Interview professor Sari Nusseibeh

Knuffel-Palestijn

Professor Sari Nusseibeh behartigt de belangen van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Zijn gematigde opvattingen maken hem onder zijn eigen volk weinig geliefd. Links Israël kan, soms, met hem praten. «De PLO heeft meegeholpen de situatie te verergeren.»

Het is rustig bij de Damascuspoort in Jeruzalem. Het op steile terrassen gebouwde tegelplein voor de poort naar het Arabische deel van de Oude Stad blikkert in de voorjaarszon. Groepjes winkelaars trekken zich terug in de smalle randjes schaduw, een koopman sjouwt met een doosje kruizemunt en een dik joch probeert koetjesrepen te slijten. Dan verschijnt er een koortje van Palestijnse studenten, met in hun kielzog academici en medestanders die borden neerzetten met vredesleuzen als «Stop de genocide in de bezette gebieden».

Als laatste daalt Sari Nusseibeh (52) de trappen af, samen met de moefti van Jeruzalem en de Arabische patriarch van de Grieks-orthodoxe kerk. Voor een paar in allerijl opgestelde camera’s kondigen ze een oecumenische vastendag aan uit solidariteit met de geteisterde bevolking in de bezette gebieden. «Wij eisen een onmiddellijke terugtrekking van de Israëlische legerstellingen uit en rond de Palestijnse steden, opheffing van de blokkades die het normale leven ondoenlijk maken, en de vrijlating van Arafat uit zijn absurde geïsoleerdheid in Ramallah. Ik pleit voor een terugkeer tot ons gezonde verstand. De enige uitweg is om weer samen rond de tafel te gaan zitten met Israël en verder te gaan met de vredesonderhandelingen», zegt Nusseibeh. Hij praat zo zacht dat de toeschouwers zich nog dichter om hem heen dringen. Wanneer de verlegen Nusseibeh niet aan het woord is, kijkt hij opgelaten en speurend om zich heen.

De in Oxford opgeleide professor in de islamitische filosofie en directeur van de Al-Quds Universiteit in Jeruzalem werd in november door Yasser Arafat aangesteld als opvolger van de overleden Faisal Husseini om de belangen te behartigen van de 260.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem, waar Nusseibeh ook woont. Hoewel de Palestijnse Autoriteit scholen en sociale instellingen beheert, valt «Palestijns» Jeruzalem volledig onder Israëlisch bestuur. Nusseibeh heeft geen politiemacht of veiligheidspersoneel onder zich. Net als zijn voorganger valt hijp goed bij Arafat en kon hij ook al voordat de Palestijnse leider in zijn hoofdkwartier werd opgesloten zelfstandig zijn gang gaan.

In 1994 trok Nusseibeh zich terug uit de politiek om zich geheel te wijden aan zijn academische carrière, maar daar kwam na zijn aanstelling als zwevende burgemeester langzaam verandering in. Hij maakt zich nu sterk voor vrede. Hoewel hij nooit kranten leest, volgens zeggen, weet hij toch alles wat er speelt.

Als hij klaar is met de persconferentie schuifelt hij langs bewonderaars, gevolgd door een groepje hulpjes en hielenlikkers, en praat vooral tegen zijn mobiele telefoon. Het is niet te hopen dat hij de weg zal volgen van die andere supersterren, zoals, nee, niet Jezus, maar Yitzhak Rabin, die zich ook voor vrede uitsprak in een tijd waarin dat bijzonder impopulair was. Een bodyguard is de nieuwste toevoeging aan Nusseibehs entourage.

De zich onhandig bewegende, kettingrokende en onmiskenbaar charismatische Nusseibeh ontleent zijn geliefdheid bij Palestijnen aan zijn goedige, beetje suffige uitstraling van de onbevooroordeelde professor, en aan zijn afkomst. Nusseibeh komt net als zijn voorganger Husseini uit een «adellijk» Jeruzalems geslacht. De Nusseibehs stammen af van de profeet Mohammed. Om getouwtrek tussen de christelijke kerken in Jeruzalem te voorkomen, reikte het Arabische bestuur van de stad in 1191 of in 1400 — de datum wordt betwist — de sleutels van de Heilig Grafkerk met het graf van Jezus over aan de Nusseibeh-familie, met de taak om de kerk bij dageraad en schemering te openen en te sluiten. Nusseibeh legt af en toe een kerkbezoek af ten bate van humanitaire missies.

