Koehandel over de prille vrucht

Over de overtijdsbehandeling wordt in de politiek gekoehandeld en in het verlengde daarvan staat de wet op abortus provocatus na decennia weer ter discussie. Het viel te verwachten, omdat de orthodoxe christenen zich altijd hebben verzet tegen legalisatie van abortus. De ChristenUnie handelt consequent naar haar beginselen en stelt haar achterban niet teleur. Politiek gezien mag die houding te prijzen zijn, inhoudelijk is ze verwerpelijk.

Bij de PvdA is het omgekeerd. Het recht van de vrouw om te beslissen over het afbreken van een prille zwangerschap op een medisch en sociaal zo veilig mogelijke manier was altijd in goede handen bij de socialisten. Nota bene de Vara financierde in 1971 mede de eerste illegale abortuskliniek in Arnhem, het Mildredhuis, in een periode dat meisjes zich nog met de spreekwoordelijke breinaald en zeepsop lieten ‘helpen’. De verfilming van Revolutionary Road van het in 1961 verschenen boek van Richard Yates laat de onmacht zien van een vrouw die ongewenst zwanger is en zelf gaat dokteren, en daarbij doodbloedt – een eenzaam lot dat nog steeds overal ter wereld vrouwen is beschoren. De PvdA staat weliswaar nog steeds achter deze moeizaam bevochten liberale verworvenheid, maar zwalkt in de politieke verdediging ervan. Ze had onvoorwaardelijk achter het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen moeten staan in plaats van ruimte te bieden aan religieus moralisme. De PvdA laat hiermee andermaal zien dat ze het machtsspel belangrijker vindt dan kiezen voor haar principes. Ook dat verrast niet, maar het is daardoor niet minder abject.
Hoe dat politieke proces verloopt is exemplarisch. Bij de vorming van dit spagaatkabinet kwam de legitimiteit van abortus ter tafel, maar het standpunt van de ChristenUnie werd niet gehonoreerd in het regeerakkoord. Om daar toch enigszins aan tegemoet te komen, deed de PvdA mee aan concessies van het laffe type ‘uitstel wordt misschien afstel’. Vastgelegd werd dat onderzoek gedaan zou worden naar de psychosociale gevolgen van abortus en naar de aard van de ‘noodsituaties’ op basis waarvan een abortusingreep is toegestaan. En: dat de overtijdbehandeling onder de Wet afbreking zwangerschap (Waz) zou komen te vallen. In 1995 was wettelijk vastgelegd dat dit niet het geval was.
Natuurlijk zou er uit die onderzoeken niets nieuws komen, behalve de bevestiging dat geen tiener in Nederland een abortus à la China beschouwt als een surrogaatvoorbehoedmiddel en de ingreep voor haar lol doet. Die andere afspraak is nu precies de valkuil waarin de PvdA tuimelt. In mei heeft staatssecretaris Bussemaker (PvdA) geruisloos die afspraak in een Koninklijk Besluit vastgelegd, waarover in de Tweede Kamer een, nu nog schriftelijk, hoog oplopende discussie gaande is. De bedoeling is dat dit besluit per 1 november ingaat, met alle nadelen van dien: huisartsen mogen niet (maar abortusklinieken en ziekenhuizen wel) de abortuspil als overtijdbehandeling voorschrijven, en dat verhoogt onnodig de drempel voor met name allochtone meisjes, grootgebruikers in de statistieken, voor de veel minder ingrijpende ingreep.
Los daarvan ontstaat er een klimaat waarin abortus weer verdacht wordt gemaakt en oude genderverhoudingen op scherp staan. Op internetfora worden bijvoorbeeld discussies gevoerd die soms lijken te stammen uit de tijd vóór de seksuele revolutie. De onbesuisde man legt zijn kwakje en de stomme of zielige vrouw stinkt erin. Het is pijnlijk dat de klok wordt teruggedraaid en vrijzinnigheid verliest.