TONEEL

Knuffelfactor

Midzomernachtdroom

Shakespeare’s A Midsummer Night’s Dream geldt als de in geslagen room gegoten suikervlaai onder de liefdeskomedies. Het zou ooit een gelegenheidsstuk voor een adellijk huwelijk zijn geweest, dat zodanig in de smaak viel dat de auteur het heeft herbesuikerd en opgepimpt, wat extra grappen en grollen uit de feestboetiek in het deeg heeft gerold, waarna het een eeuwige plek kreeg onder de kaskrakers van het wereldrepertoire.
Kern van het verhaal: vier grootsteedse pubers met relatieproblemen raken in een toverbos bekneld in de oorlog tussen een trollenvorst en een elfenkoningin. De soezerige onderlinge verwarringen worden gesticht door Kabouter Puck, die wat kwistig loopt te morsen met liefdesdrankjes. Aan het eind komt alles goed in huwelijken waar je niet bij in de buurt wilt wonen, tijdens een feest dat wordt opgeluisterd door koddige amateurtoneleurs die het hele stuk door hebben lopen repeteren aan een ‘tragische klucht’ in sinterklaasrijmen.
Bij zijn nieuwe werkgever, het Nationale Toneel te Den Haag, regisseerde Theu Boermans een concept dat hij eerder toepaste in Wenen. Dat is het nieuwe toneel: men blaast in een of ander buitenland een excellente proefballon op, die daarna op onze podia mag ontploffen. Ik vind dat je die dingen ruim moet zien, hoorde dat de Haagse première feestelijk was en ging op een doordeweekse avond kijken in de volledig uitverkochte schouwburg van Haarlem. Vooraf zie je Pierre Bokma de vloer zuigen van een grote partytent. Hij speelt, zeer geestig, de informele leider van de amateurs, hier een ploeg theatertechnici - Kale, Bok, Belg, Pikkie, Kluit en Turk geheten.
Na een klein half uur knakt het dak van de partytent en flikkert er een container kroonkurken uit de toneelkap: het bos. Daar moet iedereen vervolgens een kleine twee uur doorheen stappen en flink wat blanke liefdesverzen zeggen - dat gaat, om het mild uit te drukken, niet alle toneelspelers even goed af; nogal wat van die teksten verdwijnen roemloos in het kurk en dan blijft er om eerlijk te zijn niet veel meer over dan een stel matige grappen van Bok, Belg en Pikkie, een paar ontroerend bedoelde liedjes en de tovertrucjes, die hier met gewilde modernismen zijn opgetuigd. Ik verveelde me al snel te pletter maar werd door het enthousiasme om me heen hardhandig gedwongen na te denken over wat er hier, dan wel met mij, loos was.
Mijn chagrijn kon het niet wezen, ik was immers handenwrijvend van de voorpret naar Haarlem afgereisd. Dat het koninklijke huwelijksfeest, de aanleiding voor deze midzomernachtelijke droom, door Theu Boermans is omgebouwd tot een verstandsverbintenis tussen de firma Hippolyta Inc. en Theseus GmbH, vond ik weliswaar erg schon dagewesen maar irriteerde me niet bovenmatig. Wat me wel tegen de borst begon te stuiten was dat de voorstelling het erg met zijn eigen leukigheid getroffen leek te hebben, een sterk verhoogde knuffelfactor dus, naast veel sterren op het toneel (en bij de recensies) en een hoop alles-kits-achter-de-rits-oppervlakkigheid, het geheel nogal vreugdeloos gespeeld. Ik ben bang dat als dit de toon van het toneel van de nabije toekomst gaat worden, ik het niet erg meer naar mijn zin ga krijgen in die grote zalen.
Daar ging mijn nachtmerrie over, vlak na Haarlem. Dat ik almaar venijniger opmerkingen uit mijn toneelartikelen aan het schrappen was tot ik uiteindelijk tegen een zwartgeblakerd schrijfblok zat aan te kijken en besloot ermee op te houden, met over toneel te schrijven. Ik wil niet zeuren, maar een prettig vooruitzicht vond ik dat niet. En het voelde uiteindelijk ook niet echt aan als een compliment voor die Midzomernachtdroom.

Midzomernachtdroom is nog t/m 1 februari op tournee en wordt volgend seizoen doorgespeeld, www.nationaletoneel.nl