Nusseibeh is controversieel sinds hij in november een lezing hield aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem waarin hij pleitte voor een vredesregeling met Israël waarbij het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar Israël — misschien wel het grootste obstakel voor een akkoord, zoals bleek bij de afgebroken Taba-onderhandelingen — door de Palestijnen moet worden opgegeven. Hetzelfde idee opperde hij al in zijn boek A Two-State Settlement of the Israeli-Palestinian Conflict uit 1991, geschreven met strateeg Mark Heller van de universiteit van Tel Aviv.

In een Israëlische talkshow deed Nusseibeh zijn verhaal nog eens uit de doeken, waarbij gastheer en publiek van hun stoelen vielen van verbazing vanwege de inderdaad grandioze mildheid van zijn standpunten, die ook nog eens pragmatisch, zonder opsmuk en in de derde persoon werden verwoord, zodat hij door links Israël werd gebombardeerd tot knuffel-Palestijn, de enige Palestijn met wie valt te praten. Niet dat ze dat ook werkelijk doen. De grootste vredesbeweging van Israël, Vrede Nu, is de enige die contacten met hem onderhoudt; op de demonstratie in Tel Aviv van 26 februari sprak hij vijftienduizend mensen toe. Nusseibehs acties in Oost-Jeruzalem worden niet gecoverd door de Israëlische media.

De relatie met zijn eigen volk is ook problematisch en demonstreert dat iemand die gematigde opvattingen uitdraagt het risico loopt te worden uitgekotst door een achterban van hardliners — een patstelling die ook aan Israëlische zijde geldt. Nusseibehs vrienden noemen hem bewonderend een dappere eenling, de enige Palestijn die realistisch durft te praten over Palestijnse concessies op weg naar vrede met Israël. Zijn vijanden — en daaronder bevinden zich niet alleen Palestijnen, want Nusseibeh-bashing is doorgesijpeld tot in de Arabische landen — verguizen hem als een verrader en vinden dat hij zijn mond moet houden over vrede op het moment dat er dagelijks Palestijnen sneuvelen in het anderhalf jaar durende conflict.

Nusseibeh beoogt zowel samen met de Palestijnse Autoriteit te coördineren als met de Israëliërs samen te werken over gemeentezaken. Hij is pro-Israël en meent dat de Palestijnen alleen vooruit komen door coöperatie met Israël. In de praktijk komt van beide samenwerkingsverbanden niet veel terecht. De communicatie met Israël laat te wensen over nu men voorlopig alle Palestijnen over een kam scheert als «on(onder)handelbaar». De enige Palestijn waar de Israëlische regering nog officieel mee praat, is Saeb Erekat, Arafats hoofdonderhandelaar van Camp David en Taba; dat wil zeggen, mits er geen calamiteiten uitbreken zoals grootscheepse zelfmoordaanslagen. In de praktijk worden de veiligheidsonderonsjes met Ariel Sharon dan ook vaak afgelast.

De relatie met de Palestijnse Autoriteit wordt bemoeilijkt doordat die de eerdere bombardementen, arrestaties en bulldozers van Israël nauwelijks heeft overleefd: hun gebouwen en politiemacht liggen plat, althans op de Westelijke Jordaanoever — de situatie in Gaza is iets beter. Op andere Palestijnse leiders wordt gejaagd of ze worden al verhoord door de binnenlandse veiligheidsdienst.

Tijdens de legeracties in april werden volgens de Israëlische krant Ha’aretz vijftig van de honderd meest gevaarlijke Palestijnen opgepakt die op de uitleveringslijst van Israël en de CIA stonden. Dat de hoogste bestuurlijke regionen niet werden gespaard, bleek uit de arrestatie van een van Arafats mogelijke opvolgers, Marwan Barghouti, het hoofd van Arafats Fatah-partij die terroristische acties tegen Israëliërs organiseert, en de verioedelijke leider van de Al-Aksa-martelarenbrigades die de laatste maanden zelfmoordaanslagen uitvoeren.

Andere PA-leiders kwamen eveneens onder vuur te liggen, zoals Jibril Rajoub, het hoofd van de Preventieve Veiligheid op de Westelijke Jordaanoever. In april gaf hij zich over na een vier dagen durend beleg van zijn hoofdkwartier in Ramallah, samen met 250 van zijn manschappen. Ze werden daarna vrijgelaten. In mei vorig jaar ontsnapte Rajoub aan een foutief bombardement op zijn huis in Ramallah, dit terwijl hij juist de enige Palestijnse veiligheidsleider is die terroristen aanpakt. Barghouti’s tegenhanger in de Gazastrook Mohammed Dahlan wordt nog met rust gelaten, hoewel hij ervan wordt beschuldigd personeel in dienst te hebben dat zich inlaat met terreur.

