Koehandel in vluchtelingenstatussen

Het was een vreemd bericht, vorige week. Tienduizenden asielzoekers krijgen plotsklaps, zonder enige verdere procedure, een vluchtelingenstatus. Het gaat om zogeheten gedoogden die voor 1 januari 1994 al in de justitiele molen zaten. De reden, aldus de media: in veel gemeenten staan huizen leeg die bedoeld zijn voor ‘erkende’ vluchtelingen, en door de trage justitiele molens zijn er onvoldoende erkenden. Wat is er dan logischer dan gedoogden massaal te erkennen? Het ontlast bovendien de overvolle opvangcentra en de verstopte justitiele procedures.

De VVD kondigde meteen Kamervragen aan en De Telegraaf was boos. En ditmaal, zo leek het, met recht. Al was het maar omdat er betere redenen zijn om mensen als vluchteling te erkennen dan het enkele feit dat het rijk anders de afspraken met de gemeenten niet kan nakomen.
De werkelijkheid is echter ingewikkelder en zo mogelijk nog minder fraai. Tot voor kort waren er in Nederland drie statussen: de a-status voor super-vluchtelingen, de c-status voor mensen van wie niet vaststaat dat ze in hun land persoonlijk werden vervolgd maar van wie bijvoorbeeld wel de broer of vader is vermoord, en de gedoogden, die uit een land komen waarnaar je ze onmogelijk kunt terugsturen, ook al kunnen ze niet aantonen dat ze persoonlijk werden vervolgd. Met een c-status mag je werken, studeren en zelfstandig wonen, als gedoogde mag je zo goed als niets. Een wereld van verschil, terwijl het tegelijkertijd tamelijk willekeurig was wie werd gedoogd en wie niet, zoals ook uit genoemde definities valt op te maken. De Raad van State, die tot taak heeft de (uitvoering van) wetgeving te controleren, tikte daarom het ministerie van Justitie honderden malen op de vingers door gedoogdenstatussen te vernietigen. Asielzoekers van wie de c-status was afgewezen, werden door de Raad alsnog in het gelijk gesteld.
De huidige operatie bij Justitie is dan ook niet meer dan een tegemoetkoming aan de kritiek van de Raad van State. Zou het ministerie dat er echter bij vertellen, dan betekende dat niet alleen gezichtsverlies, ook zouden dan voortaan alle gedoogden een c-status moeten krijgen. Hetgeen, zo vreest Justitie, een ‘aanzuigende werking’ heeft. Dan liever de smoes van de leegstaande huizen, waardoor de operatie een incidenteel karakter kreeg. Dat hierdoor het draagvlak voor vluchtelingen opnieuw een knauw kreeg, was blijkbaar van minder belang - of was misschien niet eens voorzien.
En waarom dan alleen een status voor mensen die voor 1 januari 1994 de procedure in gingen? Omdat de Raad van State over degenen die daarna kwamen niets meer te zeggen heeft. Want tegelijkertijd met het hoger beroep voor asielzoekers werd ook de controle door de Raad van State afgeschaft. Bovendien heten gedoogden sinds die datum 'vvtv'ers’ (voorwaardelijke vergunning tot verblijf) en dus, zo vindt Justitie, doen uitspraken van de Raad van State over gedoogden na die datum niet meer ter zake. En mogen vvtv'ers opnieuw niet werken, studeren of zelfstandig wonen.
Het is alleen de vraag of de rechters het daarmee eens zijn. Het is zeer goed denkbaar dat zij voortaan aan iedereen die vroeger een gedoogdenstatus zou hebben gekregen, voortaan een c-status geven. Steeds vaker dichten rechters de gaten die de politiek laat vallen.