Knipoog naar Wolkers

MARLEEN SCHEFFERLIE
ROZENROOD
Meulenhoff, 206 blz., € 17,90

In de geestigste scène van het debuut van Marleen Schefferlie, Rozenrood, probeert de gelijknamige hoofdpersoon aan een gebronsde beachboy uit te leggen wat voor kunst ze nu eigenlijk maakt. Eros (want zo heet-ie) heeft heel andere dingen aan zijn hoofd, maar luistert beleefd. Schilder je bomen, vraagt Eros? Nee, ik schilder ze niet, zegt Rozenrood, ik maak driedimensionale objecten, ik wil een labyrint tonen dat zich organisch heeft ontwikkeld net als de natuur – en er vervolgens ‘iets van beton in storten’.
Het is perfect gevonden; niets zuigt de zuurstof meer uit je hoofd dan te praten met een kunstenaar die zelf ook niet weet waar zijn werk over gaat, maar er vooralsnog wel een hoge pet van op heeft. Jammer genoeg heeft Schefferlie die les niet op zichzelf betrokken, want Rozenrood is onnavolgbaar – in de zin dat je niet het idee krijgt dat Schefferlie weet waar haar eigen roman over gaat.
Jammer, want Schefferlie kan wel schrijven. Het hele boek houdt ze een naargeestige toon vast, en weet ze het ongeluk van haar hoofdpersoon te illustreren met precies de juiste, akelige details – ‘Eenmaal daar zakt alles weg en zit ik met mijn broek op mijn knieën op de koude bril. Vet glijdt de zetpil naar binnen en nu is het een kwestie van tien minuten voordat ik me beter voel. Mokerslagen van misselijkheid. Net op tijd zak ik op de grond, waar alleen al de geur van bleekmiddel en urine me doet braken.’
Schefferlie heeft veel oog voor vleselijk detail, en doet daarin soms aan Jan Wolkers denken: er wordt constant gepoept, gekotst en heftig gemenstrueerd (de opmaak van het boek lijkt ook een knipoog naar hem).
De roman draait in ieder geval om Rozenrood, een hypochondrisch meisje dat uit de handen van haar promiscue, bemoeizuchtige moeder wil ontsnappen, de armen van haar ex-vriend Beer in. Ze brengt haar tijd door in hotellobby’s en op luchthavens, op zoek naar Beer, maar belandt ondertussen steeds in de armen van foute mannen. Het verhaal is een aaneenrijging van korte scènes, niet-chronologisch door elkaar heen gehusseld, wat het geheel een impressionistische sfeer geeft.
Maar verder? Gaat het over weglopen, over eenzaamheid, over moeders en dochters? Van alles wat, maar dat is meestal van alles net niets.