Op Nusseibeh wordt niet gejaagd: hij speelde geen enkele rol in de laatste rondes van geweld. Hij zou goed gebruik kunnen maken van zijn gunstige positie, neutraal tussen de partijen in, maar voorlopig ontbeert hij een echte partner om mee te praten. Hij is namelijk ook niet een van de Arafat-getrouwen, zoals Abu Mazen en Abu Ala, en bovendien verschillen zijn meningen zodanig van die van de PA dat hij alleen uit eigen naam gesprekken voert, níet voor de PA.

Na een interview met de BBC, waarbij de interviewster hem binnensmonds vermaant dat hij eens een normaal bureau-interview moet geven en hem vervolgens het flesje water waaruit hij drinkt uit handen neemt, is het de beurt aan De Groene. We gaan zitten op de tegels, met uitzicht op de Palestijnse jongeren, meest meisjes met witte hoofddoekjes en burka’s, die vredesliedjes zingen.

U zegt dat zowel Israël als de Palestijnen tot bezinning moeten komen. In een interview zei u eens dat de gemiddelde Israëliër en Palestijn hetzelfde zijn; ze zijn net zo menselijk…

Sari Nusseibeh: «Dat is ook zo. Als je ziet dat volgens peilingen 72 procent van de Israëliërs vóór de legeractiviteiten in de bezette gebieden is, en zelfs negentig procent van de Palestijnen vóór het voortzetten van de gewelddadigheden, dan lijken ze op elkaar. Aan de andere kant is een net zo grote meerderheid onder beide volken voor vrede. Als je deze gegevens naast elkaar zet, dan klinkt dat niet logisch. Daarom moet je dieper onder de oppervlakte kijken. Voor mij telt het als zwaarste dat beide partijen diep in hun hart vrede willen en bereid zijn tot concessies. Dat geeft hoop.»

Maar die hang naar geweld blijft toch ook?

«Ja, dat is zo.»

Wat is nu het grootste obstakel voor hervatting van de vredesonderhandelingen: de geweldsuitbarstingen en slachtoffers aan beide zijden; de haat en achterdocht over en weer waarbij elk positief voorstel bij voorbaat de grond in wordt geboord; de vernederingen en opsluiting van de Palestijnen in hun eigen woonplaatsen — scholen zijn dicht, mensen kunnen niet naar hun werk, de Al-Quds Universiteit is al weken dicht omdat de studenten die op de Westbank wonen Jeruzalem niet in mogen? Of telt toch het vluchtelingenprobleem het zwaarst, en de mogelijke verdeling van Jeruzalem?

«Alles! Er is niet iets wat erbovenuit steekt. De aanslagen op Israëlische burgers veroorzaken verschrikkelijke schade. De schendingen van mensenrechten van Palestijnen ook. Hun armoede. De afsluiting van water en elektriciteit. De verwoestingen aan de infrastructuur en gebouwen. Arafats opsluiting in Ramallah is een ramp; dit maakt de Palestijnen ziedend. Hetzelfde geldt voor de arrestatie van Barghouti; die is op zichzelf misschien terecht, maar brengt vrede niet dichterbij.

Wat betreft het opgeven van land, het vluchtelingenvraagstuk en een eventuele verdeling van Jeruzalem: dat blijven de basisprincipes van een nieuwe ronde onderhandelingen. Wat dat aangaat is er niets nieuws onder de zon, want dat zullen altijd dezelfde struikelblokken blijven, en de opties blijven hetzelfde. En hoe eerder we die gaan bespreken, hoe beter.»

Vanwege uw standpunt over de vluchtelingen bent u hard aangevallen. Zelfs uw plan voor het oprichten van een autonome Palestijnse staat naast Israël wordt niet altijd gewaardeerd. Wat zegt u tegen uw critici die uw vormgeving van het tweestatenconcept discriminatie noemen? Hun redenering is dat de Palestijnen alleen recht krijgen op terugkeer in de Palestijnse staat, en niet in de Israëlische staat, en dat ze dus worden achtergesteld.

