hoeverre men van mijn bezoek en mijn afkomst op de hoogte is. Maar vanaf de eerste handdruk weet ik dat het goed zit. Daarbij worden er door mijn gastheer weinig doekjes om mijn komst gewonden. ‘Dit is Mounir, hij is christen maar vast en schrijft voor De Groene Amsterdammer.’ Zo, dat is duidelijk. De heren groeten me vrolijk. We praten Arabisch en Nederlands. Wie op straat de zwerm gelovigen op het gebouw af ziet lopen – de vrouwen volledig gesluierd, de mannen in djellaba’s – zou de indruk kunnen krijgen met een zwaar salafistisch bolwerk te maken te hebben.
Maar de baarden en djellaba’s schrikken me niet af. Mijn islamitische vriendin wel, die mij om de hoek van de moskee afzet. Zoals zoveel jonge gelovigen is ze buitengewoon kritisch op de rol van imams en de patriarchale structuur van veel moskeeën en voelt ze zich snel veroordeeld door haar gemeenschap. Maar als gender-queer en trans-persoon ken ik als geen ander de pijn om te worden gereduceerd tot uiterlijke vorm. Gekleed in mijn Senegalese boubou of witte halflange hemdsgewaad, wandel ik ontspannen door de lange gang.

De Blauwe Moskee blijkt te werken met een roulatiesysteem. Iedere vrijdag verzorgt een andere imam op uitnodiging de vrijdagmiddagpreek. Hoewel de gebeden iedere dag verschillen, afhankelijk van de stand van de zon en de maan, houdt de moskee het vaste tijdstip van twee uur aan en mogen imams niet te veel uitlopen. Dit om gelovigen in staat te stellen de moskee tijdens hun werkpauze te bezoeken. De meeste werkgevers zijn gelukkig coulant, zo weet mijn gastheer te vertellen. Ik zie werknemers in werkoveralls naast mannen in pak zitten. Maar de meeste dragen een djellaba. Waar mogelijk wordt gepreekt in het Arabisch én het Nederlands.

De roulatie-imams komen uit heel Nederland en vertegenwoordigen telkens een andere stroming. De vaste imam die alleen Arabisch beheerst, voert de dagelijkse gebeden in de moskee uit. De moskee trekt, mede door het Nederlands, een flinke schare jongeren en kersverse bekeerlingen. Ook dit vrijdagmiddaggebed begint met een bekering. Een Hollandse vrouw spreekt door een microfoon vanuit het vrouwengedeelte op het bordes boven ons de shahada of geloofsbelijdenis uit, daarbij geholpen door de imam van dienst Yassin Elforkani die de woorden langzaam, fonetisch, uitspreekt.

‘Zodra de imam op de minbar (het preekgestoelte) staat, begint het gebed, benadrukt de bekende Haagse imam bij opening van zijn preek. Hij legt maar meteen de huisregels uit. ‘Ik begrijp dat jullie jongeren niet alle waarden en gebruiken hebben meegekregen, maar zodra je hier binnenkomt, twitter je niet, geef je je matties geen high-five, dan richt je je tot Allah, verheven is Hij, opdat Allah je woorden in genade aan moge nemen zo Hij het wil.’

Elforkani is buitengewoon welbespraakt en charismatisch. Zijn Nederlands verschilt niet veel van dat van de oude predikanten van mijn kindertijd, gedragen en degelijk, zij het met een dik Haags accent. Hij spreekt over de nobele deugd van het vasten en de spirituele beloningen die Allah ervoor in het verschiet legt. Zijn enthousiasme motiveert me om het vasten weer trouwer op te pakken. De totale geheelonthouding valt me steeds zwaarder. De ene dag speelt de honger op, de andere dag de dorst en de derde dag de lust. Maar Elforkani prijst het vasten zo aan dat ik de zwaarte voor even haast vergeet.
Hij schreeuwt soms, verheft zijn stem om dan weer zacht te fluisteren. Een buitenstaander zou opnieuw kunnen schrikken, maar wie door de stijl heen kan luisteren hoort een boodschap van diep Godsontzag en persoonlijke onderwerping in de hoop dat Allah onze gebeden en vasten mag accepteren. Ik ben dankbaar dat ik mij door God altijd gehoord en geaccepteerd voel.

De imam wisselt om de paar regels van taal, met een vanzelfsprekendheid die indrukwekkend is. De vrouwen zijn uit het zicht, maar hun aanwezigheid wordt door de gastimam wel erkend doordat hij zich telkens weer expliciet tot de zusters richt. Het is onwennig zo, een ruimte met alleen maar mannen. Tijdens de vrijdagmiddaggebeden in de Ramadanmaand is de moskee voller dan normaal. Opeens realiseer ik me dat ik nog nooit door zo veel mannen omringd ben geweest. Het voelt als een erkenning van mijn mannelijkheid dat ik zonder twijfel bij het gebed word geaccepteerd.

Ik vraag me af of De Telegraaf deze trans-vriendelijke opstelling van de moskee ook in de krant zou zetten, naast de grote stemmingmakende koppen van afgelopen zaterdag over het ‘Relalarm Ramadan’ en ‘Ramadan, dus relletjes…’, puur omdat zeven jonge vandalen in Hilversum een beetje hebben huisgehouden. Of de jongens in kwestie ook vasten, is maar zeer de vraag. Net als waarom zeven relschoppers voorpaginanieuws zijn en niet de gruwelijke moord op twee meisjes uit dezelfde regio die vermoedelijk door leeftijdgenoten zijn omgebracht. Als al dit nieuws ons iets leert, is het wel dat er iets niet goed gaat met onze Nederlandse jongeren. Moslim of niet.

Ik probeer met een open houding naar de dubbele preek te luisteren, ik heb het geluk zowel het Arabisch als Nederlands te verstaan, maar hoewel interessant raken de woorden me niet. Terwijl Elforkani over de zoetheid van de koran begint, het Heilige Boek van God zo schoon, dat je er van zou gaan trillen aldus de woorden van de eigen Meester. ‘God benadrukt in Zijn eigen woord, in een overtreffende trap op zichzelf en wallahi, ik zweer U, ik zou willen dat ik het kon vertalen maar kan het niet, maar Hij zegt, dat Zijn woorden zo zoet zijn, zo mooi, dat U zult trillen wanneer U het hoort.’

Ik denk over wat ik in de koran heb gelezen. Prachtige poëtische zinnen ja, maar ook veel teksten waar ik trillingen van krijg om heel andere redenen. Al was het maar omdat er over mij als christen, of over joden, of vrouwen, toch echt buitengewoon pijnlijke dingen staan. Op dit moment in zijn preek aangekomen wordt de imam echter emotioneel. Bij het spreken over de zoetheid van de koran schieten de tranen hem in de ogen. Ik schuif wat ongemakkelijk heen en weer, als een ‘echte’ man me geen raad wetend met deze overdaad aan emoties. Maar dan verstijf ik terwijl Elforkani vervolgt: ‘De woorden van God zijn zo zoet, dat ze Uw hart zullen verzachten. En o broeders en zusters, wat hebben we dat nodig. Dat onze harten verzachten. In deze samenleving vol vooroordelen en misvattingen, waar hardheid regeert en mensen recht tegenover elkaar staan. Wat hebben wij zachtheid nodig, broeders en zusters. Wat heeft deze samenleving zachtheid nodig.’

Hij huilt. En mijn hart huilt in stilte een beetje mee bij het besef van alle pijn en angst die ons zo in de greep houdt en die, als we niet oppassen, zich ook van de laatste zachte harten meester maakt.