Opera

Knuppelzwaaiende spiermassa

OPERA Hercules

Je kunt niet zeggen dat ze in Amsterdam niet weten hoe je een barokopera brutaal en met popachtig spektakel op de planken moeten brengen. Het paradepaardje daarvan was een heerlijke Samson van De Nederlandse Opera, gesitueerd in een fitnessruimte – al stonden daar een Tamerlano en een Alcina tegenover, die aan de verheven Kunst werden gewijd en in de diepste diepten van de verveling afdaalden.

Nu probeert dno het nogmaals met Händel en zet Hercules op het programma, een ‘Musical Drama in Three Acts’ uit 1744, voor het eerst opgevoerd in Londen, in het Engels. In plaats van een bonte eigen productie à la Samson, gedrenkt in Nederlandse humor, is dit een aangekochte enscenering van het Festival d’Art Lyrique in Aix-en-Provence. Daar bracht regisseur Luc Bondy in 2004 zijn visie op de Hercules-sage op de planken, mooi om te zien, niet te kleurrijk, niet te radicaal, niet te veel van dit en niet te veel van dat. Gesitueerd in een ruimte tussen drie betonnen wanden met zand op de vloer, waar stukken van een meer dan levensgroot Hercules-beeld liggen. Het geheel ziet eruit als het interieur van een designbunker. Hercules (Nathan Berg) en zijn zoon Hyllus (Ed Lyon) lopen rond in olijfgroene legeroutfits; het koor is gekleed in _sixties-_retrokostuums en de overige deelnemers zijn voornamelijk in het zwart, alsof ze bij een vernissage zijn. Het had allemaal in een modern museum kunnen plaatsvinden – wat bij dit thema best passend is.

Afgezien van deze dubbelzinnigheid is bij Bondy enige humor vis à vis de Oudheid ver te zoeken. De geschiedenis wordt (gelukkig) rechttoe, rechtaan verteld. Een knipoog, een of andere ironische laag in dit verhaal van een knuppelzwaaiende spierbundel, die uiteindelijk de onsterfelijkheid verkrijgt en op de Olympus wordt opgenomen, ontbreekt, althans in de instudering door Sven Nielsen (want voor het oppoetsen van zijn werk uit Aix in Amsterdam had Bondy zelf geen tijd).

Dat is het probleem met zulke aangekochte producties. Hercules was al in Parijs, Wenen en New York te zien, werd op dvd uitgebracht, en ergens onderweg is de intensiteit (gesteld dat die er ooit was) verloren gegaan. Het ís al een behoorlijk statisch stuk, maar in Amsterdam verstart het tot totale stilstand.

Desalniettemin heeft dno een goede, afgewogen bezetting voor de Aix-import geworven . Ze kwijten zich vocaal gezien uitstekend van hun taak. Vooral Ann Hallenberg als Hercules’ echtgenote Dejanira komt in de loop van de avond tot grote vorm en zingt een meeslepende waanzinscène. Maar in de beroemde diva-duetten, waarbij in Händels tijd tussen de concurrerende dames de stukken eraf vlogen, blijven Hallenberg en haar rivale, Ingela Bohlin, veel te braaf. En dus is er niet veel lol te beleven aan het kijkspel. Je kunt Händels levenslustige, uiterst theatrale muziek nu eenmaal niet met calvinistische ernst presenteren zonder het werk geweld aan te doen en het publiek in diepe slaap te brengen. Dat gebeurde helaas wel in Amsterdam. Na de pauze was de zaal van het Muziektheater aanmerkelijk minder vol. Dat was jammer. Want het St.-James’s Baroque orkest onder leiding van Christopher Moulds speelde fris en energiek.

De uitvoering is op 12 mei op Radio 4 te horen; vanwege de overtuigende muzikale prestaties zou ik adviseren thuis te blijven en naar de radio te luisteren. Dan hoeft men zich niet te ergeren aan de langdradigheid van de actie en kan men genieten van de wonderbaarlijke muziek. Moulds laat het koor echt swingen in de finale van het eerste bedrijf (‘Crown with festal pomp the day’), en de waanzinscène van Dejanira en de sterfscène van Hercules zijn van grote klasse. De lauwe enscenering uit Aix is dat zeker niet.

Hercules, De Nederlandse Opera, tot en met 10 mei