Democratie onder vuur

Knielen voor Angela Merkules

Europa dreigt in de huidige crisis veel meer te verliezen dan de euro. In naam van de gemeenschappelijke munt moeten landen hun democratie opschorten en een economische shocktherapie ondergaan.

GEORGE W. BUSH kan jaloers zijn op Europa. Waar zijn plannen voor regime change na jaren vechten vastliepen in de Iraakse woestijn, slagen de leiders van het oude continent er binnen één week tijd in twee democratisch gekozen regeringen te vervangen door hun welgezinde stromannen. Zij gaan zakenregeringen leiden die onder Europese curatele staan.
In Italië nam Mario Monti, oud-eurocommissaris en internationaal adviseur van Goldman Sachs, de macht over van Berlusconi. In Griekenland betaalde premier Papandreou de prijs voor zijn voorstel om een referendum te houden over het door Europa opgedragen bezuinigingspakket. Niet zonder knipoog schreef de Financial Times over ‘Papandreou’s ontwrichtende verlangen naar democratische legitimiteit.’ In zijn plaats komt met Lucas Papademos nu een voormalig vice-president van de Europese Centrale Bank (ECB) aan het roer.
'Stel je voor dat Goldman Sachs en Bank of America onze president uitkiezen - dat is precies wat er gebeurd is in Italië en Griekenland’, schreef The American Prospect. Maar belangenverstrengeling is in dit geval geen bezwaar. Monti en Papademos zijn juist aangesteld om de markten te pleasen. En om nauwgezet de orders van hun voormalige werkgevers in Brussel en Frankfurt uit te voeren. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank somde in een interview deze week het Europese dictaat nog eens op: 'De arbeidsmarkt moet in belangrijke mate hervormd worden, de ontslagbescherming is veel te royaal, er is een onderbenutting van het arbeidspotentieel en er zal ook echt iets aan de pensioenen moeten gebeuren.’
Grote afwezige zijn de burgers zelf. Naar hun mening wordt niet gevraagd. Pas als alle hervormingen in steen gebeiteld zijn, mag het volk naar de stembus. 'Het land heeft hervormingen nodig, geen verkiezingen’, vatte de (ongekozen) voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy het samen bij een bezoek in Rome. Daarmee is de democratie in Europa de facto opgeschort.

