Economie

Knot

Vorige week kondigde de president van de Europese Centrale Bank (ECB) een tweede monetair stimuleringspakket aan. De rente gaat nog meer naar beneden en de ECB gaat haar balans opnieuw gebruiken voor een opkoopprogramma voor hoogwaardige staats- en bedrijfsobligaties: QE2. Door handelsoorlogen en onopgeloste structurele problemen in de eurozone zelf – denk aan hoge publieke schulden in Zuid-Europa en hoge private schulden in Noord-Europa en achterblijvende lonen in de hele eurozone – dreigt in de ogen van de ECB een nieuwe recessie en is verdere stimulering gewenst.

Er is veel op af te dingen, en dat gebeurde dan ook. De president van De Nederlandsche Bank (DNB), Klaas Knot, vond het belangrijk genoeg om het in kringen van centrale bankiers heilige principe van eenheid van bestuur te doorbreken. Hij liet een dag later op de website van DNB weten wat hij ervan vond. En dat was niet mals. Zeker als je beseft dat onder centrale bankiers ongenoegen bij het lood wordt gewogen.

Volgens Knot ‘staat het stimuleringspakket in geen verhouding tot de economische situatie’, en, zo voegt hij eraan toe, ‘zijn er gegronde redenen om aan de effectiviteit te twijfelen’. En daarmee bedoelde hij eigenlijk het omgekeerde, zo werd een paar zinnen later duidelijk: monetaire stimulering leidt tot ‘verstoorde prijsvorming op financiële markten en overmatig risicozoekend gedrag op huizenmarkten’.

Niet alleen onnodig dus, ook nog eens schadelijk. Het zijn uitspraken die overduidelijk zijn gedaan met de Nederlandse situatie in het achterhoofd. Kenmerkend voor Nederland zijn immers de lange balansen van huishoudens, zoals de WRR in 2016 in het rapport Samenleving en financiële sector in evenwicht schreef. Nederlanders beschikken over uitzonderlijk veel pensioenvermogen en hebben ongekend hoge hypotheekschulden. De eerste bedragen ongeveer twee keer het bruto binnenlands product; de tweede één keer het bbp. En aan beide kanten van de balans worden de negatieve effecten van het beleid van de ECB steeds nadrukkelijker zichtbaar. Nauwelijks opbrengsten op pensioenbeleggingen waardoor kortingen en afschrijvingen dreigen, en een compleet overspannen huizenmarkt, met hoge hypotheekschulden en dito woonlasten. Met alle gevolgen voor koopkracht, binnenlandse bestedingen en de financiële stabiliteit van Nederlandse banken van dien.

Hij doorbrak het heilige principe van eenheid van bestuur

Ik ben het met Knot eens: kwantitatieve verruiming (QE), oftewel: het opkopen van obligaties om liquiditeit in het financiële stelsel te pompen, heeft de eurozone meer kwaad dan goed gedaan. Niet alleen vanwege de verstoringen op de kapitaal- en huizenmarkten waar Knot op wijst. Maar ook omdat het de politieke schaamlap leverde waarmee overheden van de eurozone-lidstaten de schadelijke effecten van het krappe begrotingsbeleid (bezuinigen en lasten verzwaren) aan het zicht konden onttrekken.

In principe zijn er twee kanalen waarmee overheden de economie kunnen stimuleren. Het bestedingskanaal van de begroting en het monetaire kanaal van de balans van de centrale bank. Het eerste is het meest directe en dus meest effectieve kanaal omdat ruimere overheidsbestedingen onmiddellijk in de zakken van burgers en bedrijven belanden. Het tweede werkt op zijn best indirect en op zijn slechtst verstorend, omdat de middelen die de centrale bank beschikbaar stelt eerst op de balans van banken komt en de bestedingsbeslissing aan hen overlaat.

In de wereld van na 2008 hadden Europese banken veel waardeloze activa op hun balans staan. De eerste ronde van kwantitatieve verruiming heeft nooit de reële economie bereikt en is door Europese grootbanken gebruikt om hun balans te herstellen. En in de wereld van 2010, toen de lidstaten van de eurozone op de bestedingsrem gingen staan en hun economieën dus niet langer hielpen groeien maar juist hielpen krimpen, was er in de reële economie maar een beperkt aantal categorieën aan activa voorhanden waar beleggers in wilden investeren: huizen en aandelen. Die beloofden door de goedkoop geld-politiek van de ECB meer rendement, en waren ook voldoende liquide om snel te kunnen afstoten.

Het betekent dat Knot niet alleen zijn afkeer van QE2 had moeten laten blijken, maar dat hij ook had moeten pleiten voor het terugdraaien van de vijftig miljard euro aan lastenverzwaringen die Rutte I, II en III Nederlanders de afgelopen tien jaar door de strot heeft gedouwd.

En als Knot eerlijk was geweest, had hij erkend dat de Europese Monetaire Unie met zijn one-size-fits-none-beleid is mislukt. Maar daar is hij helaas te diplomatiek voor.