Ligt het CDA in het zorgdebat dwars uit electoraal gewin? Of vreest de gezinspartij terecht voor een onder-graving van de solidariteit?

Waar windt politiek Den Haag zich in één week tijd zoal over op? Vorige week waren er de nastuipen van de stilstaande hogesnelheidstrein van de Fyra. Daarnaast leidde de eindexamenfraude in Rotterdam tot grote zorg, vooral toen bleek dat niet alleen het examen Frans was gestolen. Ook was er de rel rondom het politiek onzuiver opereren van de voorzitter van de Eerste Kamer, vvd-senator Fred de Graaf, bij de inhuldiging van de koning, wat hem dwong tot aftreden, waardoor zijn partijgenote Anouchka van Miltenburg, voorzitter van de Tweede Kamer, vervolgens buiten schot kon blijven. En het regende opnieuw slechte cijfers voor de Nederlandse economie, wat leidde tot een hoger bezuinigingsbedrag, gespeculeer over waar de klappen zullen vallen en de constatering dat de vvd de drie-procentseis voor het financieringstekort laat varen.

Door het mediageweld rondom deze zaken viel het veel minder op dat de Tweede Kamer vorige week ook voor het eerst sprak over de plannen van het kabinet met de langdurige zorg. Terwijl die plannen alle Nederlanders vroeg of laat raken, wat je van de Fyra, de gestolen eindexamens, het optreden van senator De Graaf en zelfs de bezuinigingen niet kunt zeggen. Bovendien behelzen de plannen van pvda-staatssecretaris Martin van Rijn een verandering in de zorg, met name waar het gaat om het aanspraak kunnen maken op langdurige zorg, die zeer ingrijpend is. d66-Kamerlid Vera Bergkamp sprak niet voor niks over de grootste zorghervorming in veertig jaar. Ze noemde het een ‘mega-operatie met veel onzekerheden in de gevolgen en de resultaten’.

Dit is niet een column over de media, maar mijn inschatting is dat het debat over de zorg zo weinig aandacht kreeg omdat het onderwerp taai en complex is, er geen politieke koppen dreigden te gaan rollen en het debat over de hoofdlijnen ging waardoor politieke partijen nog niet het achterste van hun tong hoefden te laten zien.

Het aantal bezoekers op de publieke tribune in de kleine vergaderzaal overtrof de media-­aandacht. Veel van die bezoekers bleken zelf in de thuiszorg te werken. Zij dachten dat het debat over hen en over hun werk zou gaan, over wat er op hen afkomt als de plannen doorgaan. Dat viel echter tegen. Ze verbaasden zich over het schuttersputjesgedrag, het elkaar politiek vliegen afvangen. Terwijl met name de pvv en de sp het debat toch vooral voor hen, voor de bühne speelden. Je zag die bezoekers echter denken dat van al dat gepalaver geen zwaar gehandicapte ’s morgens op tijd gewassen en aangekleed in zijn rolstoel zou komen te zitten.

Toch was het debat politiek gezien interessant. De staatssecretaris, coalitiepartijen vvd en pvda, en menig oppositiepartij zijn het eens dat de kosten van de langdurige zorg omlaag moeten door wat aan de vraag naar die uit de algemene middelen betaalde zorg te doen. De twee grootste oppositiepartijen, pvv en sp, vinden echter dat met het aanpakken van de fraude en de topinkomens in de zorg de kosten voldoende gedrukt kunnen worden. Dat zijn dusdanig verschillende opvattingen dat die twee kampen nooit bij elkaar zullen komen.

Voor een meerderheid in de Eerste Kamer zijn dus andere oppositiepartijen nodig. Het cda bijvoorbeeld. Tot de verkiezingen van volgend jaar voor de provinciale staten en de daarop volgende nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer, zou die partij in haar eentje het kabinet in de senaat uit de brand kunnen helpen. Maar het cda-Kamerlid Mona Keijzer werd door haar collega’s van de regeringspartijen meer geroosterd dan vol egards behandeld.

Wat vvd en pvda dwars zit, is dat de partij die vanuit haar traditie altijd heeft gehamerd op gezin en familie nu niet meteen volmondig ja zegt tegen het voornemen om veel meer te gaan kijken wat gezin en familie en daarnaast ook buren en vrienden kunnen doen voor een oudere, zieke of gehandicapte. Het steekt de coalitiegenoten dat het cda, de partij nota bene die de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (wmo) heeft bedacht, er nu moeite mee heeft nog meer taken naar de gemeenten over te dragen dan bij de wmo al het geval was.

Er wordt in de wandelgangen dan gemompeld dat het cda dwars ligt om het dwars liggen, dat de partij die meer gewend is aan regeren dan aan oppositievoeren dat laatste nu belangrijker – lees electoraal interessanter – vindt dan het voeren van een consistente, op inhoud gebaseerde politieke lijn. Maar Keijzer werpt dat verre van zich.

Haar kritiek zou de coalitiepartijen wel een zorg moeten zijn. Het cda is bang dat de awbz, waar je nu nog recht op hebt maar die straks slechts een voorziening is, een soort bijstandszorg wordt, alleen nog bereikbaar voor mensen die weinig geld hebben. Keijzer is er niet gerust op dat gemeenten, die de nieuwe kern-awbz moeten gaan toekennen, de poort ook open houden voor middeninkomens. Ze vraagt zich af wie er nog premie en belasting wil betalen voor een awbz als hij daar vervolgens toch geen aanspraak op kan maken. Ligt er een nieuw premie-oproer in het verschiet als wat het cda vreest de nieuwe werkelijkheid wordt?

Keijzer heeft nog een kritiekpunt: het verschil in het toekennen van zorg tussen gemeenten, bij wie immers de verdelingstaak komt te liggen. Dat moeten burgers dan maar uitvechten met hun lokale politici, dat is goed voor de lokale democratie, is dan het Haagse weerwoord. Toch wringt dat, want die lokale politici hebben niks te vertellen over hoeveel premie en belastinggeld er landelijk wordt geïnd voor de langdurige zorg. Er komt een knip tussen innen en uitdelen. Stel dat landelijk de lijn is: hoge premies, maar plaatselijk: zelfredzaamheid. Dat is een recept voor het ondergraven van solidariteit.