DE ITALIAANSE en Griekse coups zijn het laatste hoofdstuk in wat als een voetnoot bij de eurocrisis wordt beschouwd. Ten onrechte. Want de ondermijning van de democratie is veel fundamenteler en gaat veel verder dan gedacht.
Het begon ermee dat crisislanden als Griekenland, Portugal en Ierland werden afgewaardeerd tot artikel 12-gemeenten. In ruil voor noodleningen verloren zij het afgelopen jaar hun soevereiniteit. 'De Portugezen kunnen weliswaar een nieuwe regering kiezen, maar in feite hebben ze geen keuze’, zo werd een cynische EU-diplomaat anoniem geciteerd aan de vooravond van de stembusgang.
Maar niet alleen landen die aan de rand van de afgrond staan, worden getroffen. Ook Nederland levert democratie in. Zo heeft het over de aanpak van de crisis nagenoeg niets te zeggen. Daarover beslist het Duits-Franse duo 'Merkozy’ in selecte onderonsjes. Een ander voorbeeld is het aangescherpte stabiliteitspact. De Europese Commissie mag staten die hun begroting niet op orde hebben - op dit moment bijna alle eurolanden, inclusief Nederland - voortaan automatisch sancties opleggen. Onder leiding van eurocommissaris Olli Rehn kunnen lidstaten worden aangespoord te snijden in het aantal ziekenhuisbedden of de pensioenuitkeringen te verlagen.
Dat Rehn en de zijnen geen enkel democratisch mandaat bezitten, is geen bezwaar. Evenmin deert het dat zij nauwelijks tot de orde kunnen worden geroepen door enig orgaan waar dat wél voor geldt. Integendeel. Immuniteit voor de volkswil strekt in de huidige crisis tot aanbeveling. Dat heeft ook de ECB ontdekt. Hoewel de bankiers uit Frankfurt formeel boven de partijen horen te staan, spelen zij in de huidige crisis regerinkje. Zo bleek achteraf dat het omstreden aankoopprogramma van Spaanse en Italiaanse obligaties vergezeld is gegaan van een brandbrief. Daarin zetten de centrale bankiers hun eisen uiteen. Niet in grote lijnen, maar tot in de details. Het verlanglijstje laat zich inmiddels dromen. In ruil voor financiële bijstand moeten de twee landen hun arbeidsmarkt flexibiliseren, staatsbezit privatiseren, pensioenen versoberen en in de gezondheidszorg snijden.
De manier waarop de geesten hiervoor rijp worden gemaakt, komt al even bekend voor. Eerst wordt de druk opgevoerd. Anders dan even daarvoor nog gedacht, blijken de financiële problemen niet verholpen. De rentes voor staatsobligaties lopen op, regeringsleiders beginnen aan te dringen op verdergaande maatregelen. Er wordt gesproken over een nieuw, allesbeslissend topoverleg. Dat gaat gepaard met oorlogszuchtige taal en racistische clichés. 'Het bloed spuit al door de straten’, de financiële markten zijn een 'slagveld’. Daarom is een 'machinegeweer’ nodig. Nee, een 'bazooka’. Te hanteren door Europa, want die luie Grieken hebben er een potje van gemaakt. Als de spanning een hoogtepunt bereikt, verschijnt een stroom doemverhalen in de media. Politici en bankiers voorspellen helse taferelen voor het geval de top mislukt. Ze schermen met onwaarschijnlijke bedragen - het einde van de euro zal Nederland honderden miljarden kosten - of zelfs een burgeroorlog. Het is Europa of de barbarij.
Echt geloofwaardig is dat al lang niet meer. Ingrepen die het ene moment nog werden voorgesteld als het begin van de Apocalyps - afwaardering van de Griekse staatsschuld, steunaankopen door de ECB, een geordende exit van Griekenland uit de eurozone - blijken een paar maanden later prima bespreekbaar. Toch heeft dit alarmisme effect. Door een uitzonderingstoestand te creëren geven de Europese leiders zichzelf een carte blanche. In zo'n situatie heet het ineens niet ondemocratisch, maar volkomen begrijpelijk om de nationale parlementen buitenspel te zetten. Het maakt de gepresenteerde oplossingen bovendien 'alternativlos’, zoals een favoriet neologisme van de Duitse bondskanselier Merkel luidt.
Zonder moeite kunnen de grotendeels door conservatieve en liberale partijen geleide regeringen hun ideologische stokpaardjes doordrukken. De Europese economieën worden zonder omhaal op nieuwe, rechtse leest geschoeid - iets wat in een normaal democratisch proces nooit zo snel was gelukt.
'Nu de euro op het spel staat, moet de democratie in Zuid-Europa even in de pauzestand’, constateerde een journalist in NRC Handelsblad. Dat is nog te optimistisch. Soms wordt de democratie inderdaad tijdelijk ingeperkt, zoals met de regering van nationale eenheid in Griekenland. Maar in veel gevallen, waaronder de nieuwe bevoegdheden van de Europese Commissie, is de afbraak van de nationale zeggenschap blijvend. Dat zou niet zo erg zijn, als er meer inspraak op Europees niveau tegenover stond. Niets is minder waar. Het tandeloze Europarlement is vrijwel onzichtbaar in de crisis.
DAT GELDT gelukkig niet voor de monddood gemaakte bevolkingen van Griekenland, Spanje en Portugal. Zij gaan met honderdduizenden tegelijk de straat op om hun ongenoegen te uiten. Maar ook uit onverwachte hoek klinkt scepsis. The Economist constateerde dat Europa is opgedeeld in twee soorten democratie: 'Iedereen moet begrip hebben voor de omstandigheden die Merkel afremmen. Maar Papandreou pleegt een “vertrouwensbreuk” zodra hij een referendum uitroept’, aldus het weekblad.
Ook enkele van de meest prominente aanhangers van het Europese project tonen zich bezorgd. 'De politieke elites (…) zetten zonder blikken of blozen hun eliteproject door en ontnemen de Europese burger zijn stem’, betoogde filosoof Jürgen Habermas. De aanpak van de eurocrisis heeft volgens hem niets te maken met democratie. De parlementaire legitimatie, meestal achteraf, is een grap. 'De eerste transnationale democratie’, aldus Habermas in een voorpublicatie van een nieuw boek, dreigt uit te lopen in 'een soort postdemocratische regering’.
Publicist Hans Magnus Enzensberger is in zijn essay Het zachte monster Brussel of Europa in de klem niet minder pessimistisch. 'Wie hun plannen dwarsboomt, wordt uitgescholden voor anti-Europeaan’, merkt hij op over de eurocraten, de ambtenaren en politici die iedere kritiek op hun beleid in de kiem proberen te smoren. 'Het kidnappen van dat begrip doet enigszins denken aan de retoriek van senator Joseph McCarthy en het politbureau van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Wat niet in hun kraam paste, plachten ze in een kwaad daglicht te stellen.’

