Opheffer

Koeman en Cohen

W zegt ons het vertrek van Koeman bij Ajax? Eerst even dit: toen het goed ging met Ajax, ging het ook goed met de stad. In de jaren 1994 en 1995, toen Ajax alles won, waren in Amsterdam de banen niet aan te slepen, verdubbelden de huizenprijzen zich en zag je overal «het nieuwe elan». IJburg was in aantocht. Men dacht nog groot en groots. De toenmalige trainer, Louis van Gaal, vertolkte het denken van die tijd: sterk hiërarchisch en gedisciplineerd om aldus het gebrek aan kwaliteit in het veld te compenseren, door een streng systeem. Let wel: Louis begon pas echt toen Jonk en Bergkamp – de groten bij Ajax – naar het buitenland vertrokken. Hij haalde de gebroeders De Boer binnen die wel goed, maar nog niet heel goed waren. De bal ging snel rond, werd hard ingespeeld, de posities werden snel overgenomen, niet meer dan twee keer aan de bal, en een ieder wist wat hem te doen stond.

We zien nu tien jaar verder. Koeman heeft «de eer» aan zichzelf gehouden. «Ik ben door de voordeur binnengekomen, en ik ga door de voordeur weg.» Een markante uitspraak met politieke verwijzingen; het is een politieke beslissing geweest. Het leek hem beter zelf de handdoek in de ring te gooien dan strijdend ten onder te gaan.

Het is typerend voor Amsterdam. Koeman heeft getracht de boel bij elkaar te houden, maar het lukte hem niet. Hij liet ook te veel toe: een jonge speler die hem voor het oog van de camera de middelvinger gaf, openlijke ruzies met andere spelers en een aankoopbeleid dat niemand snapte. En wat laat hij achter? Op zichzelf allemaal goede spelers, maar niet de besten. En dat was ons beloofd. We zien talenten die het niet waarmaken, zoals Van der Vaart en Sneijder. We willen het mooie voetbal wel, maar we kunnen het niet.

Je ziet het aan de reacties op het vertrek van Koeman. Hij heeft in het begin wel, maar later absoluut niet waargemaakt waarvoor hij was aangetrokken. Hij was waarschijnlijk te zacht. Te soft. Gek genoeg zie je dat de spelers ook «harder» zijn geworden. Het is veelzeggend dat een van de jongste spelers zijn middelvinger durfde op te steken. Zonder een noemenswaardige sanctie. De vinger werd daardoor eigenlijk «gedoogd». Het wordt ook aangemoedigd om «je mening te zeggen». Maar dan zonder argumentatie. Als trainer raak je dan verlamd. Iedere actie van jou wordt bekritiseerd en je kunt niet meer handelen. Ook al worden de verkeerde argumenten gegeven.

In Amsterdam heb je op het ogenblik in de buurten die het ’t hardst nodig hebben een tekort aan huisartsen. Zo is er ook een tekort aan beveiligingsagenten, omdat er te veel beveiligd moet worden. In ons leger zitten we met te veel artsen en soldaten. We proberen die in Afghanistan of Irak geplaatst te krijgen, maar dan hebben we er nog een boel over. Zet die in, zou je zeggen, voor de gezondheid van degenen die het ’t hardst nodig hebben en voor de beveiliging van degenen die bedreigd worden. Slimmer kan niet. We betalen ervoor, belastingen bedoel ik. Ik heb liever dat onze jongens op het Museumplein die Amerikaanse ambassade staan te verdedigen dan dat ze in Irak onnodige risico’s lopen. Maar dan wordt er meteen «politiestaat!» geroepen.

«Politiestaat!» Dat is de reactie van een team dat niet goed functioneert. Het is de middelvinger van Sneijder naar Koeman. Het is Louis van Gaal die ontslagen wordt (ontslag neemt, maar goed, we weten wel beter…) omdat hij de lat «te hoog» legde.

Ajax is nog steeds een afspiegeling van onze stad: veel allochtone spelers, en je ziet de religie binnen het team toenemen. Sloeg eerst iemand wel eens een kruisje, tegenwoordig wordt in een lange sessie het gras toegesproken. Ook geven de spelers van Ajax elkaar niet meer gewoon een hand, maar worden de vuisten tegen elkaar geslagen. Vervolgens wordt – geheel op islamitische wijze – de hand naar het hart gebracht. Wel mooi om te zien. Culturele veranderingen zie je altijd het eerst op het voetbalveld. Hoe hard is het spel niet geworden in het algemeen. Hoe weinig hebben de scheidsrechters te vertellen. En hoe corrupt blijken ze te zijn. Vasthouden is gewoon geworden. En: hoe snel is het voetbal niet veranderd. Je bent niet meer alleen verdediger, je moet mee met de aanval. Je hebt ongeveer twintig taken, en die moet je op hoog niveau weten uit te voeren.

En dat kan het Amsterdamse bestuur niet.

Er is een verschil tussen Ajax en Amsterdam. Koeman heeft de eer aan zichzelf gehouden, het was duidelijk dat hij het niet meer redde. In de Amsterdamse politiek zal niemand zomaar weggaan. Je moet daadwerkelijk bij de hoeren zijn gesignaleerd wil je ontslag nemen.

Onze burgemeester speelt liever een lullig spelletje op de televisie met andere burgemeesters. Natuurlijk moet hij dat zelf weten, maar bij Ajax, met de problemen die ze hadden, was zoiets niet toegestaan geweest. Koeman had dat niet gedaan, zo’n kinderachtig spelletje spelen. Hij had gedacht: mijn ploeg is in de problemen, er is overal bonje in het veld en de resultaten zijn niet goed, ik ga nu niet mooi weer spelen en meedoen aan een dom spelletje met andere trainers.

Job Cohen doet dat wel, en dat is pijnlijk.

Het gaat hier om niveau. Je merkt dat Koeman gewend is op het hoogste niveau te spelen. Cohen is dat niet.

«Waar is de burgemeester?»

«De burgemeester doet ezeltje-prik.»

Maar zoals ik al zei: het voetbal loopt voor op de maatschappij.

In de stad wappert de witte zakdoek al.