Het gezin en de Christelijke maakbaarheid

Knuffelt u uw kind?

Vorige week presenteerde vice-premier Rouvoet van Jeugd en Gezin zijn plannen. Vanaf volgend jaar kunnen ouders van jonge kinderen een vragenlijst verwachten. De overheid wil zo kunnen beoordelen of ouders hun kinderen goed opvoeden.

In Rotterdam woont een vrouw van in de tachtig die weigert mee te doen aan een proef voor gratis openbaar vervoer voor ouderen. Waarom? Omdat ze daarvoor een vragenlijst moest invullen. Of ze zich wel eens eenzaam voelde, nog wel eens het huis uit ging: dat soort zaken wilde de gemeente weten. De vrouw vindt dat de antwoorden op dergelijke vragen de gemeente niets aangaan.

Vanaf volgend jaar kunnen alle ouders van jonge kinderen ook een dergelijke vragenlijst verwachten. Niet omdat ze na invulling ervan een gratis OV-abonnement voor het hele gezin krijgen. Nee, omdat vice-premier André Rouvoet, ChristenUnie-minister van Jeugd en Gezin, wil kunnen beoordelen of ze hun kinderen goed opvoeden. Rouvoet wil van elk kind tussen de nul en vier jaar voortaan een risicoanalyse hebben.

Waarop zal hij letten om de risico’s te kunnen inschatten die achter elke voordeur verborgen liggen? Hoe laat gaat uw kind naar bed? Slaat u uw kind wel eens? Ook niet een klein beetje? Knuffelt u uw kind? Wie zorgt er voor uw kind als u een avondje uitgaat? Laat u ze wel eens alleen? Hoe lang kijken uw kinderen per dag tv, en u zelf? Naar welke programma’s kijken zij, en u? Leest u wel eens voor? Zingt u wel eens met ze? Gaat u met ze naar de kinderboerderij? Bent u gescheiden? Wat is uw eigen schoolopleiding? Hebt u werk? Hebt u schulden? Bent u aan de drank? Gebruikt u misschien drugs? Bent u zelf vroeger seksueel misbruikt door uw vader of broer?

Als u, als jonge ouder, net als de Rotterdamse oude dame weigert zo’n vragenlijst in te vullen, omdat u dit een schending van uw privacy vindt, dan bent u nog niet van Rouvoet en zijn jeugdzorg af. Dan gaan bij hem juist alle alarmbellen rinkelen: u zult dan immers wel iets te verbergen hebben.

Het is inmiddels dé redeneertrant van dit kabinet. Het meelezen door de overheid van e‑mails, het kunnen nagaan wie je gebeld hebt of welke websites je hebt bezocht: alles wordt verdedigd met de opmerking dat als je niks te verbergen hebt je er toch ook geen last van hebt.

Maar de risicoanalyses van kinderen gaan een stap verder. De staat dringt daarmee de huiskamers, keukens en slaapkamers van gezinnen met kinderen binnen. Zo wordt langzaam maar zeker ons recht op privacy, onze bescherming tegen overheidsbemoeienis, een lege huls.

Dat ouders van Rouvoets maatregel geen last zouden krijgen als ze niks te verbergen hebben, valt overigens te betwijfelen. Iedereen kan in zijn omgeving mensen opnoemen die in theorie een risicoprofiel zouden hebben gehad waar de Verwijzingsindex waar Rouvoet het over heeft van zou zijn uitgeslagen. Een vrouw die na een echtscheiding haar kinderen alleen moest opvoeden en van een bijstandsuitkering leefde. Iemand die in haar jeugd ouders had die seksuele spelletjes met haar en haar broer deed. Een ander die veel is geslagen toen ze jong was. Ik ken ze. Maar degenen waar ik nu aan denk, hebben allemaal hun kinderen op een fijne manier naar de volwassenheid geleid. Dat jeugdzorg zich via de Verwijzingsindex met hen zou zijn gaan bemoeien, zou je ze niet hebben toegewenst.

Het valt niet te ontkennen: het aantal mishandelde kinderen is groot. De roep om een betere jeugdzorg klinkt al jaren. Maar de Savannah’s en Maasmeisjes zijn door hun ouders of verzorgers vermoord ondanks het feit dat ze bij de jeugdzorg in beeld waren. Dat deze meisjes niet meer leven, komt doordat de jeugdzorg zelf door versnippering, onneembare schuttingen en bergen papierwerk geen goede zorg kon leveren. Er waren in die gezinnen grote problemen achter de voordeur, maar vóór die voordeur ging het ook niet goed.

Rouvoet gaat die langs elkaar heen werkende jeugdzorg overigens aanpakken. Eén gezin, één plan, noemt hij dat. Dus geen 33 instellingen met 33 plannen meer. Als dat hem lukt, is dat winst. Want elk geval van kindermishandeling is er één te veel. Maar de staat gaat te ver als ze zich achter elke voordeur met kinderen een beeld wil verschaffen over de opvoeding.

Er gaan twee ideeën schuil achter Rouvoets maatregel. Ten eerste dat de samenleving maakbaar zou zijn. Niet voor niets was er een juichende pvda’er die onmiddellijk het ‘doorpakgehalte’ van Rouvoets plan prees. De maakbare samenleving is blijkbaar niet uit het pvda-gedachtegoed te branden. Evenmin als de voorliefde voor bureaucratie en papierwinkels, wat de risicoanalyse van alle Nederlandse kinderen in de praktijk zal betekenen. Het woord ‘doorpakgehalte’ is op zichzelf al voldoende om die bureaucratie voor je ogen te zien opdoemen.

De tweede idee achter Rouvoets voornemen is dat het leven uiteindelijk risicoloos te leven is. Ook dat is een idée-fixe. Bovendien één die het kabinet zijn burgers niet mag voorschotelen. En dan niet alleen omdat de overheid een risicoloos leven niet kan garanderen.

In de Tweede Kamer is er een meerderheid voor Rouvoets voorstellen. Het enige verweer dat goedwillende, toekomstige ouders die niet gediend zijn van opdringerige staatsbemoeienis rest, is lijdelijk verzet. Als veel ouders de komende jaren het wapen van de burgerlijke ongehoorzaamheid inzetten, zal het hard en lang gaan rinkelen op Rouvoets ministerie.