ER IS NOG een overeenkomst met de fanatieke Republikeinen aan de overkant van de Oceaan. De Europese leiders tonen zich bij de aanpak van de eurocrisis niet minder blind voor de feiten. Niemand zal serieus beweren dat een Merkel of Sarkozy erop uit is de democratie in Europa om zeep te helpen. Hun daden lijken bovenal ingegeven door paniek. Maar wat hun wel degelijk kan worden verweten, zijn de ideologische oogkleppen die zij daarbij weigeren af te doen.
De feiten zouden voor zich moeten spreken. De crisisaanpak heeft de armoede in landen als Griekenland en Spanje met sprongen doen toenemen. Hetzelfde geldt voor het aantal zelfmoorden. Zelfs in financieel-economisch opzicht faalt het beleid jammerlijk. Onder invloed van het ongekende bezuinigingsexperiment is de Griekse werkloosheid bijna verdubbeld. En de staatsschuld is niet geslonken. Die steeg de afgelopen jaren alleen maar, van 127 procent naar 165 procent van het bbp. De vooruitzichten zijn pikzwart. Als Griekenland wordt gedwongen door te gaan op de huidige weg, slecht de overheidsschuld over niet al te lange tijd de magische grens van tweehonderd procent.
Dat ligt niet langer aan de Grieken. Dat ligt aan een crisispolitiek die internationaal door gerenommeerde economen van links tot rechts als desastreus wordt beoordeeld. Niet voor niets laat ook de Ierse economie, die geprezen is om zijn hervormingsijver, geen echte groei zien. Dat geldt inmiddels ook voor de rest van Europa. De Nederlandse economie krimpt zelfs weer. Met dank aan Rutte, Merkel en Sarkozy.
Wie verwacht dat zij zich iets van die werkelijkheid aantrekken, komt bedrogen uit. Alle aanwijzingen dat zij de Europese economie kapotbezuinigen ten spijt, gaan zij voort op de ingeslagen weg: minder democratie, minder sociaal, maar meer Europa en meer hervormingen.
Tenzij ze de komende maanden op serieus verzet stuiten, zullen ze er zelfs een schepje bovenop doen. De koeienletters van Bild na het afgeblazen Griekse referendum voorspellen weinig goeds. 'Grieken gaan door de knieën voor Angela Merkules’, kopte de invloedrijke Duitse boulevardkrant. Sarkozy ging nog een stapje verder. Hij pleitte openlijk voor 'positieve elektroshocks’. Uiteraard met de beste bedoelingen, ter redding van het Europese project dat garant moet staan voor vrede, welvaart en democratie op het continent. Nog even zo doorgaan en er is weinig meer om te redden.