Koek

Mensen die aan grachten wonen, kijken graag naar buiten.
Een paar behuizingen geleden had ik uitzicht op een klein Amsterdams sluisje. Daar gebeurde altijd wel wat om de passieve blik op te laten vallen en als er eens niets gebeurde, was dat ook een hele belevenis.

Tijdens het werkeloos staren naar duif en mus zag ik opeens een bekende gestalte mijn kader binnenfietsen. Ik stelde de opgetogen draf naar het trapgat nog even uit om hem elegant van zijn rijwiel af te zien stijgen en merkte toen dat hij helemaal geen bezoek in de zin had. Hij stelde zich met een witpapieren zak op bij het hek aan de waterkant en hief de rechtervoet, die hij op de daar vrij laag zittende onderste stang van het hekwerk plaatste. Opende de papieren zak en nam er een goede gevulde koek uit. Ik vroeg mij af bij welke bakker hij die had gekocht.
Ik wist er wel een paar, daar in de buurt. Die aan de overkant was de meest populaire. Omdat hij gek was en een vrouw had die er leuk uitzag. Niet dat dat iemand onbegrensd bemind maken. Maar daarnaast ook nog een prima gevulde koek weten te verkopen, helpt je zeker een eind in die richting.
Mijn bekende intussen vestigde zijn blik op de verte. Ik was zo vrij te veronderstellen dat hij de Westertoren in het vizier nam. Wanneer ik hem daarna ook maar tegenkwam, verzuimde ik echter daarnaar te vragen zodat ik tot op de dag van vandaag nog niet weet of dat inderdaad ook zo was.
Hij keek naar zijn gevulde koek, nam een hap van zijn koek en was tevreden. Dat kon je zien.
Sindsdien koop ik ook zo nu en dan, meestal op goed geluk, een gevulde koek. Ik stel mij op aan een sympathieke wallekant en neem een hap van de koek. Denk daarbij aan mijn eens ook gevulde koek etende vriend, de Westertoren, de vrouw van de bakker, de bakker zelf en nog zo wat dingen.
Inderdaad blijft tevredenheid dan meestal niet lang uit.