TONEEL

Knullige lieverds

A Sense of Belonging

Een gezelschap ruige rockers kijkt in stilte vanuit haar camper-van-illusies naar de wondere wereld die ze zojuist heeft gemaakt, speciaal voor de buurvrouw van haar besneeuwde veldje (‘O, u doet iets met elementen, wat leuk!’), die op de fiets even was komen kijken wat deze langharige nomaden aan het uitvreten waren. Speciaal voor deze lieve dame hebben de langharige babyboomers een demonstratie verzorgd van wat hun mobiel kunstzinnig avonturenpretpark moet worden. Nu kijken ze en proosten met nep-prosecco op de attracties van hun sprookjeswereld waar we allemaal een uurtje bij mochten horen.
Zoals de titel van het festival De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg ons immers had beloofd, A Sense of Belonging. Jammer genoeg gaan Philippe Quesne en zijn knullige lieverds nog tien minuten door, terwijl de festivalafsluiter La Mélancolie des Dragons gerust had mogen stoppen bij dit keelsnoerende moment van retrospectie. Vertrouwden ze hun materiaal nog niet? U kunt het niet meer zien. Want zo gaat dat met die met zorg bij elkaar gewinkelde curiosa uit diverse theatrale Verweggistans op zulke internationale festivals. Volgens de samenstellers die de diamantjes van dit festival aan elkaar hebben geregen zijn ze allemaal familie van elkaar. De werkelijke familiebanden ontstaan vervolgens wel of niet in de hoofden van de toeschouwers. Misschien moet je daarvoor alles proberen te zien, wat mij niet lukte.
Er gleden twee toneelklassiekers voorbij aan de hand van de vraag: kunnen we nog onbevangen kijken naar beladen vertellingen en teksten? Wat bij het fascinerende Othello, c’est qui prachtig lukte door denkbare vooroordelen over vreemden tegen de existentievragen in Shakespeare’s tekst aan te laten schuren. En wat bij Non Essere voor mij niet lukte omdat Hamlet met al die vragen werd behangen als betrof het een kerstboom. Ik zag een koor van hoogbejaarde Amerikanen Young@Heart, waar ik (‘shame on you’) nog nooit van gehoord had, maar waarbij ik mijn ogen uitkeek en dat mijn oren balsemde. Ik zag vijf toneelspelers uit Soedan die met de eenvoudigst denkbare spelmiddelen in People of the Cave een oerverhaal vertelden als een verre echo uit een diepe grot, ontsierd door een parodie op boventitels en een karikatuur van een geluidstape. De samenhang tussen dit alles bleek de waarheid én het cliché die altijd heersen in de theatrale ruimte: alles mag, want iedere schroom valt hier weg. Het Grote Debat van het festival zat veel te ver voor ín het festival om ons te helpen zowel de waarheid als het cliché te ontwarren. Het debat werd een vermoeiende en warrige stapeldoos van Bond-Zonder-Naam-tegelwijsheden. Waardoor we zelf onze weg moesten zoeken. Wat weer geen straf was. Ook en juist niet toen we uitkwamen bij de apotheose van La Mélancolie des Dragons: geen helden meer, geen draken meer om te bestrijden, want de postdemocratische populisten spuwen geen vuur maar vuil. Daar zetten we de schoonheid van de eenvoud tegenover, waarbinnen de ridders zijn vervangen door aandoenlijke oudere-jongeren die er met mini-fonteintjes, zeepbellen, dansende sixties-pruiken en beamerprojecties op mini-zeppelins nog het beste van proberen te maken. Vriendelijk bedoeld advies: volgend jaar geen gewichtigheden meer, maar een net zo intrigerende verzameling moois, onder de titel En ondertussen overal elders…

De eigen productie van het festival, Naar wijder horizon, een schrijnende vertelling over emigratie toen en nu, speelt nog in Rotterdam t/m 3 oktober. www.deinternationalekeuze.nl