Sport

Koef

PSV-FC Groningen werd 3-0, mede door twee goals van Danny Koevermans. Na zijn tweede doelpunt blies hij een kus naar de hemel en keek hem na, alsof hij de zoen op de goede weg wilde sturen. De fans zongen hem toe, als altijd, op de melodie van Daddy Cool van Boney M: ‘Danny, Danny Koe-hoef! Danny, Danny Koef!’
Na de wedstrijd werd Koevermans gevraagd voor wie die kus was.
‘Voor mijn opa’, zei hij, en hij schoot vol.
Alles aan Koevermans is jongensboek. Hij heeft stekeltjeshaar, is een beetje groot en een beetje mollig. Lijkt verlegen. Praat bedachtzaam. Een zachtmoedige blik in zijn ogen. Zijn wangen blozen en hij lijkt vaak blij, vooral als hij heeft gescoord. Hij juicht niet lelijk of overdreven.
En nu de kus voor opa. De Koef slingert ons naar het verleden, naar de tijd waarin echte jongensboeken zich afspelen, waarin de bal ‘het bruine monster’ heet en toeschouwers ‘Hup!’ roepen. Een jongensboek dat zo zou kunnen gaan:
Assistent-resident Koevermans op Borneo stuurt zijn zoon Danny naar Nederland om naar de hbs te gaan. Omdat zo’n jongen toch liefde nodig heeft, komt hij bij zijn opa, Ben (of Bennie) Koevermans in huis. De schuchtere Danny maakt niet makkelijk vrienden, maar als hij lid wordt van Alle Ballen Vooruit (ABV), de plaatselijke voetbalclub, krijgt hij kameraden.
Thuis hebben ze het niet breed. Opa moet elk dubbeltje van zijn magere pensioentje drie keer omdraaien, maar het mag de jongen aan niets ontbreken.
Op school hebben de leraren bijnamen als de Maarschalk, de Leguaan, De Dikke, Bonestaak en Hangwang. Met de laatste kan Danny goed opschieten.
Danny is best alleen. Hij krijgt van opa een hondje, een vuilnisbakkentype. Ze worden dikke vrienden. Maar op een dag wordt Boney ziek. Opa zegt: ‘Ik ga nu met Boney naar de dokter, en als we terugkeren, is hij weer helemaal boven Jan.’
Als opa bij het dierenasiel aankomt is Boney gestorven. Hij koopt een ander hondje dat precies lijkt op Boney. Danny is dolgelukkig. Hij weet best dat het Boney niet is, want die ruikt anders, maar hij zegt niets. Opa moet een beetje huilen.
Bezeten van voetbal is Danny. Het is zijn lust en zijn leven. Hij speelt op de oude voetbalschoenen van opa. Hij zou best profvoetballer willen worden, maar dat kost veel geld. ’s Nachts droomt Danny van een vol stadion waar hij, in een oranje shirt, tegen de Rode Duivels speelt. Hij scoort het winnende doelpunt en bezorgt Nederland de Wereldcup. Als hij wakker wordt ligt hij gewoon in zijn bed, met een wit interlockje aan.
Danny zou willen dat hij het leven voor opa mooier kon maken, maar hoe? Hij peinst en piekert, maar bedenkt niets.
Om een of andere reden wordt Danny voortdurend gepest door Vette Vincent, zoon van de lokale patatboer, en aanvoerder van Danny’s elftal. Iedereen is bang voor Vincent. Hij is alleen maar aanvoerder omdat zijn vader het team sponsort: ‘Voor een vette bek, eet Henk zun snack.’
Als Danny weer eens met schrammen op zijn gezicht thuiskomt, is voor opa de maat vol. Hij gaat naar snackbar Henk. Opa zegt: ‘Het moet afgelopen zijn met die pesterijen!’ Hooghartig grijnst Henk opa aan en gromt: ‘Huh!’ Dan fluistert opa Henk iets in het oor. Henk wordt bleek als een spook. Vanaf dat moment heeft Danny niets meer te duchten van Vette Vincent.
Danny’s ouders scheiden en verdwijnen uit zijn leven. Broers en zussen heeft hij niet.
Zonder dat Danny het weet, stuurt opa een brief naar Sparta. Er komt een talentscout kijken en Danny wordt uitgenodigd voor een proefwedstrijd. Omdat opa’s oude voetbalschoenen inmiddels versleten zijn, kan Danny niet gaan. Opa verkoopt de roeiboot om nieuwe kicksen te kunnen kopen, met schroefnoppen en luchtvering.
Danny wordt aangenomen bij Sparta. Dan gaat alles snel. Hij wordt topscorer. Gaat naar AZ. Grote transfer naar PSV. Dan Oranje, twee goals. Hij trouwt, koopt een huisje en een hond. Over geld hoeft hij zich geen zorgen te maken.
Maar wat er ook gebeurt, elke week gaat Danny op bezoek bij zijn opa. Soms stopt hij stiekem een paar bankbiljetten in opa’s portemonnee. Opa zegt dan niets.
Dan wordt opa erg ziek. Danny kan bijna niet aanzien hoe zijn grootvader op weg gaat naar het onvermijdelijke einde. Maar hij blijft komen, tot het laatste einde. Opa sterft terwijl hij Danny’s hand vasthoudt. ‘Het is goed, opa’, fluistert Danny. ‘Het is goed zo.’
En daarom blies Danny Koevermans zondag een kus naar de hemel. Voor zijn opa, Ben Koevermans. Toen de supporters ‘Danny, Danny Koe-hoef! Danny, Danny Koef!’ zongen, wist hij dat eigenlijk door het stadion galmde: ‘Bennie, Bennie Koe-hoef! Bennie, Bennie Koef!’