Kochs Boekenweekgeschenk

Koekje van eigen deeg

Nietsdoen is de kern van een gelukkig leven. Daarvan is Tom Sanders, schrijver van zelfhulpboeken, overtuigd. Dus: nooit lijstjes maken. Niet jezelf onnodig vermoeien met vervelende taakjes. Niets is belangrijk genoeg om op een lijstje te staan. Alles kan tot morgen wachten. ‘Iets beters dan hem verdoen valt er met de tijd niet te beginnen.’

Tom Sanders is de verteller in Makkelijk leven, de novelle die Herman Koch schreef als Boekenweekgeschenk in opdracht van de cpnb. Het is een ogenschijnlijk simpel verhaal dat een aantal typische Koch-elementen bevat. Allereerst is daar de even burgerlijke als recalcitrante vertelstem die we kennen uit Kochs eerdere romans. Hier kan Koch deze stem nog eens extra aanzetten, door zijn protagonist dus succesvol zelfhulpexpert te laten zijn wat hem legitimeert diens tegendraadse levensfilosofie luid en duidelijk uit te dragen. Van Makkelijk leven, zijn bestseller, werden wereldwijd meer dan veertig miljoen exemplaren verkocht. In het eerste hoofdstuk geeft hij rekenschap van wat dat met hem heeft gedaan – het geld, de dure auto, de onwennigheid, de afkeer zelfs – resulterend in zelfhaat, ook al noemt hij dat zelf niet zo. Maar waarom anders heeft hij de behoefte hier, alsof hij te biecht gaat, zijn eigen succes te ridiculiseren door te stellen dat zijn boodschap ook op één A4’tje past? Sterker nog: dat hij dat zal bewijzen door hier, met dit kleine boekje, de daad bij het woord te voegen? Dat hij diezelfde boodschap ooit over driehonderd bladzijden uitsmeerde, was alleen omdat mensen bereid zijn € 19,99 voor een boek neer te tellen, en niet voor een A4’tje.

Medium herman koch

‘Van de meeste boeken word je niet beter’, zegt Sanders. ‘Van dit boek wel. Ik zal het A4’tje met u delen – straks, aan het eind, als ik mijn verhaal heb gedaan: op de laatste pagina.’

‘Nee, ik ben niet ten val gekomen. Er zijn hooguit een paar dingen gebeurd die mij aan het denken hebben gezet’

Dan is er dus het verhaal, dat net als in Kochs grootste succes, Het diner, draait om een moreel dilemma in de familiesfeer. Opnieuw dreigt een zoon vanwege wangedrag gecriminaliseerd te worden, en opnieuw blijkt in feite de vader de ergste schurk. Alleen liggen de zaken in Makkelijk leven ingewikkelder, of subtieler zou je kunnen zeggen. Weliswaar ontpopt de verteller zich net als in Het diner als een onbetrouwbare verteller, maar hij is nu niet gek, of ontoerekeningsvatbaar. Koch laat het aan de lezer om te bedenken wat er met hem aan de hand is, want voor enig zelfinzicht ben je bij Tom Sanders aan het verkeerde adres. ‘Nee, ik ben niet ten val gekomen’, verklaart hij aan het begin. ‘Er zijn hooguit een paar dingen gebeurd die mij aan het denken hebben gezet.’ De ironie van zijn project, het kort illustreren van zijn levenslessen met de recente wending die zijn leven nam, is dat je je kunt afvragen waartoe die zelfhulpfilosofie van hem leidt, waarvan de kern aan het eind van de vertelling inderdaad puntsgewijs wordt weergegeven op één enkele bladzijde.

Sowieso is ironie wel het sleutelwoord om de portee van dit boekenweekgeschenk te benaderen. Aan het oppervlak van Makkelijk leven kabbelt een oud huwelijk, een 59ste verjaardag, twee volwassen zonen die ieder hun eigen leven hebben, de een klaarblijkelijk saai, de ander slachtoffer van zijn vrouw. Daaronder broeit iets bozigs en verongelijkts, ook bekend uit Kochs eerdere werk, dat in dit kortere bestek meer dan ooit aanschuurt tegen het depressieve. Misschien is het vergezocht, maar het lijkt alsof Koch zijn eigen status als bestsellerauteur tot inzet heeft gemaakt van een grimmige parabel over succes waarvan de goegemeente – jijzelf incluis – zich altijd zal afvragen waaraan je dat te danken hebt. Of het uiteindelijk niet terug te voeren is op een opportunistisch soort handigheid.

Op een bepaalde manier gaat dit hele verhaal over makkelijk versus moeilijk, en over het ‘juiste’ opportunisme. Het succesvolle zelfhulpboek Makkelijk leven, vertelt Tom Sanders in het begin, had hij aanvankelijk De makkelijke weg willen noemen. Dit is namelijk waar alles volgens hem op aankomt: een uitweg ergens uit zoeken en dan de makkelijkste weg nemen. Hij illustreert dit met een grappig voorbeeld, namelijk met een scheepsramp, dankbaar onderwerp voor rampenfilms. In zo’n film, die uren moet duren, zal nooit ergens een patrijspoort openstaan waardoor iedereen al na tien minuten naar buiten geklauterd kan zijn. Omineuze laatste zin van het eerste hoofdstuk: ‘In het echte leven is die patrijspoort er wel.’

Vervolgens ontwikkelt zich een drama waarbij Tom voortdurend de sussende commentator is. Niks is wat het lijkt, en niks is vooral zo erg als het lijkt. Het is maar net wat je ervan maakt, en hoe je het benoemt. Slechte eigenschappen laten zich heel goed omzetten in goede eigenschappen: lui op een bank liggen kun je ook zien als liggen nadenken, of dagdromen op z’n minst. Niet ingrijpen is een hogere vorm van de dingen op hun beloop laten zonder ze als probleem te definiëren. Zolang je iets niet zegt, bestaat het niet.

Het neemt allemaal niet weg dat Tom in dit verhaal danig in de problemen komt, en die patrijspoort nergens te bekennen is. Wie houdt wie nu voor de gek, met zijn richtlijnen voor makkelijk leven? Het is een gek, klein maar sterk sardonisch geval dat we er in de boekenweek op de koop toe bij krijgen.