Kocht Byron een beer!

John Gross (samensteller)
The New Oxford Book of Literary Anecdotes
Oxford University Press / Nilsson & Lamm, 385 blz.

Toen Bob Dylan in de jaren tachtig in Madison Square speelde, organiseerde zijn platenbaas een souper om middernacht. Twee uur te laat kwam de ster binnenlopen en tot verbazing van de platenbaas werd Dylans entourage niet gevormd door dronken vrienden en collega’s. Nee, Bob Dylan ging vergezeld van zijn moeder, zijn vriendin en familieleden. In The New Oxford Book of Literary Anecdotes staat de conversatie tussen ma en zoon opgetekend die werd gevoerd terwijl Dylans vriendin het eten van haar geliefde in kleine stukjes sneed.

‘Je eet niet, Bobby.’

‘Alsjeblieft, ma. Je zet me voor schut.’

‘Ik zag dat je niks at van je lunch. Je bent vel over been.’

‘Ik eet, ma. Ik eet.’

‘En heb je meneer Yetnikoff bedankt voor dit heerlijke diner?’

‘Dankjewel, Walter.’

‘Je mompelt, Bobby. Ik denk niet dat meneer Yetnikoff je heeft gehoord.’

‘Hij heeft me gehoord.’

‘Bobby, doe aardig.’

Samensteller John Gross nam ook Bob Dylan op in zijn verzameling anekdotes die loopt van veertiende-eeuwer Geoffrey Chaucer tot J.K. Rowling, schrijfster van de Harry Potter-boeken. In Nederland kennen we een dergelijke verzameling al van Jeroen Brouwers (Zachtjes knetteren de letteren, 1975). In Engeland verschenen al in de achttiende eeuw tientallen verzamelingen anekdotes. Maar wat is een anekdote?

Een anekdote bij Gross is: Arthur Miller, ex-echtgenoot van Marilyn Monroe, reageerde op de dood van zijn ex door tegen haar pr-man te zeggen: ‘Het is jouw probleem, niet dat van mij.’ Soms is een anekdote bij Gross minder sensationeel en meer een biografisch curiosum: Saul Bellow zei ooit tegen een verslaggever: ‘Ik schrijf van rond acht uur ’s morgens tot één. Dan ga ik uit en maak fouten.’ Byron kocht een beer en nam die mee uit wandelen. Scott en Zelda Fitzgerald irriteerden toneelspelers door, gezeten op de eerste rij in het theater, veel te luid te lachen op de verkeerde momenten. Ze sprongen in fonteinen. Ze werden uit hotels gezet.

Soms zijn Gross’ anekdotes mededelingen, zonder pointe en niet altijd zijn ze heel opmerkelijk. Wat dan, ís een anekdote? John Gross komt er niet helemaal uit. Volgens het Engelse woordenboek is een anekdote ‘a short account of an entertaining or interesting incident’. In die zin had Gross misschien iets minder vaak kunnen volstaan met noemen en vaker kunnen kiezen voor het vertellen. Sommige van Gross’ anekdotes zijn nu een tikje saai: een schrijver uit begin zeventiende eeuw knipte gaten in de kousen van een ander. Een dichter reciteerde zijn eigen werk zo slecht dat een ander hem zijn vel papier afpakte. En iemand vertelde jaren na diens dood trots dat hij volgens Oscar Wilde de mooiste voeten van Europa had. Desalniettemin blijft er in deze anthologie genoeg smulwerk over in de vorm van miniverhaaltjes, spitsvondige formuleringen en tot de verbeelding sprekende taferelen.