Koekje van eigen deeg

Door alleen in de steden Den Haag en Almere mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar heeft PVV-leider Geert Wilders een bij hem passende en voor zijn partij slimme zet gedaan. Daar zijn zo een aantal redenen voor op te noemen. De vraag is echter of de keus voor slechts twee gemeenten niet ook uit nood is geboren en of Wilders niet aanloopt tegen een grens van zijn eigen manier van politiek bedrijven.

Eerst waarom Wilders een slimme zet heeft gedaan. Het rekruteren van raadsleden voor slechts twee gemeenten is voor een man als Wilders die alles onder controle wil houden nog behapbaar. Waren het veel meer gemeenten geweest, dan had hij niet met al die aspirant-politici gesprekken kunnen houden en niet persoonlijk aanwezig kunnen zijn als ze getraind worden in het uitdragen van zijn gedachtegoed en het zich teweerstellen tegen tegenaanvallen, zoals hij nu wél doet.
Na een eventuele gunstige uitslag in meer dan twee gemeenten zou het voor hem bovendien moeilijk worden om aan alle touwtjes te blijven trekken. Door maar in twee steden de kans op politieke verantwoordelijkheid aan te gaan voorkomt hij dat de PVV wordt besmet met LPF-achtige taferelen, hetgeen staat voor ruzie en gedoe, iets waar alle kiezers – van welke kleur dan ook – een hekel aan hebben. Dat kan Wilders, die in 2011 zijn slag wil slaan bij de Tweede-Kamer- en Provinciale-Statenverkiezingen, niet gebruiken.
Door te kiezen voor slechts twee gemeenten en dan ook nog voor Den Haag en Almere zet Wilders bovendien in op een welhaast verzekerd succes en maakt hij de kans op verlies en de daaraan gekoppelde negatieve publiciteit zo gering mogelijk. Want zowel in Den Haag als in Almere deed de PVV het goed bij de Europese verkiezingen. In de stad Den Haag neemt de PVV het daarnaast ook nog eens op tegen weinig aansprekende wethouders, zit er geen leefbaar-partij in de raad, is de SP niet sterk en gingen de lokale PvdA-kopstukken recent nog rollebollend over straat. Dat Jozias van Aartsen, de man die Wilders uit de VVD zette, er burgemeester is, zal een klinkende stembusuitslag voor de PVV-voorman mogelijk extra zoet maken, maar zonder de andere voorwaarden was Wilders er vast niet aan begonnen in Den Haag.
Maar hoe slim het ook oogt, de kans is groot dat deze zet van Wilders uit nood is geboren. De term ‘toeschouwersdemocratie’ is van de Franse politicoloog Bernard Manin en zou wel eens in het bijzonder van toepassing kunnen zijn op de potentiële achterban van Wilders. Manin bedoelt ermee dat mensen geneigd zijn politici te zien als ingehuurd personeel dat hen diensten moet leveren. Zelf actief zijn, bijvoorbeeld als partijlid, past niet in die toeschouwersdemocratie.
Door van de PVV geen partij te maken met leden, vergaderingen en congressen heeft Wilders, al is het dan misschien om zelf de controle te kunnen behouden, ingespeeld op die trend die Manin benoemde: je kunt op de PVV alleen maar stemmen, maar niet meedoen. Daar maakten de PVV-stemmers tot nu toe geen probleem van, maar dan is het vervolgens ook niet raar als ze niet in de rij staan om zelf actief te worden. Wilders heeft zo een koekje van eigen deeg gekregen. Maar of zijn toekijkende aanhangers dat erg vinden, is maar de vraag.