Knuffelheldin

De Nobelprijs voor de vrede gaat dit jaar naar een knuffelheldin. Twee jaar geleden kreeg de Europese Unie de prijs en ook vorig jaar ging hij naar een bureaucratie, het VN-agentschap tegen chemische wapens. Gelukkig werd deze week paus Franciscus, de favoriet op alle lijstjes, gepasseerd voor het zeventienjarige Pakistaanse meisje Malala Yousafzai en een Indiër. Met Malala haalt het Nobelcomité een wereldwijd symbool van moed op zijn lijst en geeft daarmee – zo wil het cliché – haar strijd een flinke impuls. Maar toch zijn er goede redenen om nog eens naar die keuze te kijken.

Het begint al met ‘die Indiër’ wiens naam al niemand zich meer kan herinneren. Het betreft Kailash Satyarthi, en wat er met zijn naam gebeurt, is exemplarisch voor de zaak waar hij zijn leven aan heeft gewijd: de slavernij. Dat is duidelijk niet zo’n aansprekend onrecht als meisjes uit de schoolbanken houden, want er is veel minder aandacht voor. Hoewel ‘slavernij’ erg negentiende-eeuws klinkt, lopen de schattingen van het aantal slaven in de wereld op tot dertig miljoen, van lijfeigenen in Mauretanië tot afgeperste prostituees op de Amsterdamse Wallen. Miljoenen slaven wonen in India, en het leeuwendeel is kind: werkend om schulden van hun ouders af te betalen. ‘De nieuwe middenklasse van India eist goedkope en dociele arbeid’, zei Satyarthi, en met kinderhandel wordt aan die vraag voldaan. Aan de zestigjarige Satyarthi wordt de bevrijding van tienduizenden kinderen uit slavernij toegeschreven, die hij soms letterlijk wegroofde bij overvallen op afgesloten fabrieken.

Dat Satyarthi al direct ‘de andere winnaar’ is naast Malala illustreert hoe we onze Nobelprijswinnaars graag zien: als onbedorven symbolen van goedheid. Malala is een bewonderenswaardige jonge vrouw en een terechte winnaar van de Nobelprijs, maar je hoeft geen hekel aan haar te hebben om je te ergeren aan de mierzoete geur waarmee ze al jarenlang wordt omgeven. Steevast aangeduid als symbool van hoop, moed, optimisme, aan de borst gedrukt door Madonna, Laura Bush en de onvermijdelijke Angelina Jolie, en meestal begeleid met zo’n ‘ah, wat knáp’-toontje.

Dat paternalisme behoedt de Amerikanen, en onszelf, voor lastiger vragen over de rol van het Westen in het conflict dat Malala bijna het leven kostte. Over de drone-oorlog in Noordwest-Pakistan, waarbij de VS aan de lopende band Pakistanen doden, over de enorme bedragen ‘ontwikkelingshulp’ die de VS aan het Pakistaanse leger betalen, en de steun van Pakistaanse inlichtingendiensten en elites aan de Taliban waar wij weer oorlog tegen voerden. Het beschut ons ook voor de vraag wat de Nobelprijs voor Malala zelf betekent. De mythe wil dat ze werd neergeschoten om haar strijd voor het recht op scholing, maar de Taliban begonnen Malala pas te bedreigen toen ze in een Amerikaanse documentaire figureerde, in het westerse mensenrechtencircuit begon mee te draaien en in de media steeds bouder de Taliban aanviel. Die labelden haar vervolgens als een ‘instrument van westerse propaganda’.

Lastige kwesties worden door een Nobelprijs in het slot gegooid

De Pakistaanse journalist die haar ‘ontdekte’ kijkt nu met grote spijt terug op zijn deelname aan de constructie van een mediaheldin die als gevolg daarvan sinds haar elfde in levensgevaar is. De Nobelprijs zal dat gevaar niet verminderen, ook al omdat een aanzienlijk deel van de Pakistanen – in navolging van de Taliban – Malala ziet als een westerse aankleedpop, een schaamlap voor de drone-oorlog, mogelijk zelfs een CIA-verzinsel.

Ten slotte kun je ook vragen stellen bij de klakkeloze aanname dat een Vredesprijs de winnaar beschermt en zijn of haar zaak een krachtige impuls geeft. De Amerikaanse politicoloog Ronald Krebs, die beide zaken onder de loep nam in The False Promise of the Nobel Peace Prize, kan het niet onderschrijven. Soms worden lastige kwesties door een Nobelprijs juist in het slot gegooid, zoals de relatie tussen de dalai lama en China. Krebs signaleert dat de Vredesprijs steeds minder vaak een beloning is voor bereikte resultaten, en steeds vaker is bedoeld als ondersteuning van de aspiraties die winnaars belichamen; denk aan de prijs voor Barack Obama. Ook wordt de prijs steeds vaker uitgereikt aan activisten die liberalisering van hun samenleving nastreven. Malala belichaamt bij uitstek deze categorieën. ‘Maar juist in deze prominente categorie van winnaars’, waarschuwt Krebs, leiden ‘de goede intenties van het Nobelcomité’ tot ‘perverse consequenties’: deze winnaars krijgen te maken met meer tegenwerking of gevaar, terwijl de kans slinkt dat ze conflictloos de liberalisering bereiken die ze nastreven. Krebs beveelt het Nobelcomité aan om ‘beter na te denken over de ongewenste gevolgen van de Vredesprijs’. Dat moeten we dan maar na Malala doen.


H.J.A. Hofland is afwezig.