«Ik ben eigenlijk voor het bestaan van één ongedeeld land. Nee, ik bedoel niet zoals de Hamas die ook één land wil, waarin joden en moslims elkaar naar het leven staan onder moslimbestuur. Ik zie het meer ideaal, dus dat alle inwoners er ongeacht hun godsdienst in vrede kunnen leven. Maar omdat dat nou eenmaal onwerkbaar is, ben ik voor het creëren van twee staten: Israël voor de joden en een Palestijnse staat voor de Palestijnen. Dat is de enige optie. Israël moet een joodse staat blijven waarin Israëlische Arabieren volle rechten krijgen. Weliswaar krijgen Israëlische Arabieren niet het recht op terugkeer in Israël, zoals voor de joden geldt, maar wel in de Palestijnse staat. Dit is de enige optie die Israël zal accepteren. Israël is tegen het recht op terugkeer van Palestijnen omdat dit het joodse karakter van Israël aantast. Die drieëneenhalf miljoen Palestijnse vluchtelingen zouden een Arabische meerderheid in Israël veroorzaken.»

U was de organisator van de Jeruzalemse tak van de eerste intifada van 1987 tot 1993 en u heeft de hele aanloop naar Oslo meegemaakt. U bent ook zelf onderhandelaar geweest voor de Palestijnen, waarbij in 1987 uw arm nog werd gebroken door Palestijnse studenten toen u op de universiteit van Bir Zeit terugkeerde na een gesprek met Israëlische Likoed-politici. Vrede en geweld gaan in Israël hand in hand, lijkt het wel. De eerste Palestijnse zelfmoordaanslag was in 1994; ná Oslo. Tegenwoordig zijn ze aan de orde van de dag. Waarom is deze intifada gewelddadiger dan de vorige?

Nusseibeh: «Ik noem dit geen intifada. Het is een reeks gebeurtenissen die de Palestijnen zijn overkomen en die uit de hand zijn gelopen. Ik geef toe dat de PLO niet vrij is van blaam. Ze hebben meegeholpen de situatie te verergeren. (met veel nadruk) Dat was een fout. Maar de PLO is niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het afglijden naar geweld en tegengeweld. Er zijn de laatste jaren veel extremistische splintergroeperingen opgestaan. Die hebben hun eigen programma. Dat wil niet zeggen dat Israël zomaar zijn gang kan gaan. Het geweld lost niets op. Het is contraproductief. Zolang de Israëlische offensieven en de blokkades niet worden stopgezet, verliest de Palestijnse bevolking de moed om vrede te willen en worden ze extremistischer. Aan de andere kant denk ik niet dat Ariel Sharon in staat is tot het sluiten van vrede.»

De PLO is niet rechtstreeks verantwoordelijk, zegt u, maar Israëlische militairen vonden bezwarende geschriften waaruit bleek dat Arafat zijn handtekening had gezet onder rekeningen voor bommen voor aanslagen van de aan de PA gelieerde Al-Aksa-martelarenbrigades. Dus hij steunt het geweld?

«Ja.»

U wilt dat de VS en andere buitenlandse bemiddelaars hun schouders zetten onder het vredesproces, en dat er eventueel monitors worden geplaatst. Bush is ondanks beweringen van het tegendeel niet bereid zich in het gekrakeel te mengen, vinden velen, en Colin Powell is onverrichter zake naar Washington teruggekeerd: behalve geld om kapotte waterleidingen te repareren had hij niks in zijn aktetas. Een VN-team komt een oordeel vellen over de vermeende massamoord in Jenin. Wat verwacht u van de buitenlandse inspanningen?

«Ik verwacht er alleen wat van op de lange duur. Wapenstilstanden in de vorm Tenet, Mitchell of het Zinni/Powell-document hebben geen zin. Alleen een definitief vredesplan maakt een kans.»

Hoe draagt u uw steentje bij aan het weer op poten zetten van de onderhandelingen? Met wie kunt u communiceren?

«Israël heeft zijn belangstelling voor ons verloren, het wantrouwen jegens de Palestijnen is te groot. Ik hoop met geweldloze acties aan te tonen dat er wel degelijk Palestijnen zijn die vrede willen. Verder ben ik bereid om samen met linkse Israëliërs acties te organiseren. Die Israëliërs zijn er nog steeds, al hoor je niet veel meer van ze. Het is mijn bedoeling dat de hoop weer tot leven wordt gewekt.»

Nusseibeh richt zijn aandacht op het koor. De Palestijnse activisten hebben zich in hun jeugdige enthousiasme niet aan hun tekst gehouden en scanderen, velen met een glunderend gezicht: «Verlos ons van de joden» en: «Saddam, bombardeer Tel Aviv weer eens». Omstanders glimlachen. Nusseibeh vertrekt geen spier en begeeft zich behoedzaam naar het koor. Terwijl hij er stilletjes naast gaat zitten, gaan ze weer over op vredesliedjes.